Academiejaar 2022_2023
HoGent
Samenvatting Psychologie
HOOFDSTUK 1: PSYCHOLOGIE: EEN PALET VOL THEORIEËN
2. WAT IS PSYCHOLOGIE?
Het studieonderwerp of object van de psychologie
Onenigheid over de definitie
Geen eenduidigheid over het object /studieonderwerp
o Extern (tussen de psychologie en andere (mens)wetenschappen)
De psychologie kent van oudsher veel raakvlakken met andere mens- en
sociale wetenschappen, niet goed afgebakend
o Intern ( verschillende theoretische stromingen binnen de psychologie + de
daarmee samenhangend methode waarmee kennis wordt verworven)
Veel meningsverschillen tussen psychologen
Rivaliserende beschrijvingen en verklaringen over
Een poging tot definiëring: “Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van
mensen wordt bestudeerd als de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren
van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt”
verschil met andere wetenschappen: het oject bevindt zich vooral op individueel niveau
bij psychologie: kijken naar de beleving en waardering van het gedrag, geld voor de
persoon zelf als voor de directe omgeving
Typeren van een wetenschap a.d.h.v. drie factoren
1. De soorten vragen en problemen (het object)
2. De methoden en theorieën
3. Het maatschappelijk draagvlak
o Weerklank in de maatschappij
o Westerse wereld = een gepsychologiseerde wereld: de verschijnselen die
burgers ervaren worden mede bepaald door psychologische theorieën
o Ligt niet per definitie vast
Dynamisch spel tussen 1. & 2.
Gevolg: grenzen tussen wetenschappen liggen niet vast
1
,Academiejaar 2022_2023
HoGent
3. THEORIEËN
Psychologie is een veelkoppig monster: er zijn vele gezichten
Theorieën = referentiekaders
o Bieden interpretaties waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden
o Grote verscheidenheid Specifieke onderwerpen
Verschillende theorieën: Eenzelfde verschijnsel wordt verschillend beschreven en
verklaard
Functies van theorieën: leggen het verschil uit tussen ‘dagelijkse’ (persoonlijk en niet-
systematisch) en ‘wetenschappelijke’ (expliciete regels) kennis
1. Systematiseren of ordenen
Niveau van beschrijving
Wetenschappelijke kennisverwerving geschiedt volgens expliciete regels:
o Duidelijk en controleerbaar
o herhaalbaar
Wetenschappelijke waarneming is theorie geladen
2. Verklaren en voorspellen van gedrag
Verklaren: Dingen gebeuren in specifieke omstandigheden
Op grond daar van kn je voorspellen
3. Heuristische functie: Een theorie is nooit af, zij levert weer nieuwe ideeën op,
inzichten kunnen voor nieuwe voorspellingen opleveren
4. KENMERKEN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
4.1 GESCHIEDENIS VAN THEORETISCHE STROMINGEN
1. Historische ontwikkeling: wortels in filosofische tradities en nieuwe maatschappelijke
ontwikkelingen
start: 130 jaar geleden: Eerste Internationale Congres voor de Psychologie
mensen helpen met vinden van hun bestemming
ontstaan van schoolvorming: andere inzichten kennen en eventueel gebruik
van maken
2. Altijd invloed van cultuur en tijdstip en ontstaan cultuurhistorisch bepaald:
3. Stromingen reageerden op elkaar
4. Er is vaak sprake van wisselende modes; slingerbeweging
Bv. Rogers in de jaren 50
5. Stromingen maken gebruik van elkaars inzichten: fusies tussen verschillende
stromingen
Bv. gedragdtherapie: samenkomst van het behavioirisme en de cognitieve
opvatting
De samenwerking is historisch en cultureel bepaald
Toenemende behoefte aan flexibele en pragmatische opvattingen
2
,Academiejaar 2022_2023
HoGent
6. Evidence based
Nadruk op effectiviteit van een methode/behandeling
Een theorie en de daarop gebaseerde behandeling moet bewijzen dat ze een
juist inzicht biedt, dus dat ze werkt
Gericht op het nut in de praktijk en minder op de theorie
Resultaten moeten haalbaar zijn
Evidence based
o Afkomstig uit de medische wetenschap
o = Wetenschappelijk bewijs: Bewijsmateriaal uit systematisch
kwantitatief en kwalitatief onderzoek
4.2 MENSBEELDEN BIJ THEORETISCHE STROMINGEN
Mensbeeld = hoe ‘de mens’ opgevat wordt
Twee aspecten van een mensbeeld
1. Beschrijving van kenmerkende eigenschappen/essentiële kenmerken: verschil
tussen mens en dier of kind en volwassenen
2. Doelbeeld: Een verwijzing naar hoe mensen behoren te zijn/hoe ze zich
moeten gedragen
o Morele visie
o Hoe we ons behoren te gedragen
o Sturen eigen handelen en beoordelen het gedrag van anderen
Historische, culturele en religieuze beïnvloeding
o Grieken: vrouwen en slaven waren minderwaardig
o Middeleeuwen: eligie stond centraal
o Renaissance: individuele verantwoordelijkheid
nu nog altijd sterk aanwezig bij ons, niet perse in andere culturen
hierbij nadruk op een hroep of familie = Fijnmazige culturen
5. INDELINGEN VAN THEORETISCHE STROMINGEN
Op verschillende manieren ingedeeld en onderscheiden
1. Mensbeelden
2. Biopsychosociaal model: ontleend aan de systeemtheorie
aandacht voor het biologische, psychische en sociale niveau
5.1 MENSBEELDEN IN DE PSYCHOLOGIE
Drie niveaus: Hoe hoger het niveau, hoe complexer het gedrag
3
, Academiejaar 2022_2023
HoGent
mechanisch organisch personalistisch
De mens als machine De mens als levend De mens als organiserend en
organisme scheppend wezen
Mensen zijn als Mensen zijn als organismen, Uniek karakter van de mens,
mechanieken ze groeien en bloeien als mens bestuderen
Kennis uit
dierexperimenten zegt niets
over menselijk gedrag
De mens is ingewikkelder Vergelijkingen met dieren Principieel onderscheid
dan een dier kunnen zinvol zijn tussen mensen en overige
1 verschil: sociale en organismen: Een mens is
culturele omgeving een cultuur-wezen, een
talig-wezen, een spreek-
wezen
Los bestuderen van de Een organisme kun je niet Het gedrag heeft een
omgeving los bestuderen van zijn betekenis, die verschuift
omgeving naargelang de context: de
context genereert de
betekenis
zelf verantwoordelijk
voor het gedrag
Lineair causaal Circulair verklaringsmodel
verklaringsmodel
Het geheel is gelijk aan de Het geheel is meer dan de Een mens is één geheel
som der delen som der delen
statisch dynamisch
Hoe gebruik je mensbeelden en theorieën?
Met een bril zie je beter: Zo werkt een theorie ook,
Interpretatie
En theorie is als een zoeklicht. Sommige aspecten
Worden belicht en andere juist onderbelicht
5.2 ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE (AST)
De AST biedt een overkoepelend kader voor alle verschillende wetenschappen en
theorieën
AST is een metatheorie: Een theorie over theorieën
Hiërarchie van systeemniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe complexer het systeem.
4
HoGent
Samenvatting Psychologie
HOOFDSTUK 1: PSYCHOLOGIE: EEN PALET VOL THEORIEËN
2. WAT IS PSYCHOLOGIE?
Het studieonderwerp of object van de psychologie
Onenigheid over de definitie
Geen eenduidigheid over het object /studieonderwerp
o Extern (tussen de psychologie en andere (mens)wetenschappen)
De psychologie kent van oudsher veel raakvlakken met andere mens- en
sociale wetenschappen, niet goed afgebakend
o Intern ( verschillende theoretische stromingen binnen de psychologie + de
daarmee samenhangend methode waarmee kennis wordt verworven)
Veel meningsverschillen tussen psychologen
Rivaliserende beschrijvingen en verklaringen over
Een poging tot definiëring: “Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van
mensen wordt bestudeerd als de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren
van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt”
verschil met andere wetenschappen: het oject bevindt zich vooral op individueel niveau
bij psychologie: kijken naar de beleving en waardering van het gedrag, geld voor de
persoon zelf als voor de directe omgeving
Typeren van een wetenschap a.d.h.v. drie factoren
1. De soorten vragen en problemen (het object)
2. De methoden en theorieën
3. Het maatschappelijk draagvlak
o Weerklank in de maatschappij
o Westerse wereld = een gepsychologiseerde wereld: de verschijnselen die
burgers ervaren worden mede bepaald door psychologische theorieën
o Ligt niet per definitie vast
Dynamisch spel tussen 1. & 2.
Gevolg: grenzen tussen wetenschappen liggen niet vast
1
,Academiejaar 2022_2023
HoGent
3. THEORIEËN
Psychologie is een veelkoppig monster: er zijn vele gezichten
Theorieën = referentiekaders
o Bieden interpretaties waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden
o Grote verscheidenheid Specifieke onderwerpen
Verschillende theorieën: Eenzelfde verschijnsel wordt verschillend beschreven en
verklaard
Functies van theorieën: leggen het verschil uit tussen ‘dagelijkse’ (persoonlijk en niet-
systematisch) en ‘wetenschappelijke’ (expliciete regels) kennis
1. Systematiseren of ordenen
Niveau van beschrijving
Wetenschappelijke kennisverwerving geschiedt volgens expliciete regels:
o Duidelijk en controleerbaar
o herhaalbaar
Wetenschappelijke waarneming is theorie geladen
2. Verklaren en voorspellen van gedrag
Verklaren: Dingen gebeuren in specifieke omstandigheden
Op grond daar van kn je voorspellen
3. Heuristische functie: Een theorie is nooit af, zij levert weer nieuwe ideeën op,
inzichten kunnen voor nieuwe voorspellingen opleveren
4. KENMERKEN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
4.1 GESCHIEDENIS VAN THEORETISCHE STROMINGEN
1. Historische ontwikkeling: wortels in filosofische tradities en nieuwe maatschappelijke
ontwikkelingen
start: 130 jaar geleden: Eerste Internationale Congres voor de Psychologie
mensen helpen met vinden van hun bestemming
ontstaan van schoolvorming: andere inzichten kennen en eventueel gebruik
van maken
2. Altijd invloed van cultuur en tijdstip en ontstaan cultuurhistorisch bepaald:
3. Stromingen reageerden op elkaar
4. Er is vaak sprake van wisselende modes; slingerbeweging
Bv. Rogers in de jaren 50
5. Stromingen maken gebruik van elkaars inzichten: fusies tussen verschillende
stromingen
Bv. gedragdtherapie: samenkomst van het behavioirisme en de cognitieve
opvatting
De samenwerking is historisch en cultureel bepaald
Toenemende behoefte aan flexibele en pragmatische opvattingen
2
,Academiejaar 2022_2023
HoGent
6. Evidence based
Nadruk op effectiviteit van een methode/behandeling
Een theorie en de daarop gebaseerde behandeling moet bewijzen dat ze een
juist inzicht biedt, dus dat ze werkt
Gericht op het nut in de praktijk en minder op de theorie
Resultaten moeten haalbaar zijn
Evidence based
o Afkomstig uit de medische wetenschap
o = Wetenschappelijk bewijs: Bewijsmateriaal uit systematisch
kwantitatief en kwalitatief onderzoek
4.2 MENSBEELDEN BIJ THEORETISCHE STROMINGEN
Mensbeeld = hoe ‘de mens’ opgevat wordt
Twee aspecten van een mensbeeld
1. Beschrijving van kenmerkende eigenschappen/essentiële kenmerken: verschil
tussen mens en dier of kind en volwassenen
2. Doelbeeld: Een verwijzing naar hoe mensen behoren te zijn/hoe ze zich
moeten gedragen
o Morele visie
o Hoe we ons behoren te gedragen
o Sturen eigen handelen en beoordelen het gedrag van anderen
Historische, culturele en religieuze beïnvloeding
o Grieken: vrouwen en slaven waren minderwaardig
o Middeleeuwen: eligie stond centraal
o Renaissance: individuele verantwoordelijkheid
nu nog altijd sterk aanwezig bij ons, niet perse in andere culturen
hierbij nadruk op een hroep of familie = Fijnmazige culturen
5. INDELINGEN VAN THEORETISCHE STROMINGEN
Op verschillende manieren ingedeeld en onderscheiden
1. Mensbeelden
2. Biopsychosociaal model: ontleend aan de systeemtheorie
aandacht voor het biologische, psychische en sociale niveau
5.1 MENSBEELDEN IN DE PSYCHOLOGIE
Drie niveaus: Hoe hoger het niveau, hoe complexer het gedrag
3
, Academiejaar 2022_2023
HoGent
mechanisch organisch personalistisch
De mens als machine De mens als levend De mens als organiserend en
organisme scheppend wezen
Mensen zijn als Mensen zijn als organismen, Uniek karakter van de mens,
mechanieken ze groeien en bloeien als mens bestuderen
Kennis uit
dierexperimenten zegt niets
over menselijk gedrag
De mens is ingewikkelder Vergelijkingen met dieren Principieel onderscheid
dan een dier kunnen zinvol zijn tussen mensen en overige
1 verschil: sociale en organismen: Een mens is
culturele omgeving een cultuur-wezen, een
talig-wezen, een spreek-
wezen
Los bestuderen van de Een organisme kun je niet Het gedrag heeft een
omgeving los bestuderen van zijn betekenis, die verschuift
omgeving naargelang de context: de
context genereert de
betekenis
zelf verantwoordelijk
voor het gedrag
Lineair causaal Circulair verklaringsmodel
verklaringsmodel
Het geheel is gelijk aan de Het geheel is meer dan de Een mens is één geheel
som der delen som der delen
statisch dynamisch
Hoe gebruik je mensbeelden en theorieën?
Met een bril zie je beter: Zo werkt een theorie ook,
Interpretatie
En theorie is als een zoeklicht. Sommige aspecten
Worden belicht en andere juist onderbelicht
5.2 ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE (AST)
De AST biedt een overkoepelend kader voor alle verschillende wetenschappen en
theorieën
AST is een metatheorie: Een theorie over theorieën
Hiërarchie van systeemniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe complexer het systeem.
4