Commercieel 1 Boek A
1.1 Commercieel beleid voor de manager
Commercieel beleid
Inkoopbeleid Verkoopbeleid
- Producten inkopen - Marktonderzoek
- Leveranciers kiezen - Trends en ontwikkelingen bepalen
- Distributie bepalen - Concurrentie in kaart brengen
- Commerciële cijfers
- Winkelformule
- Marketingbeleid
Winkelformule
Doelgroep Marktpositie Retailmix
Retailmix
- Prijs
- Product
- Plaats
- Promotie
- Personeel
- Presentatie
1.2 Andere taken van de manager
Naast het commercieel beleid houd de manager retail zich ook bezig met:
- Verkoopactiviteiten
De verkoop van artikelen en diensten is de hoofdzaak van een manager retail.
- Voorraad en goederenstroom beheren
Je houd de voorraad goed in de gaten, en dat de leveringen goed gecontroleerd
worden. Bij het beheren van de voorraad hoort ook de winkelpresentatie.
- Financieel beleid opzetten en/of uitvoeren
Het is belangrijk dat je winst maakt, om te weten of je winst maakt is het
belangrijk dat je de administratie goed bijhoud.
- Leidinggeven en personeel beleid vormgeven
Als manager geef je leiding aan een of meer medewerkers. Hiervoor maak je een
werkplanning, zodat alle werkzaamheden goed verdeeld zijn. Ook verzorg je het
personeelsbeleid, je voert sollicitatiegesprekken en organiseert werkoverleggen.
, 1.3 Retail is handel
De handel kun je indelen in twee groepen:
- Retail of detailhandel – B2C business to costumer
- Groot Handel – B2B business to business
Functies van retail:
- Algemene functie: het leveren van producten aan de consument
- Commerciële functie: het kopen en verkopen van producten met oog op winst,
- Distributieve functie: ervoor zorgen dat de producten vanaf de fabrikant of
groothandel bij de consument komen.
-
1.4 Klein- en grootwinkelbedrijf
Mkb: midden-en kleinwinkelbedrijf, hieronder vallen alle winkels met minder dan 250
medewerkers.
Kleinwinkelbedrijf: zelfstandige retailer met minder dan 50 medewerkers.
Grootwinkelbedrijf: retailbedrijven die meer dan 100 medewerkers hebben, ook bedrijven
die meer dan 7 filialen hebben behoren tot een grootwinkelbedrijf.
1.5 Verkoopkanalen
Fysieke winkels:
- Supermarkt
- Speciaalzaak
- Warenhuis
- Klein
-
- Varietystore
- Mixed store
- Conceptstore
- Pop up store
Webwinkel:
- Webshops
Verkoopkanalen in niet winkelvorm:
- Ambulante handel: de handel zonder vaste locatie die plaatsvind in openbare
ruimtes. Vb. bloemkramen, oliebollenkramen, verkoop aan de deur.
- Colportage: gevraagde en ongevraagde verkoop aan de deur of via de telefoon.
Combinatie van verkoopkanalen:
- Monochannel: Vorm
- Multichannel
- Crosschannel
1.1 Commercieel beleid voor de manager
Commercieel beleid
Inkoopbeleid Verkoopbeleid
- Producten inkopen - Marktonderzoek
- Leveranciers kiezen - Trends en ontwikkelingen bepalen
- Distributie bepalen - Concurrentie in kaart brengen
- Commerciële cijfers
- Winkelformule
- Marketingbeleid
Winkelformule
Doelgroep Marktpositie Retailmix
Retailmix
- Prijs
- Product
- Plaats
- Promotie
- Personeel
- Presentatie
1.2 Andere taken van de manager
Naast het commercieel beleid houd de manager retail zich ook bezig met:
- Verkoopactiviteiten
De verkoop van artikelen en diensten is de hoofdzaak van een manager retail.
- Voorraad en goederenstroom beheren
Je houd de voorraad goed in de gaten, en dat de leveringen goed gecontroleerd
worden. Bij het beheren van de voorraad hoort ook de winkelpresentatie.
- Financieel beleid opzetten en/of uitvoeren
Het is belangrijk dat je winst maakt, om te weten of je winst maakt is het
belangrijk dat je de administratie goed bijhoud.
- Leidinggeven en personeel beleid vormgeven
Als manager geef je leiding aan een of meer medewerkers. Hiervoor maak je een
werkplanning, zodat alle werkzaamheden goed verdeeld zijn. Ook verzorg je het
personeelsbeleid, je voert sollicitatiegesprekken en organiseert werkoverleggen.
, 1.3 Retail is handel
De handel kun je indelen in twee groepen:
- Retail of detailhandel – B2C business to costumer
- Groot Handel – B2B business to business
Functies van retail:
- Algemene functie: het leveren van producten aan de consument
- Commerciële functie: het kopen en verkopen van producten met oog op winst,
- Distributieve functie: ervoor zorgen dat de producten vanaf de fabrikant of
groothandel bij de consument komen.
-
1.4 Klein- en grootwinkelbedrijf
Mkb: midden-en kleinwinkelbedrijf, hieronder vallen alle winkels met minder dan 250
medewerkers.
Kleinwinkelbedrijf: zelfstandige retailer met minder dan 50 medewerkers.
Grootwinkelbedrijf: retailbedrijven die meer dan 100 medewerkers hebben, ook bedrijven
die meer dan 7 filialen hebben behoren tot een grootwinkelbedrijf.
1.5 Verkoopkanalen
Fysieke winkels:
- Supermarkt
- Speciaalzaak
- Warenhuis
- Klein
-
- Varietystore
- Mixed store
- Conceptstore
- Pop up store
Webwinkel:
- Webshops
Verkoopkanalen in niet winkelvorm:
- Ambulante handel: de handel zonder vaste locatie die plaatsvind in openbare
ruimtes. Vb. bloemkramen, oliebollenkramen, verkoop aan de deur.
- Colportage: gevraagde en ongevraagde verkoop aan de deur of via de telefoon.
Combinatie van verkoopkanalen:
- Monochannel: Vorm
- Multichannel
- Crosschannel