WEEK 1 WERKGROEP 1
ONDERWERPEN
Inleiding vermogensrecht
De verbintenis
Bronnen van verbintenissen
Het begrip ‘rechtshandeling’
De natuurlijke verbintenis
VAARDIGHEDEN
Analyseren wetgeving
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 1, 13, 14 en 24
JURISPRUDENTIE BRAHN
Quint/Te Poel (Brahn no. 355)
Studietip 1: Lees voordat je begint met bestudering van de stof eerst de op blackboard
gepubliceerde algemene informatie door.
Studietip 2: In Brahn/Reehuis wordt regelmatig verwezen naar artikelen in het BW. Zoek
tijdens het studeren de desbetreffende artikelen op in je wettenbundel. Als je goed de weg
weet in je wettenbundel zal dit een grote steun zijn bij het maken van je toetsen, de
wettenbundel mag immers mee!
Let op: je mag om die reden geen aantekeningen maken in je wettenbundel, onderstrepen
en verwijzen naar artikelen en rechtspraak mag wel.
INLEIDING OP DE STOF
Het privaatrecht kan men onderverdelen in het materiële privaatrecht en het formele
privaatrecht (burgerlijk procesrecht). Het materiële privaatrecht geeft inhoudelijk regels
over rechten en plichten. Het formele privaatrecht regelt de wijze waarop de burgers
jegens elkaar hun rechten kunnen handhaven met behulp van rechterlijke tussenkomst. In
de twee vakken Inleiding privaatrecht komt het burgerlijk procesrecht nog niet aan de
orde.
Binnen het materiële privaatrecht maakt men een onderscheid tussen personenrecht en
vermogensrecht. Met personenrecht wordt zowel het personen- en familierecht bedoeld als
het rechtspersonenrecht (zie boek 1 en 2 van het BW). Deze twee onderdelen komen in de
twee inleidende vakken ook niet aan bod. Wel uitgebreid aan de orde komt het
vermogensrecht. Het is het meest omvangrijke deel van het privaatrecht.
Het vermogensrecht omvat regels betreffende rechten en plichten die tot het vermogen van
de mens of een rechtspersoon behoren. Dat zijn rechten en plichten die in de economische
sfeer liggen; zij hebben een bepaalde geldswaarde. De meeste vermogensrechten worden
gekenmerkt door het feit dat ze aan een ander kunnen worden overgedragen. Voorbeelden
van rechten zijn het eigendomsrecht, het recht van erfpacht of het recht op levering van
een auto. Voorbeelden van plichten zijn de betalingsverplichting en de leverings-
verplichting.
1
ONDERWERPEN
Inleiding vermogensrecht
De verbintenis
Bronnen van verbintenissen
Het begrip ‘rechtshandeling’
De natuurlijke verbintenis
VAARDIGHEDEN
Analyseren wetgeving
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 1, 13, 14 en 24
JURISPRUDENTIE BRAHN
Quint/Te Poel (Brahn no. 355)
Studietip 1: Lees voordat je begint met bestudering van de stof eerst de op blackboard
gepubliceerde algemene informatie door.
Studietip 2: In Brahn/Reehuis wordt regelmatig verwezen naar artikelen in het BW. Zoek
tijdens het studeren de desbetreffende artikelen op in je wettenbundel. Als je goed de weg
weet in je wettenbundel zal dit een grote steun zijn bij het maken van je toetsen, de
wettenbundel mag immers mee!
Let op: je mag om die reden geen aantekeningen maken in je wettenbundel, onderstrepen
en verwijzen naar artikelen en rechtspraak mag wel.
INLEIDING OP DE STOF
Het privaatrecht kan men onderverdelen in het materiële privaatrecht en het formele
privaatrecht (burgerlijk procesrecht). Het materiële privaatrecht geeft inhoudelijk regels
over rechten en plichten. Het formele privaatrecht regelt de wijze waarop de burgers
jegens elkaar hun rechten kunnen handhaven met behulp van rechterlijke tussenkomst. In
de twee vakken Inleiding privaatrecht komt het burgerlijk procesrecht nog niet aan de
orde.
Binnen het materiële privaatrecht maakt men een onderscheid tussen personenrecht en
vermogensrecht. Met personenrecht wordt zowel het personen- en familierecht bedoeld als
het rechtspersonenrecht (zie boek 1 en 2 van het BW). Deze twee onderdelen komen in de
twee inleidende vakken ook niet aan bod. Wel uitgebreid aan de orde komt het
vermogensrecht. Het is het meest omvangrijke deel van het privaatrecht.
Het vermogensrecht omvat regels betreffende rechten en plichten die tot het vermogen van
de mens of een rechtspersoon behoren. Dat zijn rechten en plichten die in de economische
sfeer liggen; zij hebben een bepaalde geldswaarde. De meeste vermogensrechten worden
gekenmerkt door het feit dat ze aan een ander kunnen worden overgedragen. Voorbeelden
van rechten zijn het eigendomsrecht, het recht van erfpacht of het recht op levering van
een auto. Voorbeelden van plichten zijn de betalingsverplichting en de leverings-
verplichting.
1