IER, periode 4
Week 7
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 7
Europese en nationale rechtsgangen
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015): Hoofdstuk 9
Reader: Week 7 en CILFIT en Foto-Frost (week 3 )
Warm-up vragen
I. Geef aan welk van de onderstaande stellingen onjuist is. Beargumenteer je
antwoord.
a) Het recht om zich vrij op het grondgebied van de EU te verplaatsen en er vrij te
verblijven zijn terug te vinden in art. 21 Wv en art. 45 Handvest.
b) Actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het EP en de
gemeenteraardverkiezingen zijn uitsluitend in het Werkingverdrag (art. 22) te
vinden. Dit staat ook in art. 39 en 40 van het Handvest, de stelling is dus onjuist.
c) Het recht op diplomatieke bescherming is terug te vinden in art. 23 Wv en art.
46 Handvest.
d) Het recht om een burgerinitaitief te organiseren is uitsluitend in het
Werkingverdrag (art. 24 Wv) te vinden. In artikel 11 VEU is dit ook te vinden,
deze stelling is dus onjuist.
II. Wat is het belang van de prejudiciële procedure (art. 267 Wv) voor de
rechtsorde van de Europese Unie? Uniformiteit van het Unierecht -> zelfde
uitlegging door alle rechter -> Rheinmuhlen/Dusseldorf ro. 2.
III. Onder welke voorwaarden is een nationale rechter gehouden om via een pre-
judiciële procedure een vraag te stellen aan het Hof van Justitie? Wanneer de
nationale rechter dit noodzakelijk acht, wanneer er een vraag opgeworpen en er
geen hoger beroep meer openstaat bij een nationale rechter, in geval van
ongeldigheid zijn beide rechters verplicht (geldigheid mag wel worden vastgesteld
door de nationale rechter -> Foto Frost). Bij twijfels over ongeldigheid ->
nationale rechter altijd naar HvJ, alleen bij zekerheid over geldigheid mag
nationale rechter zelf kijken. Tenzij uitzonderingen arrest Cilfit.
1
Week 7
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 7
Europese en nationale rechtsgangen
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015): Hoofdstuk 9
Reader: Week 7 en CILFIT en Foto-Frost (week 3 )
Warm-up vragen
I. Geef aan welk van de onderstaande stellingen onjuist is. Beargumenteer je
antwoord.
a) Het recht om zich vrij op het grondgebied van de EU te verplaatsen en er vrij te
verblijven zijn terug te vinden in art. 21 Wv en art. 45 Handvest.
b) Actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het EP en de
gemeenteraardverkiezingen zijn uitsluitend in het Werkingverdrag (art. 22) te
vinden. Dit staat ook in art. 39 en 40 van het Handvest, de stelling is dus onjuist.
c) Het recht op diplomatieke bescherming is terug te vinden in art. 23 Wv en art.
46 Handvest.
d) Het recht om een burgerinitaitief te organiseren is uitsluitend in het
Werkingverdrag (art. 24 Wv) te vinden. In artikel 11 VEU is dit ook te vinden,
deze stelling is dus onjuist.
II. Wat is het belang van de prejudiciële procedure (art. 267 Wv) voor de
rechtsorde van de Europese Unie? Uniformiteit van het Unierecht -> zelfde
uitlegging door alle rechter -> Rheinmuhlen/Dusseldorf ro. 2.
III. Onder welke voorwaarden is een nationale rechter gehouden om via een pre-
judiciële procedure een vraag te stellen aan het Hof van Justitie? Wanneer de
nationale rechter dit noodzakelijk acht, wanneer er een vraag opgeworpen en er
geen hoger beroep meer openstaat bij een nationale rechter, in geval van
ongeldigheid zijn beide rechters verplicht (geldigheid mag wel worden vastgesteld
door de nationale rechter -> Foto Frost). Bij twijfels over ongeldigheid ->
nationale rechter altijd naar HvJ, alleen bij zekerheid over geldigheid mag
nationale rechter zelf kijken. Tenzij uitzonderingen arrest Cilfit.
1