Mondeling
taal
:
overzicht
Deel
1
Normale
Taalontwikkeling
1
Kindertaalontwikkeling
en
kindertaalstudie
1.1 Korte
schets
Taalontwikkelingsproces
voltrekt
zich
vooral
tussen
0
en
5
jaar.
Eindpunt:
9
à
10
jaar.
Taalontwikkelingslijn
(TOL):
figuur
1.1
p14.
Vereist
neurologische
ontwikkeling
(synapsen
tgv
rijping
hersencellen)
via
taalstimulatie.
Reflecteert
in
TOL:
<1j:
auditief
geheugen;
<4j:
woordgeheugen;
<puberteit:
zinsgeheugen.
TOL:
taalaanbod
volwassene
evolueert
mee
met
taalvaardigheden
kind
(steeds
enkele
stappen
vooruit).
1.2
Aspecten
van
taalontwikkeling
Taalontwikkeling
is
geen
globaal
proces,
maar
geheel
van
deelprocessen.
Comprehensie
en
productie
• Comprehensie
=
passieve
of
receptieve
taalontwikkeling
=
leren
begrijpen
• Productie
=
actieve
of
expressieve
taalontwikkeling
=
zelf
praten
Gedurende
hele
taalverwervingsperiode
loopt
comprehensie
voor
op
productie!
(iedereen
heeft
zelfs
steeds
grotere
passieve
dan
actieve
woordenschat,
ook
volwassenen)
Verschillen
tussen
kinderen
onderling
in
taalverwervingsstijl:
• Referentiële
kinderen
(‘denkers’)
:
gaan
meer
benoemend
en
behoedzaam
te
werk
• Expressieve
kinderen
(‘doeners’)
:
imiteren
en
gebruiken
meer
sociale
uitdrukkingen
Kan
weerslag
hebben
op
afstand
tussen
receptieve
en
productieve
ontwikkeling
(sneller
proberen
vs
langer
trachten
begrijpen
voor
spreken).
Linguïstische
aspecten
Taal
=
complex
linguïstisch
systeem.
Verschillende
niveaus:
• Fonologie
of
‘klankleer’
o Verwijst
naar
bepaalde
taal
(betekenisonderscheidend)
o vs
fonetiek:
waarneembare
eigenschappen
van
klanken
los
van
taal
o foneem
=
klank
met
betekenisonderscheidende
functie
in
bepaalde
taal
o syllabe
=
samenvoeging
van
fonemen.
Fonotactische
regels:
welke
foneemcombinaties
kunnen
voorkomen
en
welke
veranderingen
kunnen
fonemen
ondergaan
bij
samenvoeging.
• Semantiek
o ‘woordenschat:
gebruik
van
woorden
en
woordbetekenissen
o daarnaast:
betekenisorganisatie
van
woorden
en
woordgroepen
in
semantische
netwerken
• Syntaxis
of
‘zinsbouw’
©
Karen
Janssens
–
Januari
2016
taal
:
overzicht
Deel
1
Normale
Taalontwikkeling
1
Kindertaalontwikkeling
en
kindertaalstudie
1.1 Korte
schets
Taalontwikkelingsproces
voltrekt
zich
vooral
tussen
0
en
5
jaar.
Eindpunt:
9
à
10
jaar.
Taalontwikkelingslijn
(TOL):
figuur
1.1
p14.
Vereist
neurologische
ontwikkeling
(synapsen
tgv
rijping
hersencellen)
via
taalstimulatie.
Reflecteert
in
TOL:
<1j:
auditief
geheugen;
<4j:
woordgeheugen;
<puberteit:
zinsgeheugen.
TOL:
taalaanbod
volwassene
evolueert
mee
met
taalvaardigheden
kind
(steeds
enkele
stappen
vooruit).
1.2
Aspecten
van
taalontwikkeling
Taalontwikkeling
is
geen
globaal
proces,
maar
geheel
van
deelprocessen.
Comprehensie
en
productie
• Comprehensie
=
passieve
of
receptieve
taalontwikkeling
=
leren
begrijpen
• Productie
=
actieve
of
expressieve
taalontwikkeling
=
zelf
praten
Gedurende
hele
taalverwervingsperiode
loopt
comprehensie
voor
op
productie!
(iedereen
heeft
zelfs
steeds
grotere
passieve
dan
actieve
woordenschat,
ook
volwassenen)
Verschillen
tussen
kinderen
onderling
in
taalverwervingsstijl:
• Referentiële
kinderen
(‘denkers’)
:
gaan
meer
benoemend
en
behoedzaam
te
werk
• Expressieve
kinderen
(‘doeners’)
:
imiteren
en
gebruiken
meer
sociale
uitdrukkingen
Kan
weerslag
hebben
op
afstand
tussen
receptieve
en
productieve
ontwikkeling
(sneller
proberen
vs
langer
trachten
begrijpen
voor
spreken).
Linguïstische
aspecten
Taal
=
complex
linguïstisch
systeem.
Verschillende
niveaus:
• Fonologie
of
‘klankleer’
o Verwijst
naar
bepaalde
taal
(betekenisonderscheidend)
o vs
fonetiek:
waarneembare
eigenschappen
van
klanken
los
van
taal
o foneem
=
klank
met
betekenisonderscheidende
functie
in
bepaalde
taal
o syllabe
=
samenvoeging
van
fonemen.
Fonotactische
regels:
welke
foneemcombinaties
kunnen
voorkomen
en
welke
veranderingen
kunnen
fonemen
ondergaan
bij
samenvoeging.
• Semantiek
o ‘woordenschat:
gebruik
van
woorden
en
woordbetekenissen
o daarnaast:
betekenisorganisatie
van
woorden
en
woordgroepen
in
semantische
netwerken
• Syntaxis
of
‘zinsbouw’
©
Karen
Janssens
–
Januari
2016