DEEL I: INLEIDING TOT DE CELBIOLOGIE
WAT IS LEVEN?
-> geen universele definitie!
-> volgens NASA: zelfbehoudend chemisch systeem dat aan Darwinische evolutie doet
o Evolutietheorie: aanpassing aan omgeving waardoor er volgende generaties genetische wijzigingen zijn
-> fenotypische wijzigingen
KENMERKEN CEL
- Sterke organisatie
- Homeostase: een cel probeert (intern) met de omgeving (extern) een evenwicht na te streven
- Groei en ontwikkeling:
- Opname van E en materie uit omgeving en transformatie daarvan*
CEL = BASISEENHEID BIOLOGIE
- Reproductie
- Respons tov stimuli*
- Adaptie aan de omgeving
Voorbeelden
Zenuwcel zoogdier
- Axon stuurt elektrische sinalen uit vanuit zenuwcel
- Dendrieten / vertakkingenn vangen elektrische signalen op
Pantoffeldiertje Leewenbekje
Bevat trilhaartjes (ciliophora) - EM: cellen in kroonblad (petalen) zijn conisch
-> bescherming (spits)
-> voortbeweging -> contact met omgeving is groter
Macrofaag S. pombe (Type gist)
- vernietigt vreemde afbraakproducten = deelt door splijting
-> immuunrespons via T-cellen - brood/biergist: deelt door knopvorming
-> w de dochtercel = budding yeest
1 ONTSTAAN VAN EUKARYOTE CELLEN
EERSTE SPOREN VAN LEVEN OP AARDE
= MICROFOSSIELEN
- Z-Afrika en Australische rotsen
Bewijst foto-autotrofie reeds aanwezig
- 3,4-3,5 miljard jaar oud
-> foto-autotrofe organismen maken eigen voedsel dmv licht
- lijkend op bacteria
-> niet noodzakelijk oxygene fotosynthese zoals planten, maar
- Vertelde verhalen over het gewone volk
anoxygene fotosynthese
1
, Foto-autotroof
OXYGENE FOTOSYNTHESE - Foto: licht
- door planten - Auto: zelf
- vorming van O2 - Troof: voeding
=> zelf kunnen voeden door
lichtcaptatie
PROKARYOTEN
§ STRUCTUUR
- celmembraan met errond celwand
- cytosol (anabolische en katabolische activiteiten)
§ DOMEINEN
- Archaea: leven in extreme milieus
- Bacteria: Escherichia coli Streptacaccus
§ KENMERKEN
1 Kernenvelop (kernmembraan) deel van systeem van interne
cytomembranen
=> groter volume
2 Cytoskelet + motorische systemen
=> celcompartimentering
=> celmotiliteit (celbeweging)
3 Sterke diversificatie specifieke eiwitten, celtypes en organismen
- dankzij complexe organisatie genoom en scheiding translatie – transcriptie
- ontstaan mitochondria, peroxisomen en plastiden
-> interiorisatie van respiratie en energieproductie
-> bewijs afstammingen aërobe prokaryote endosymbionten die werden opgenomen in cytoplasma van
anaërobe gastcel: economische energiebron + bescherming tegen reactieve O2
EUKARYOTE ANCESTRALE CEL
= Voorloper van eukaryotische cellen
-> heeft DNA in cytoplasma -> invaginaties van plasmamebraan -> langzaam wordt DNA ingekapseld in kern
2
, ENDOSYMBIOSE DIERCEL
= Aërobe bacterie nestelt zich in anaërobe
voorloper van eukaryote cel
-> degradatie van plasmamembraan
-> ontstaan mitochondria
-> proces van eeuwen: endosymbiose is
product v uitwisselen v allerlei stoffen (incl.
eiwitten) tss mtochondria en cel
Cross-talk tussen mitochondria en kern
Mitochondria en plastiden hebben eigen genoom: ze maken zelf eiwitten
maar functionerende eiwitten zijn vnl afkomstig van cytoplasma: moeten w geëncodeerd op nucleair genoom cel
ENDOSYMBIOSE PLANTENCEL
= Aërobe eukaryote cel neemt
fotosynthetische bacterie op
-> degradatie membraan
-> evolutie
-> fotosynthetische eukaryote cel met
chloroplasten
VERGELIJKING
Prokaryoten Eukaryoten
Uitsluitend ééncellig Ééncellig of meercellig
Celmembraan én celwand Dieren: celmembraan
Geen kern Kern
Chromosoom in cytosol: circulair Chromosoom in kern: georganiseerd
Niet gecomparimenteerd Organellen
Dellig door doorsnoering Deling door mitose en meisoe
3
, Veel extremofielen
= houden van extreme omstandigehden
2 DE CHEMISCHE BOUWSTENEN VAN CELLEN
- Eiwitten
- Nucleïnezuren Stapsgewijze polymerisatie
Glycogeen (mens) /Zetmeel
- Polysachariden exc vetten
(plant)
- Vetten
= vorm van energiestockage
BASISBEGRIPPEN
KOOLWATERSTOFFEN
=Alkanen, alkenen, alkynen
Voorbeeld: Chlorofyl gaat
bewegen in membraan
______________________
Hydrofiel
= waterminnend
Hydrofoob
= waterafstotend
-
_________________________
C-O COMPOUNDS
- Alcohol ROH
- Aldehyde RCHO
- Keton RCOR
- Zuur RCOOH
- Ester RCOO
4