Thomas ten Berge 06-10-15
S2882388
Wg1.1
ARW 1 week 5 rechtsvorming
Vragen:
1) Nee, de wil van beide partijen was duidelijk dat met de inhoud van de besteklade het
bestek werd bedoeld. Zoals in het haviltex arrest, is de bedoeling van beide partijen
tijdens het aangaan van de overeenkomst anders dan de letterlijke inhoud.
2) Nee, er is geen afspraak gemaakt over de levering, de leverancier kan niet van
tevoren weten dat Niels niet over de middelen beschikt om deze op te halen en is
ook niet gebonden aan deze voorstelling gezien hier verder geen afspraak over is
gemaakt.
6:41 onder b, daar staat dat de schuldenaar moet leveren op plaats waar de
schuldenaar zijn bedrijf of beroep heeft. Dat is in dit geval voor Douwe, Sneek.
3) A: Onrechtmatige daad 6:162 BW, gezien Geert schade opliep door de nalatenschap
van de NS en zij hier verantwoordelijk voor zijn. De NS zal dit niet voor ogen hebben
gehad maar het is de verantwoordelijkheid van de NS om in het onderhoud van haar
sporen en treinen te voorzien. (In ieder geval volgens maatschappelijke opvatting.)
6:74 BW, nalatenschap zorgt voor het niet nakomen van de overeenkomst.
B: Nee, er zal waarschijnlijk geen geval zijn voor vergoeding van immateriële schade
gezien zijn geestelijke gesteldheid waarschijnlijk niet is aangetast, dan wel niet is
benoemd. Wel is volgens art 6:107 BW de NS verplicht tot betaling van enige kosten
die bij het letselschade (gebroken arm) mogelijk zijn ontstaan.
4) A: Ja, zolang de schuldenaar nog niet in verzuim is en er nog mogelijk is tot nakoming
van de overeenkomst moet de schuldeiser deze in redelijke termijn geven om om
hieraan te voldoen. Dit ook volgens art 6:82 BW moet er eerst een ingebrekestelling
zijn van de schuldeiser.
B: Wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning
waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming
binnen deze termijn uitblijft. Art 6:82 lid 1
C: ja deze zijn genoemd in art 6:83 onder a,b,c.
D: art 6:265 BW, nee, ontbinding is ook mogelijk wanneer de nakoming onmogelijk is,
hierbij is het niet nodig dat de schuldenaar in verzuim is. De schuldenaar moet alleen
in verzuim zijn als de nakoming direct mogelijk is.
5) Door te pleiten voor schadevergoeding volgens art 6:74 BW waarin staat dat de
schade die een schuldenaar lijdt door tekortkomingen van de schuldeiser vergoed
dient te krijgen. En in het geval van Flikkema die door dwaling een verkeerde
aankoop deed en daardoor financiële schade lijdt die hij, had hij de conditie van de
hond geweten niet had geleid, heeft hij recht op vergoeding van deze schade.
(Gemaakte kosten 500 euro).
Nakoming is onmogelijk, ontbinden van de overeenkomst art.6:265 lid 2
(openstaande kosten 470 euro). Art. 6:271 BW. Hij kan de ongedaan making
vorderen (230 euro). Art. 6:277 BW
6) Ja, gezien hij een overeenkomst had gesloten betreffende een speciaal paard
vanwege zijn bloedlijn, en een ander paard niet aan dezelfde eigenschappen kan
voldoen. Kan Het Paard dus niet aan de overeenkomst voldoen. Art: 6:75, er is geen
sprake van overmacht aangezien de risico’s van het in de wei laten van Reginald X bij
Het Paard bekend waren en is hier dus sprake van nalatigheid. Ook heeft Berend
recht op schadevergoeding in de vorm van toekomstige schade gezien hij niet door
S2882388
Wg1.1
ARW 1 week 5 rechtsvorming
Vragen:
1) Nee, de wil van beide partijen was duidelijk dat met de inhoud van de besteklade het
bestek werd bedoeld. Zoals in het haviltex arrest, is de bedoeling van beide partijen
tijdens het aangaan van de overeenkomst anders dan de letterlijke inhoud.
2) Nee, er is geen afspraak gemaakt over de levering, de leverancier kan niet van
tevoren weten dat Niels niet over de middelen beschikt om deze op te halen en is
ook niet gebonden aan deze voorstelling gezien hier verder geen afspraak over is
gemaakt.
6:41 onder b, daar staat dat de schuldenaar moet leveren op plaats waar de
schuldenaar zijn bedrijf of beroep heeft. Dat is in dit geval voor Douwe, Sneek.
3) A: Onrechtmatige daad 6:162 BW, gezien Geert schade opliep door de nalatenschap
van de NS en zij hier verantwoordelijk voor zijn. De NS zal dit niet voor ogen hebben
gehad maar het is de verantwoordelijkheid van de NS om in het onderhoud van haar
sporen en treinen te voorzien. (In ieder geval volgens maatschappelijke opvatting.)
6:74 BW, nalatenschap zorgt voor het niet nakomen van de overeenkomst.
B: Nee, er zal waarschijnlijk geen geval zijn voor vergoeding van immateriële schade
gezien zijn geestelijke gesteldheid waarschijnlijk niet is aangetast, dan wel niet is
benoemd. Wel is volgens art 6:107 BW de NS verplicht tot betaling van enige kosten
die bij het letselschade (gebroken arm) mogelijk zijn ontstaan.
4) A: Ja, zolang de schuldenaar nog niet in verzuim is en er nog mogelijk is tot nakoming
van de overeenkomst moet de schuldeiser deze in redelijke termijn geven om om
hieraan te voldoen. Dit ook volgens art 6:82 BW moet er eerst een ingebrekestelling
zijn van de schuldeiser.
B: Wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning
waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming
binnen deze termijn uitblijft. Art 6:82 lid 1
C: ja deze zijn genoemd in art 6:83 onder a,b,c.
D: art 6:265 BW, nee, ontbinding is ook mogelijk wanneer de nakoming onmogelijk is,
hierbij is het niet nodig dat de schuldenaar in verzuim is. De schuldenaar moet alleen
in verzuim zijn als de nakoming direct mogelijk is.
5) Door te pleiten voor schadevergoeding volgens art 6:74 BW waarin staat dat de
schade die een schuldenaar lijdt door tekortkomingen van de schuldeiser vergoed
dient te krijgen. En in het geval van Flikkema die door dwaling een verkeerde
aankoop deed en daardoor financiële schade lijdt die hij, had hij de conditie van de
hond geweten niet had geleid, heeft hij recht op vergoeding van deze schade.
(Gemaakte kosten 500 euro).
Nakoming is onmogelijk, ontbinden van de overeenkomst art.6:265 lid 2
(openstaande kosten 470 euro). Art. 6:271 BW. Hij kan de ongedaan making
vorderen (230 euro). Art. 6:277 BW
6) Ja, gezien hij een overeenkomst had gesloten betreffende een speciaal paard
vanwege zijn bloedlijn, en een ander paard niet aan dezelfde eigenschappen kan
voldoen. Kan Het Paard dus niet aan de overeenkomst voldoen. Art: 6:75, er is geen
sprake van overmacht aangezien de risico’s van het in de wei laten van Reginald X bij
Het Paard bekend waren en is hier dus sprake van nalatigheid. Ook heeft Berend
recht op schadevergoeding in de vorm van toekomstige schade gezien hij niet door