1. arbeid
Een kracht verricht arbeid op een voorwerp als dat voorwerp zich verplaatst volgens een richting die niet loodrecht is op de
richting van de kracht
De kracht en verplaatsing zijn De kracht en verplaatsing zijn
evenwijdig niet evenwijdig
De grootte van de kracht is
constant x = afstand afgelegd in m
W in Newtonmeter
De grootte van de kracht is
niet constant
Kracht en verplaatsing zelfde zin arbeid positief, anders negatief
Constante snelheid (bv fietsen) geen arbeid
Kracht loodrecht op verplaatsing geen arbeid (cos = 0)
Als 0° ≤ α < 90° cosα > 0 W > 0
Als 90° < α ≤ 180° cosα < 0 W < 0
2. arbeid door enkele bijzondere krachten verricht
K = F/x (N/meter)
3. Energie
Een voorwerp bezit energie als het arbeid kan verrichten
Een voorwerp kan:
Kinetische energie omwille van zijn snelheid
Potentiële energie bezitten omwille van de toestand waarin het zich bevindt
Potentiële gravitatie en potentiële elastische energie
Emech = Ekin + Epot
Kinetische energie: