Tijd van wereldoorlogen
Drie mondiale crises drukten een stempel aan het begin van deze eeuw. De eerste wereldoorlog, de
economische crisis en de tweede wereldoorlog.
De eerste wereldoorlog:
De oorlog in 1914 was het resultaat van tegenstellingen die uit de vorige eeuw dateerden:
1. Binnenlandse tegenstellingen:
- Opkomst socialisme
- Vakverenigingen
- Eisen van meer democratie
2. De opkomst van het nationalisme in de multinationale rijken(Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het
Turkse rijk
3. Buitenlandse tegenstellingen tussen Europese mogelijkheden
- Oostenrijk, Rusland en Turkije betwistten elkaars invloed op de Balkan
- De vorsten van Duitsland en Rusland, de neven Keizer Wilhelm II en de tsaar Nicolaas hadden
slechte verhoudingen
- Engeland zag Duitsland steeds meer als bedreiging vanwege de omvang van de vloot
- In Frankrijk leefde een revanchegedachte voor de verloren oorlog van 1870-1871 tegen
Duitsland
Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog zouden er twee blokken ontstaan, die door onderlinge
verdragen zou escaleren in oorlog tussen alle Europese landen. Benelux was neutraal. Nederland
koos geen partij en bleef daardoor bespaard. De bevolking was zeker niet onpartijdig: zij keken op
tegen Duitsland, vanwege de snelle opkomst van het Keizerrijk en de militaire organisatie. Deze
opinie veranderde door het Duitse Optreden in België. De aanval op Antwerpen maakte de oorlog
hoorbaar voor Brabanders. Belgen vluchtten massaal naar Nederland. De werkelijke omslag kwam
toen er bekend werd wat Duitsland deed tegen de burgerbevolking: standrechtelijke executies en
vergeldingsacties.
Wel ondervond Nederland economische problemen door de oorlog. De regering richtte de
Nederlandse Overzee Trustmaatschappij(NOT) en de Nederlandse Uitvoeringsmaatschappij(NUM)
op, die aan het buitenland garandeerden dat de Nederlandse Import alleen voor Nederlandse markt
waren bedoeld. Een ander probleem was de schaarste aan producten, om de prijzen niet te laten
ontsporen werden er maatregelen genomen voor distributie en rantsoenering, maar dit verliep niet
vlekkeloos(Nederlands kreeg door illegale handel 1500 miljonairs erbij). Het derde probleem waren
de staatskosten die gemaakt werden voor de mobilisatie.
Het belangrijkste sociale gevolg is de doorbreking tussen man en vrouw. Vrouwen namen binnen no-
time de banen van mannen over. Dat bleek onder andere uit de mode: korte rokken, bh’s, en make-
up. Deze veranderingen waren vooralsnog tijdenlijk, hoewel het parlement in 1919 met het actief
vrouwenstemrecht instemde, wat in 1922 werd vastgelegd.
De gevolgen van de eerste wereldoorlog:
- 10 miljoen doden
- 30 miljoen invalide
- De totale oorlog: alle standen werden ondergeschikt aan en betrokken bij de oorlog. Een
‘succesvolle’ strijd was inculsief het doden van iedere burger
1 H9, Tijd van Wereldoorlogen(1900 – 1950)
Drie mondiale crises drukten een stempel aan het begin van deze eeuw. De eerste wereldoorlog, de
economische crisis en de tweede wereldoorlog.
De eerste wereldoorlog:
De oorlog in 1914 was het resultaat van tegenstellingen die uit de vorige eeuw dateerden:
1. Binnenlandse tegenstellingen:
- Opkomst socialisme
- Vakverenigingen
- Eisen van meer democratie
2. De opkomst van het nationalisme in de multinationale rijken(Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het
Turkse rijk
3. Buitenlandse tegenstellingen tussen Europese mogelijkheden
- Oostenrijk, Rusland en Turkije betwistten elkaars invloed op de Balkan
- De vorsten van Duitsland en Rusland, de neven Keizer Wilhelm II en de tsaar Nicolaas hadden
slechte verhoudingen
- Engeland zag Duitsland steeds meer als bedreiging vanwege de omvang van de vloot
- In Frankrijk leefde een revanchegedachte voor de verloren oorlog van 1870-1871 tegen
Duitsland
Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog zouden er twee blokken ontstaan, die door onderlinge
verdragen zou escaleren in oorlog tussen alle Europese landen. Benelux was neutraal. Nederland
koos geen partij en bleef daardoor bespaard. De bevolking was zeker niet onpartijdig: zij keken op
tegen Duitsland, vanwege de snelle opkomst van het Keizerrijk en de militaire organisatie. Deze
opinie veranderde door het Duitse Optreden in België. De aanval op Antwerpen maakte de oorlog
hoorbaar voor Brabanders. Belgen vluchtten massaal naar Nederland. De werkelijke omslag kwam
toen er bekend werd wat Duitsland deed tegen de burgerbevolking: standrechtelijke executies en
vergeldingsacties.
Wel ondervond Nederland economische problemen door de oorlog. De regering richtte de
Nederlandse Overzee Trustmaatschappij(NOT) en de Nederlandse Uitvoeringsmaatschappij(NUM)
op, die aan het buitenland garandeerden dat de Nederlandse Import alleen voor Nederlandse markt
waren bedoeld. Een ander probleem was de schaarste aan producten, om de prijzen niet te laten
ontsporen werden er maatregelen genomen voor distributie en rantsoenering, maar dit verliep niet
vlekkeloos(Nederlands kreeg door illegale handel 1500 miljonairs erbij). Het derde probleem waren
de staatskosten die gemaakt werden voor de mobilisatie.
Het belangrijkste sociale gevolg is de doorbreking tussen man en vrouw. Vrouwen namen binnen no-
time de banen van mannen over. Dat bleek onder andere uit de mode: korte rokken, bh’s, en make-
up. Deze veranderingen waren vooralsnog tijdenlijk, hoewel het parlement in 1919 met het actief
vrouwenstemrecht instemde, wat in 1922 werd vastgelegd.
De gevolgen van de eerste wereldoorlog:
- 10 miljoen doden
- 30 miljoen invalide
- De totale oorlog: alle standen werden ondergeschikt aan en betrokken bij de oorlog. Een
‘succesvolle’ strijd was inculsief het doden van iedere burger
1 H9, Tijd van Wereldoorlogen(1900 – 1950)