Ontwikkeling van het kind: Filosofie (Jaar 1, blok 1)
College aantekeningen + literatuur
De Haagse Hogeschool, Pedagogiek 2022/2023
Indy Thérèse
,Inhoudsopgave
Filosofie, hoorcollege 1: Filosofie van het pedagogische werkveld....... 3
Filosofie, hoorcollege 2: Schipperende ouders, ‘streng zijn of luisteren’
................................................................................................................ 6
Filosofie, hoorcollege 3: PerspecTeven op ‘een goed leven’ –
Aristoteles en Seneca ........................................................................... 17
Filosofie, hoorcollege 4: PerspecTeven op ‘autonomie’ - Arendt en
Foucault ................................................................................................ 22
Filosofie, hoorcollege 5: PerspecTeven op de goede overheid –
Hobbes en Locke ................................................................................... 29
Filosofie, hoorcollege 6: PerspecTeven op rechtvaardigheid en ethiek –
plichtsethiek en uTlisme....................................................................... 36
Filosofie, hoorcollege 7: PerspecTeven op rechtvaardigheid en ethiek –
deugdethiek en zorgethiek ................................................................... 44
2
,Filosofie, hoorcollege 1: Filosofie van het pedagogische werkveld
02-09-22
Oorsprong van de filosofie
Verwondering (Plato)
Bekende filosofen, SPA
Socrates, Plato en Aristoteles
Manier waarop begeleiders omgaan met cliënten wordt deels bepaald door:
Hun opvaHngen over mens en maatschappij.
- WMO: wet maatschappelijke ondersteuning.
- Betekenis WMO: ‘De mens wordt gezien als rationeel en autonoom wezen, dat zelf kan
bepalen wat goed is.’
- Uitgangspunt WMO: ‘De burger is in 1e instantie zelf verantwoordelijk voor zijn
zelfredzaamheid, zijn deelname aan de samenleving en de mate waarin deze samenleving
gekenmerkt wordt.
Feit: betekenis die vaststaat en er is maar één uitleg vatbaar.
Sociaal werkers mogen niet zomaar hun eigen opvaHngen volgen. Ze hebben te maken met:
- Wet
- Instelling die doelen stelt
- Cliënten hebben eigen visie
DiscreXonaire ruimte: binnen de weYelijke kaders is er ruimte waarin sociaal werkers naar eigen
inzicht kunnen handelen.
3
, Soort vragen Tentamen
- Wat: feitelijke vragen
- Hoe: technische vragen
- Waarom: filosofische en ethische vragen
Feitelijke vragen – ‘Wat?’
Het antwoord kan je waarnemen met zintuigen.
De intenXe is om een antwoord te geven dat ‘waar/onwaar’ is.
Het antwoord is descripXef (beschrijving van een feit).
VB: Hoe oud is het kind?
Technische vragen – ‘Hoe?’
Vraagt naar instrucXe.
Het antwoord is een handelingsrecept, gebaseerd op ervaring, intuïXe of wetenschappelijk onderzoek
(oorzaak-gevolg)
Het antwoord werkt/werkt niet.
VB: Hoe ga ik met de dri_bui van de peuter om?
Filosofische en ethische vragen – ‘Waarom?’
Ethische/normaXeve vragen
Vraagt naar vooronderstellingen, invullingen, begrippen of achterliggende opvaHngen.
Vraagt naar goed/kwaad, waarden/normen of over wat mag/moet.
Antwoord kan je niet ‘bewijzen’ via waarneming, wetenschap of handelingsvoorschri_.
Het antwoord roept nieuwe vragen op.
Het antwoord is zijn prescripXef (Hoe dingen voorgeschreven staan of gedaan moeten worden).
Geen feitelijk antwoord.
VB: Waarom is het belangrijk dat je reageert op de dri_bui van een peuter?
Wat betekent ‘vrijheid’?
Filosofische vragen
Een definiXef antwoord bestaat niet
Kunnen niet wetenschappelijk beantwoord worden
Geen empirische (wat je kan waarnemen) antwoorden
Vanzelfsprekendheden doorbreken
4
College aantekeningen + literatuur
De Haagse Hogeschool, Pedagogiek 2022/2023
Indy Thérèse
,Inhoudsopgave
Filosofie, hoorcollege 1: Filosofie van het pedagogische werkveld....... 3
Filosofie, hoorcollege 2: Schipperende ouders, ‘streng zijn of luisteren’
................................................................................................................ 6
Filosofie, hoorcollege 3: PerspecTeven op ‘een goed leven’ –
Aristoteles en Seneca ........................................................................... 17
Filosofie, hoorcollege 4: PerspecTeven op ‘autonomie’ - Arendt en
Foucault ................................................................................................ 22
Filosofie, hoorcollege 5: PerspecTeven op de goede overheid –
Hobbes en Locke ................................................................................... 29
Filosofie, hoorcollege 6: PerspecTeven op rechtvaardigheid en ethiek –
plichtsethiek en uTlisme....................................................................... 36
Filosofie, hoorcollege 7: PerspecTeven op rechtvaardigheid en ethiek –
deugdethiek en zorgethiek ................................................................... 44
2
,Filosofie, hoorcollege 1: Filosofie van het pedagogische werkveld
02-09-22
Oorsprong van de filosofie
Verwondering (Plato)
Bekende filosofen, SPA
Socrates, Plato en Aristoteles
Manier waarop begeleiders omgaan met cliënten wordt deels bepaald door:
Hun opvaHngen over mens en maatschappij.
- WMO: wet maatschappelijke ondersteuning.
- Betekenis WMO: ‘De mens wordt gezien als rationeel en autonoom wezen, dat zelf kan
bepalen wat goed is.’
- Uitgangspunt WMO: ‘De burger is in 1e instantie zelf verantwoordelijk voor zijn
zelfredzaamheid, zijn deelname aan de samenleving en de mate waarin deze samenleving
gekenmerkt wordt.
Feit: betekenis die vaststaat en er is maar één uitleg vatbaar.
Sociaal werkers mogen niet zomaar hun eigen opvaHngen volgen. Ze hebben te maken met:
- Wet
- Instelling die doelen stelt
- Cliënten hebben eigen visie
DiscreXonaire ruimte: binnen de weYelijke kaders is er ruimte waarin sociaal werkers naar eigen
inzicht kunnen handelen.
3
, Soort vragen Tentamen
- Wat: feitelijke vragen
- Hoe: technische vragen
- Waarom: filosofische en ethische vragen
Feitelijke vragen – ‘Wat?’
Het antwoord kan je waarnemen met zintuigen.
De intenXe is om een antwoord te geven dat ‘waar/onwaar’ is.
Het antwoord is descripXef (beschrijving van een feit).
VB: Hoe oud is het kind?
Technische vragen – ‘Hoe?’
Vraagt naar instrucXe.
Het antwoord is een handelingsrecept, gebaseerd op ervaring, intuïXe of wetenschappelijk onderzoek
(oorzaak-gevolg)
Het antwoord werkt/werkt niet.
VB: Hoe ga ik met de dri_bui van de peuter om?
Filosofische en ethische vragen – ‘Waarom?’
Ethische/normaXeve vragen
Vraagt naar vooronderstellingen, invullingen, begrippen of achterliggende opvaHngen.
Vraagt naar goed/kwaad, waarden/normen of over wat mag/moet.
Antwoord kan je niet ‘bewijzen’ via waarneming, wetenschap of handelingsvoorschri_.
Het antwoord roept nieuwe vragen op.
Het antwoord is zijn prescripXef (Hoe dingen voorgeschreven staan of gedaan moeten worden).
Geen feitelijk antwoord.
VB: Waarom is het belangrijk dat je reageert op de dri_bui van een peuter?
Wat betekent ‘vrijheid’?
Filosofische vragen
Een definiXef antwoord bestaat niet
Kunnen niet wetenschappelijk beantwoord worden
Geen empirische (wat je kan waarnemen) antwoorden
Vanzelfsprekendheden doorbreken
4