IER, 2015-2016 periode 4
Week 3: doorwerking van Europees recht
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 3
Doorwerking van Europees recht in de nationale rechtsorde
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015)
- Hoofdstuk 8
-Hoofdstuk 9, met name paragraaf 3.2.
Reader
- week 3
Warm-up vragen
I. Geef aan welk van de onderstaande stellingen juist is. Beargumenteer je
antwoord.
a) Verbindende rechtsinstrumenten van de Unie omvatten: verordeningen,
richtlijnen, besluiten en aanbevelingen.
b) Een verordening heeft algemene strekking en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Juist, volgens artikel 288 VWEU is een richtlijn verbindend
ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij
bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten
vorm en middelen te kiezen. De verordening is rechtstreeks toepasselijk.
c) Een richtlijn heeft een algemene strekking en is verbindend ten aanzien
van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is.
d) Een richtlijn heeft een algemene strekking en is verbindend in al haar
onderdelen.
II. Welke belangrijke kwalificaties heeft het Hof van Justitie in het arrest Van
Gend en Loos aan de Europese Unie gegeven? Beargumenteer je antwoord.
a) Het Hof verklaarde dat de EEG een nieuwe rechtsorde is.
b) Het Hof verklaarde dat de EEG een autonomie rechtsorde is. ->
Costa/ENEL
c) Het Hof verklaarde dat de EEG een eigen rechtsorde is.
d) Het Hof verklaarde dat de EEG een rechtstreeks werkende orde is. In het
arrest Van Gend & Loos bepaalde het Hof dat Unierecht rechtstreeks
doorwerkt in het nationale recht van de lidstaten.
III. Welke kenmerken van de Unie heeft het Hof in Van Gend en Loos gebruikt ter
onderbouwing hiervan? (meerdere antwoorden zijn juist). Beargumenteer je
antwoord.
a) Instelling van een gemeenschappelijke markt is het oogmerk van de EEG.
Juist, volgens Van Gend & Loos: overwegende dat het oogmerk van het EEG-
Verdrag, namelijk de instelling van een gemeenschappelijke markt.
b) De gemeenschappelijke markt betreft direct de burgers in de LS. Juist, de
ingezetenen rechtstreeks betreft.
Week 3: doorwerking van Europees recht
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 3
Doorwerking van Europees recht in de nationale rechtsorde
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015)
- Hoofdstuk 8
-Hoofdstuk 9, met name paragraaf 3.2.
Reader
- week 3
Warm-up vragen
I. Geef aan welk van de onderstaande stellingen juist is. Beargumenteer je
antwoord.
a) Verbindende rechtsinstrumenten van de Unie omvatten: verordeningen,
richtlijnen, besluiten en aanbevelingen.
b) Een verordening heeft algemene strekking en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Juist, volgens artikel 288 VWEU is een richtlijn verbindend
ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij
bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten
vorm en middelen te kiezen. De verordening is rechtstreeks toepasselijk.
c) Een richtlijn heeft een algemene strekking en is verbindend ten aanzien
van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is.
d) Een richtlijn heeft een algemene strekking en is verbindend in al haar
onderdelen.
II. Welke belangrijke kwalificaties heeft het Hof van Justitie in het arrest Van
Gend en Loos aan de Europese Unie gegeven? Beargumenteer je antwoord.
a) Het Hof verklaarde dat de EEG een nieuwe rechtsorde is.
b) Het Hof verklaarde dat de EEG een autonomie rechtsorde is. ->
Costa/ENEL
c) Het Hof verklaarde dat de EEG een eigen rechtsorde is.
d) Het Hof verklaarde dat de EEG een rechtstreeks werkende orde is. In het
arrest Van Gend & Loos bepaalde het Hof dat Unierecht rechtstreeks
doorwerkt in het nationale recht van de lidstaten.
III. Welke kenmerken van de Unie heeft het Hof in Van Gend en Loos gebruikt ter
onderbouwing hiervan? (meerdere antwoorden zijn juist). Beargumenteer je
antwoord.
a) Instelling van een gemeenschappelijke markt is het oogmerk van de EEG.
Juist, volgens Van Gend & Loos: overwegende dat het oogmerk van het EEG-
Verdrag, namelijk de instelling van een gemeenschappelijke markt.
b) De gemeenschappelijke markt betreft direct de burgers in de LS. Juist, de
ingezetenen rechtstreeks betreft.