• Binnen de groep patienten met een CNA zijn alle leeftijden vertegenwoordigd. Zo kan
je met een invaliderende neurologische aandoening zijn geboren (vb. Cerebrale
parese), een ziekte als multiple sclerose wordt vaak tussen het 20 e en 40e levensjaar
ontdekt en parkison komt vooral na het 60e levensjaar voor.
• CNA is zelden te genezen. Je zult vaak de gevolgen van een aandoening moeten
inventariseren en de patient leren om te gaan met de gevolgen ervan. ‘beter maken’
krijgt daarmee een specifieke betekenis.
• Bij patienten met CNA is zelfstandig functioneren in het dagelijkse leven een
belangrijke hulpvraag. Voor de patient is het van groot belang: lukt het en kan het
veilig. Zelfstandig functioneren in het dagelijks leven vereist naast motoriek ook
communicatie, begrip, orientatie op de wereld, zelfzorg en omgaan met
hulpmiddelen. Fysiotherapeutische behandeling van patiënten met CNA betreft:
leren van bewegen, toepassen van strategieën en volhouden van
bewegingsactiviteiten.
• Traplopen vergt veel kracht en uithoudingsvermogen, naast een goede coördinatie.
De coördinatie vraagt veel omdat er een gecombineerde activiteit is van benen en
arm(-en) in verband met gebruik maken van de trapleuning. De trap omlaag blijkt
moeilijker te zijn voor een patiënt met CNA omdat dit heel gecontroleerd uitgevoerd
moet worden. Lopen is een voorwaarde voor het kunnen traplopen, daarnaast is
traplopen een heel goede training voor het lopen. Met traplopen kan je niet gelijk
aan de patient vragen om te laten zien hoe het traplopen gaat, want dit kan de
veiligheid belemmeren, dus je gaat dan samen traplopen om te kijken hoe dat gaat.
• Doel van het onderzoek van neurologische patienten:
1. Het vaststellen of fysiotherapeutische interventie geindiceerd is en indien dat zo
is:
2. Het opstellen van een behandelplan en evaluatieplan
• In het algemeen kunnen we stellen dat de systematiek neerkomt op het
beantwoorden van de volgende vragen:
- WAT kan de patiënt wel/niet en wat wil de patiënt weer kunnen?
- HOE voert de patiënt de activiteit uit?
- WAAROM gebeurt dit op deze wijze?
- Systematische stappen:
1. Vaststellen hulpvraag m.b.t. activiteit(-en) en prioritering (rangorde
belangrijkste; PSK)
2. Vaststellen vasn het handelingsprobleem volgens de patiënt (PIP)
3. Klinisch redeneren hypothese problematiek en domeinen PPA
4. Onderzoeksplan
5. Bewegingsanalyse; kwaliteit activiteiten en bewegingsfuncties
6. Klinisch redeneren hypothese keuze relevante functies
7. Meten van relevante functies
8. Resultaat onderzoek: bevindingen vastleggen
9. Klinisch redeneren hypothese relaties binnen gezondheidsas van PPA
10. Interpretatie onderzoek in relatie tot hulpvraag (PSK resultaat)
11. Klinisch redeneren hypothese realiseerbare fysiotherapeutische doelen
12. Conclusie onderzoek en globaal interventieplan