100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Answers

Werkgroep SBR week 7

Rating
-
Sold
1
Pages
6
Uploaded on
20-10-2016
Written in
2015/2016

Uitwerkingen van de werkgroep voor het vak Inleiding Staats- en Bestuursrecht, week 7

Institution
Course








Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 20, 2016
Number of pages
6
Written in
2015/2016
Type
Answers
Person
Unknown

Subjects

Content preview

Thema 7 Rechterlijke controle
Inleiding op het thema:
Het onderhavige thema sluit onder meer aan op thema 5 waarin het legaliteitsbeginsel
centraal stond. Dat beginsel stelt op twee manieren grenzen aan het optreden van de
overheid: het recht fungeert als grondslag en als begrenzing van de bevoegdheden van de
overheid. Gaandeweg in de geschiedenis groeide het inzicht dat de binding van de overheid
aan het recht gebaat is bij een daarop gerichte onafhankelijke rechterlijke controle. Het
stelsel van de rechtsbescherming tegen de overheid heeft zich sinds het einde van de
negentiende eeuw langs twee lijnen ontwikkeld. Allereerst heeft de burgerlijke rechter zich
opgeworpen als beschermer van de rechten van de burger in verhouding tot de overheid.
Daarnaast is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van besluiten van bestuursorganen
vanaf het begin van de twintigste eeuw langzaam maar zeker een volwaardig stelsel van
bestuursrechtspraak opgebouwd. In deze periode heeft ook de toetsing door de rechter van
het overheidsoptreden belangrijke wijzigingen ondergaan, zoals de toetsing aan de
algemene rechtsbeginselen respectievelijk algemene beginselen van behoorlijk bestuur
(deze beginselen zijn behandeld in thema 5). Zonder deze beginselen (normering) zou het
overheidsgezag in relatie tot burgers een element van machtsvolkomenheid behouden,
hetgeen onvermijdelijk een zekere willekeur insluit. De ontwikkeling van de rol van de rechter
hierin kan met H.D. van Wijk omschreven worden als een ontwikkeling van voortgaande
terugtred. Het woord ‘voortgaande’ slaat op het doordringen van de rechter tot het freies
Ermessen (beleidsvrijheid) van het bestuursorgaan en het woord ‘terugtred’ op de restrictie
die de rechter zich hierin heeft opgelegd door slechts marginaal aan deze vrijheid te toetsen.

Naast de hoofdonderwerpen van de rechterlijke controle in algemene zin en de
rechtsbescherming tegen overheidshandelen in het bijzonder komt in dit thema ook de
verhouding tussen rechter en wetgever aan bod. Het vaststellen van wetten en daarmee het
scheppen van geschreven recht is exclusief voorbehouden aan de democratisch
gelegitimeerde wetgever. De rechter dient bij zijn oordeelsvorming als uitgangspunt trouw te
zijn aan de wet en kan zonder enige geschreven wettelijke grondslag zelf geen recht
scheppen. Gaandeweg is in de jurisprudentie van in eerste instantie de Hoge Raad tot
uitdrukking gekomen dat het voorgaande niet uitsluit dat de rechter het recht dient te vormen
respectievelijk ontwikkelen (vergelijk artikel 81, eerste lid, Wet op de Rechterlijke
Organisatie). Deze veranderde positie van de rechter in verhouding tot de wetgever is onder
meer het gevolg van de groeiende verwevenheid van de nationale rechtsorde met de
internationale (Europese) rechtsorde. Toetsing door de rechter aan het internationale
(Europese) recht is voor Nederland in het bijzonder van belang vanwege het rechterlijke
toetsingsverbod van de formele wet aan (onder meer) de Grondwet (artikel 120 Grondwet).
Een initiatiefwet van GroenLinks om dit verbod voor een deel op te heffen, is recentelijk in de
zogeheten tweede lezing gestrand. Dit met als voornaamste argument dat de beoordeling of
een formele wet in lijn met de Grondwet is niet ter beoordeling dient te staan aan een niet
democratisch gelegitimeerde instantie als de rechter, maar aan het wel democratisch
gekozen parlement.

Voorgeschreven materiaal:

Literatuur
- BKVW, hoofdstuk 7 [met uitzondering van 7.3.1]
- BKVW, hoofdstuk 14, paragraaf 14.1-14.2
- B.J. Schueler, ‘Een overzichtelijke, onafhankelijke eenheid? Over integratie van de
bestuursrechtspraak’, NTB 2014, p. 157-165.
- R. Ortlep, ‘Prejudiciële procedure motie Recourt Taverne: oude wijn in nieuwe
zakken’, JBplus 2015, afl. 3.




Universiteit Utrecht, Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016 ©
$4.27
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
KyraNieuwenhuijsen97 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
250
Member since
9 year
Number of followers
127
Documents
388
Last sold
2 year ago

3.8

185 reviews

5
15
4
127
3
34
2
8
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions