Strafrecht samenvatting beknopt
Bij alle vier de deelnemingsvormen moet er sprake zijn van dubbel opzet
1. Medeplegen (gelijkwaardige/inwisselbare rollen)
2. Uitlokken
3. Doen plegen
4. Medeplichtigheid (minder ernstige deelnemingsvorm)
Eisen voor uitlokking
1. Genereren
2. Dubbel opzet, opzet hebben op de uitlokking en op een bepaald feit
Eis medeplichtigheid
1. Dubbel opzet
Beginselen van een behoorlijke procesorde:
1. Beginsel van redelijke en billijke belangenafweging
2. Beginsel van zuiverheid van oogmerk
3. Vertrouwensbeginsel
4. Gelijkheidsbeginsel
Criteria aanhouding buiten heterdaad
1. Verdenking
2. Strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (feiten waar 4 jaar
of meer op staat)
3. Een bevoegd persoon
Eisen aan inverzekeringstelling
1. Het bevel tot inverzekeringstelling moet vermelden van welk strafbaar feit de
verdachte wordt verdacht
2. Inverzekeringstelling is slechts toegestaan in het belang van het onderzoek
3. Er moet sprake zijn van een geval waarvoor voorlopige hechtenis is
toegestaan, dus een gevangenisstraf van 4 jaar of meer
Drie voorwaarden aan bewaring/gevangenhouding
1. Het moet gaan om een geval waarin voorlopige hechtenis is toegelaten
2. Het moet gaan om een grond voor voorlopige hechtenis
Ambtshalve beslissing -> een beslissing van de Rechtbank zonder verzoek van de
verdachte
De Rb heeft 2 manieren om een einde te maken aan de voorlopige hechtenis
1. Schorsen (tijdelijk onderbroken)
2. Opheffen (einde)
Twee doelen van doorzoeking
1. Doorzoeking ter aanhouding -> alleen opsporingsambtenaren
2. Doorzoeking ter inbeslagneming -> alleen de Officier van Justitie
Opportuniteitsbeginsel -> de OvJ heeft in alle zaken de keuze om van vervolging af te
zien (met inachtneming het algemeen belang)
Sepot
1. Technisch sepot (niet mogelijk om te vervolgen, vanwege te weinig bewijs)
2. Beleidssepot (wel mogelijk om te vervolgen, maar seponeert de zaak om een
andere reden)
, Belangrijke vervolgingsbeletselen
1. Geen rechtsmacht
2. Niet de minimumleeftijd
3. Verjaring van het vervolgingsrecht
4. Overlijden van de verdachte
5. Ontbreken van een klacht bij klachtdelicten
6. Immuniteit van overheidsorganen
7. Ne bis in idem
Een sepot met als voorwaarde een betaling van een geldbedrag = transactie
Voorwaarden
1. Niet meer dan 6 jaar gevangenisstraf op een misdrijf
2. Alleen worden aangeboden in een haalbare zaak
In geval van een beleidssepot en nooit een technisch sepot
Eisen strafbeschikking
1. Een misdrijf waar niet meer dan 6 jaar op staat
2. Soms verplicht de verdachte te horen
3. Als er een geldboete van meer dan 2000 euro wordt opgelegd dan moet de
verdachte worden gehoord en heeft hij recht op een raadsman
De formele vragen van art. 348 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is de officier ontvankelijk?
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
Als aan de formele vragen is voldaan zal de rechter over gaan tot de materiële
vragen
1. Is het bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
2. Kan het bewezen verklaarde worden gekwalificeerd?
3. Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk?
Bij OVAR kunnen maatregelen worden opgelegd, zoals tbs. Bij vrijspraak kan dat niet.
Bij OVAR kan de verdachte in hoger beroep. Bij vrijspraak kan dat niet. Bij vrijspraak
kan wel een verbeurdverklaring worden opgelegd.
Onmiddellijkheidsbeginsel -> rechter houdt bij de bewijswisseling alleen rekening
met datgene wat tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de orde is gesteld
Doel opleggen straf
1. Vergelding
2. Speciale preventie
3. Generale preventie
Dus vergelding en preventie
Doel opleggen maatregel
1. Beveiliging van de samenleving
2. Rechtsherstel bewerkstelligen
Een taakstraf (max 240 uur) kan worden opgelegd, tenzij:
1. Het een overtreding is waarvan de wettelijke hoofdstraf een geldboete is
2. Het gaat om een ernstig zedenmisdrijf of geweldsmisdrijf
3. De verdachte al eerder een taakstraf heeft gekregen voor een soortgelijk
misdrijf
Bij alle vier de deelnemingsvormen moet er sprake zijn van dubbel opzet
1. Medeplegen (gelijkwaardige/inwisselbare rollen)
2. Uitlokken
3. Doen plegen
4. Medeplichtigheid (minder ernstige deelnemingsvorm)
Eisen voor uitlokking
1. Genereren
2. Dubbel opzet, opzet hebben op de uitlokking en op een bepaald feit
Eis medeplichtigheid
1. Dubbel opzet
Beginselen van een behoorlijke procesorde:
1. Beginsel van redelijke en billijke belangenafweging
2. Beginsel van zuiverheid van oogmerk
3. Vertrouwensbeginsel
4. Gelijkheidsbeginsel
Criteria aanhouding buiten heterdaad
1. Verdenking
2. Strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (feiten waar 4 jaar
of meer op staat)
3. Een bevoegd persoon
Eisen aan inverzekeringstelling
1. Het bevel tot inverzekeringstelling moet vermelden van welk strafbaar feit de
verdachte wordt verdacht
2. Inverzekeringstelling is slechts toegestaan in het belang van het onderzoek
3. Er moet sprake zijn van een geval waarvoor voorlopige hechtenis is
toegestaan, dus een gevangenisstraf van 4 jaar of meer
Drie voorwaarden aan bewaring/gevangenhouding
1. Het moet gaan om een geval waarin voorlopige hechtenis is toegelaten
2. Het moet gaan om een grond voor voorlopige hechtenis
Ambtshalve beslissing -> een beslissing van de Rechtbank zonder verzoek van de
verdachte
De Rb heeft 2 manieren om een einde te maken aan de voorlopige hechtenis
1. Schorsen (tijdelijk onderbroken)
2. Opheffen (einde)
Twee doelen van doorzoeking
1. Doorzoeking ter aanhouding -> alleen opsporingsambtenaren
2. Doorzoeking ter inbeslagneming -> alleen de Officier van Justitie
Opportuniteitsbeginsel -> de OvJ heeft in alle zaken de keuze om van vervolging af te
zien (met inachtneming het algemeen belang)
Sepot
1. Technisch sepot (niet mogelijk om te vervolgen, vanwege te weinig bewijs)
2. Beleidssepot (wel mogelijk om te vervolgen, maar seponeert de zaak om een
andere reden)
, Belangrijke vervolgingsbeletselen
1. Geen rechtsmacht
2. Niet de minimumleeftijd
3. Verjaring van het vervolgingsrecht
4. Overlijden van de verdachte
5. Ontbreken van een klacht bij klachtdelicten
6. Immuniteit van overheidsorganen
7. Ne bis in idem
Een sepot met als voorwaarde een betaling van een geldbedrag = transactie
Voorwaarden
1. Niet meer dan 6 jaar gevangenisstraf op een misdrijf
2. Alleen worden aangeboden in een haalbare zaak
In geval van een beleidssepot en nooit een technisch sepot
Eisen strafbeschikking
1. Een misdrijf waar niet meer dan 6 jaar op staat
2. Soms verplicht de verdachte te horen
3. Als er een geldboete van meer dan 2000 euro wordt opgelegd dan moet de
verdachte worden gehoord en heeft hij recht op een raadsman
De formele vragen van art. 348 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is de officier ontvankelijk?
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
Als aan de formele vragen is voldaan zal de rechter over gaan tot de materiële
vragen
1. Is het bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
2. Kan het bewezen verklaarde worden gekwalificeerd?
3. Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk?
Bij OVAR kunnen maatregelen worden opgelegd, zoals tbs. Bij vrijspraak kan dat niet.
Bij OVAR kan de verdachte in hoger beroep. Bij vrijspraak kan dat niet. Bij vrijspraak
kan wel een verbeurdverklaring worden opgelegd.
Onmiddellijkheidsbeginsel -> rechter houdt bij de bewijswisseling alleen rekening
met datgene wat tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de orde is gesteld
Doel opleggen straf
1. Vergelding
2. Speciale preventie
3. Generale preventie
Dus vergelding en preventie
Doel opleggen maatregel
1. Beveiliging van de samenleving
2. Rechtsherstel bewerkstelligen
Een taakstraf (max 240 uur) kan worden opgelegd, tenzij:
1. Het een overtreding is waarvan de wettelijke hoofdstraf een geldboete is
2. Het gaat om een ernstig zedenmisdrijf of geweldsmisdrijf
3. De verdachte al eerder een taakstraf heeft gekregen voor een soortgelijk
misdrijf