Samenvatting Wonen:
Steden hebben zich in viertal fases ontwikkeld:
Agrarische revolutie
o 3 functies:
Economisch
Politiek-militair
Religieus
o Surplusproductie absolute voorwaarde om aan stad te kunnen voldoen
Zodanig niveau van regelmaat in de voedselproductie dat niet
iedereen zich daar dagelijks meer om hoeft te bekommeren
o Arbeidsdeling zorgt voor verstedelijking andere activiteiten gingen
zich richten op plaatsen waar veel mensen dicht op elkaar woonden
o Omvang Europese steden zeer gering
o Gebouwd van veel hout Brandverordening uit 1232 doordat er toen
een grote brand is geweest
o Stedelijke verordeningen noodzakelijk voor het beleid en bestaan
van de stad
Stedelijke voorschriften
o Economische afhankelijkheid
o Door politieke verbrokkeling hadden de steden een relatief grote mate
van autonomie zelfstandigheid
Industriële revolutie
o Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering enorme
uitbreiding in netwerken van economische betrekkingen
o Migratie
Push-factoren (misoogsten)
Pull-factoren (werkgelegenheid)
o Expansiedrift van steden
Grote sociale problemen
Beheersing stond centraal
Herstructurering
Woningwet (1901)
Eerste wet omtrent volkshuisvesting
o Maakte rijkssteun en gemeentelijke steun mogelijk
o Minimumlonen voor woningkwaliteit:
Sanitaire voorzieningen
Licht
Lucht
Woningwet creëerde balans van de ‘normale toestand’ in vraag en aanbod:
o Particuliere bouw
o Subculiere bouw
Suburbanisatie (vanaf jaren ’50)
Suburbanisatie stedelijke agglomeratie scheve bevolkingsopbouw verval binnensteden
Urbanisatie = het verhuizen van mensen uit dorpen naar de steden
Suburbanisatie = het verhuizen van mensen naar dorpen in de omgeving van de stad
o In binnensteden blijven voornamelijk mensen met een laag inkomen, studenten
o Ouderen vooral op platteland
,Herwaardering van de stad (kentering vanaf de jaren ’80)
Grote herwaardering voor de stad, door bestendiging en vernieuwing
Verovering door de hogere klassen
o Er komen weer gezinnen in de stad wonen
Concentratie van voorzieningen
o Pullfactoren:
Individuele ontwikkeling (studie)
Sfeer
Mentale vrijheid
Faciliteiten
Subculturen
o Pushfactoren
Levenscondities platteland
Ecologisch
Oorlog
Grootschalige stadsuitbreidingen (1995-heden)
Etnische segregatie in oude arbeidswijken
o Verschillende groepen scheiden zich van elkaar af
Woningwet (2015)
Wettelijke beperkingen taken van de woningcorporaties
o Het verlenen van diensten
o Algemeen economisch belang
Hoofdtaken:
o Bouwen
o Verhuren
o Beheren
o Van sociale huurwoningen aan mensen met een laag inkomen
Aanpak tegen ‘scheefwonen’
Steden:
Grote, dichtbevolkte nederzettingen met omvangrijke industriële en
dienstverlenende activiteiten
Veelheid dienstverleningen trekken mensen naar de steden
Steden waar headquaters zijn = global cities, belangrijkste beslissingen daar genomen
Toenemende mate van voorzieningen toename drukte in de steden
Pullfactoren:
Kansen op werk of handel
Mogelijkheden individuele ontwikkeling
Sfeer van de stad
Mentale vrijheid
Faciliteiten voor vrijheidsbesteding
Aanwezigheid subculturen
Pushfactoren:
Armoede en gebrek aan werk op platteland
Oorlogsgeweld
Ecologische ellende
, Megasteden = omvang van 10 miljoen aaneenschakelingen
Urban sprawl = de schijnbaar ongelimiteerde expansie vanuit het centrum naar suburbane
gebieden met een steeds lagere bevolkings- en bebouwingsdichtheid
Kenmerken steden:
Menselijke nederzetting
Duurzaamheid (permanent)
Grootte en uitgestrektheid
Compactheid
Heterogeen
Complex
Multifunctioneel
Stedelijkheid als vorm van samenleven en mentaliteit
Stad is een hectische verzameling van interacties tussen stedelijke individuen
Complexiteit stad:
Lokale gemeenschappen en subculturen
Integratiemechanisme (steeds meer migranten komen naar de stad)
Publieke ruimte:
o Ontmoeten
o Vermijden
Sociale bewegingen
Milieu stad – internationaal:
Duurzame ontwikkeling het streven naar een economische en maatschappelijke
ontwikkeling die ook ten goede komt aan toekomstige generaties
Mondiaal milieubeleid
Terugdringen uitstoot broeikasgassen
Milieubederf = door mensen veroorzaakte veranderingen in de natuur die nadelige gevolgen
hebben voor de levenskansen, de gezondheid en het welzijn van huidige en toekomstige
generaties
Milieu stad – lokaal
Stad met elkaar verbinden:
o Urban farming
o Verticaal groen
o Sedumdak
o Groenstroken
o Gemeente halen nu huisvuil gescheiden op voor hergebruik
o Vervuilende auto’s uit het centrum
Steden hebben zich in viertal fases ontwikkeld:
Agrarische revolutie
o 3 functies:
Economisch
Politiek-militair
Religieus
o Surplusproductie absolute voorwaarde om aan stad te kunnen voldoen
Zodanig niveau van regelmaat in de voedselproductie dat niet
iedereen zich daar dagelijks meer om hoeft te bekommeren
o Arbeidsdeling zorgt voor verstedelijking andere activiteiten gingen
zich richten op plaatsen waar veel mensen dicht op elkaar woonden
o Omvang Europese steden zeer gering
o Gebouwd van veel hout Brandverordening uit 1232 doordat er toen
een grote brand is geweest
o Stedelijke verordeningen noodzakelijk voor het beleid en bestaan
van de stad
Stedelijke voorschriften
o Economische afhankelijkheid
o Door politieke verbrokkeling hadden de steden een relatief grote mate
van autonomie zelfstandigheid
Industriële revolutie
o Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering enorme
uitbreiding in netwerken van economische betrekkingen
o Migratie
Push-factoren (misoogsten)
Pull-factoren (werkgelegenheid)
o Expansiedrift van steden
Grote sociale problemen
Beheersing stond centraal
Herstructurering
Woningwet (1901)
Eerste wet omtrent volkshuisvesting
o Maakte rijkssteun en gemeentelijke steun mogelijk
o Minimumlonen voor woningkwaliteit:
Sanitaire voorzieningen
Licht
Lucht
Woningwet creëerde balans van de ‘normale toestand’ in vraag en aanbod:
o Particuliere bouw
o Subculiere bouw
Suburbanisatie (vanaf jaren ’50)
Suburbanisatie stedelijke agglomeratie scheve bevolkingsopbouw verval binnensteden
Urbanisatie = het verhuizen van mensen uit dorpen naar de steden
Suburbanisatie = het verhuizen van mensen naar dorpen in de omgeving van de stad
o In binnensteden blijven voornamelijk mensen met een laag inkomen, studenten
o Ouderen vooral op platteland
,Herwaardering van de stad (kentering vanaf de jaren ’80)
Grote herwaardering voor de stad, door bestendiging en vernieuwing
Verovering door de hogere klassen
o Er komen weer gezinnen in de stad wonen
Concentratie van voorzieningen
o Pullfactoren:
Individuele ontwikkeling (studie)
Sfeer
Mentale vrijheid
Faciliteiten
Subculturen
o Pushfactoren
Levenscondities platteland
Ecologisch
Oorlog
Grootschalige stadsuitbreidingen (1995-heden)
Etnische segregatie in oude arbeidswijken
o Verschillende groepen scheiden zich van elkaar af
Woningwet (2015)
Wettelijke beperkingen taken van de woningcorporaties
o Het verlenen van diensten
o Algemeen economisch belang
Hoofdtaken:
o Bouwen
o Verhuren
o Beheren
o Van sociale huurwoningen aan mensen met een laag inkomen
Aanpak tegen ‘scheefwonen’
Steden:
Grote, dichtbevolkte nederzettingen met omvangrijke industriële en
dienstverlenende activiteiten
Veelheid dienstverleningen trekken mensen naar de steden
Steden waar headquaters zijn = global cities, belangrijkste beslissingen daar genomen
Toenemende mate van voorzieningen toename drukte in de steden
Pullfactoren:
Kansen op werk of handel
Mogelijkheden individuele ontwikkeling
Sfeer van de stad
Mentale vrijheid
Faciliteiten voor vrijheidsbesteding
Aanwezigheid subculturen
Pushfactoren:
Armoede en gebrek aan werk op platteland
Oorlogsgeweld
Ecologische ellende
, Megasteden = omvang van 10 miljoen aaneenschakelingen
Urban sprawl = de schijnbaar ongelimiteerde expansie vanuit het centrum naar suburbane
gebieden met een steeds lagere bevolkings- en bebouwingsdichtheid
Kenmerken steden:
Menselijke nederzetting
Duurzaamheid (permanent)
Grootte en uitgestrektheid
Compactheid
Heterogeen
Complex
Multifunctioneel
Stedelijkheid als vorm van samenleven en mentaliteit
Stad is een hectische verzameling van interacties tussen stedelijke individuen
Complexiteit stad:
Lokale gemeenschappen en subculturen
Integratiemechanisme (steeds meer migranten komen naar de stad)
Publieke ruimte:
o Ontmoeten
o Vermijden
Sociale bewegingen
Milieu stad – internationaal:
Duurzame ontwikkeling het streven naar een economische en maatschappelijke
ontwikkeling die ook ten goede komt aan toekomstige generaties
Mondiaal milieubeleid
Terugdringen uitstoot broeikasgassen
Milieubederf = door mensen veroorzaakte veranderingen in de natuur die nadelige gevolgen
hebben voor de levenskansen, de gezondheid en het welzijn van huidige en toekomstige
generaties
Milieu stad – lokaal
Stad met elkaar verbinden:
o Urban farming
o Verticaal groen
o Sedumdak
o Groenstroken
o Gemeente halen nu huisvuil gescheiden op voor hergebruik
o Vervuilende auto’s uit het centrum