H1
Privaatrecht: beschrijft hoe natuurlijke personen en rechtspersonen met elkaar om moeten
gaan.
Natuurlijke personen = mensen van vlees en bloed
Rechtspersonen = juridische constructies waarbij natuurlijke personen ingezet worden om
de doelstelling van het bedrijf te verwezenlijken. -> rechtspersoonlijkheid.
Rechtspersoonlijkheid = als men d.m.v. van een juridische constructie aan het rechtsverkeer
deelneemt. -> privaatrechtelijke handelingen kunnen worden verricht.
Personenrecht = gericht op de persoon; de natuurlijke persoon en de rechtspersoon (BW 1
en BW 2)
Vermogensrecht = gericht op het vermogen van de natuurlijke persoon en de rechtspersoon
(BW 3 t.m.t. 8)
Vermogen = een geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand op een
bepaald moment tot zijn beschikking heeft.
Goederenrecht -> BW 3, 4, 5 Verbintenissenrecht -> BW 6, 7, 8
Beginselen en uitgangspunten voor het privaatrecht.
Rechtsbronnen: wet, jurisprudentie, verdrag en gewoonte
Gewoonte heeft 2 voorwaarden; herhaling van gedrag + rechtsnorm
Verdrag voorbeelden; EVRM, IVRK, Weens Koopverdrag
Beginselen privaatrecht:
1. Contractsvrijheid
Eenieder is vrij om een overeenkomst al dan niet aan te gaan, te kiezen met welke
wederpartij hij of zij handelt en wat de inhoud is van de overeenkomst.
2. Vormvrijheid
De totstandkoming van een overeenkomst. Het uitgangspunt is dat de overeenkomst
geen speciale vorm heeft waarin de handelingen moeten worden verricht.
3. Pacta sunt servanda
Overeenkomsten moeten worden nagekomen. -> art. 6:248 lid 1 BW
Andere belangrijke beginselen:
1. Redelijkheid en billijkheid
2. Bijzonder gaat voor algemeen
3. Relativiteit
4. Dwingen en regelend (aanvullend) recht
Privaatrecht: beschrijft hoe natuurlijke personen en rechtspersonen met elkaar om moeten
gaan.
Natuurlijke personen = mensen van vlees en bloed
Rechtspersonen = juridische constructies waarbij natuurlijke personen ingezet worden om
de doelstelling van het bedrijf te verwezenlijken. -> rechtspersoonlijkheid.
Rechtspersoonlijkheid = als men d.m.v. van een juridische constructie aan het rechtsverkeer
deelneemt. -> privaatrechtelijke handelingen kunnen worden verricht.
Personenrecht = gericht op de persoon; de natuurlijke persoon en de rechtspersoon (BW 1
en BW 2)
Vermogensrecht = gericht op het vermogen van de natuurlijke persoon en de rechtspersoon
(BW 3 t.m.t. 8)
Vermogen = een geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand op een
bepaald moment tot zijn beschikking heeft.
Goederenrecht -> BW 3, 4, 5 Verbintenissenrecht -> BW 6, 7, 8
Beginselen en uitgangspunten voor het privaatrecht.
Rechtsbronnen: wet, jurisprudentie, verdrag en gewoonte
Gewoonte heeft 2 voorwaarden; herhaling van gedrag + rechtsnorm
Verdrag voorbeelden; EVRM, IVRK, Weens Koopverdrag
Beginselen privaatrecht:
1. Contractsvrijheid
Eenieder is vrij om een overeenkomst al dan niet aan te gaan, te kiezen met welke
wederpartij hij of zij handelt en wat de inhoud is van de overeenkomst.
2. Vormvrijheid
De totstandkoming van een overeenkomst. Het uitgangspunt is dat de overeenkomst
geen speciale vorm heeft waarin de handelingen moeten worden verricht.
3. Pacta sunt servanda
Overeenkomsten moeten worden nagekomen. -> art. 6:248 lid 1 BW
Andere belangrijke beginselen:
1. Redelijkheid en billijkheid
2. Bijzonder gaat voor algemeen
3. Relativiteit
4. Dwingen en regelend (aanvullend) recht