Weten voor toets:
Nature nurture
De verschillende visies (7)
Het verschil tussen de rijping, groei en leren
De wereld van teratogenen
Ontwikkeling en het brein
Nature nurture: aangeboren aangeleerd
Verklaringsmodel menselijk gedrag
Gedrag is aangeleerd door je omgeving (nurture)
Gedrag wordt bepaald door aanleg (nature)
Nature is genen, uiterlijk, temperament.
Nurture is omgevingsfactoren, ouders, geslacht
Je hebt invloed op:
Prenatale factoren
Postnatale factoren
Omgeving
Induviduele ervaaringen
Traumatische factoren
Groei-rijping-leren
Fylogenese: ontwikkeling soort
Ontogenese: ontwikkeling specifieke individu, eicel tot baby
Groei: toename van cellen, lengte en gewicht.
Rijping: lichaam instaat om functies uit te voeren
Leren: leren hangt met groei en rijping. Het is meer het cognitieve. Het is de interactie met
omgeving. Zodoende verwerf je kennis, inzicht en vaardigheden.
De eerste 1000 dagen zijn heel belangrijk. Tussen 0-3 kan je het beste talen leren. Deze fase is
best wel kritiek. Als er iets niet goed gaat kan het rest van het leven problemen opleveren.
Verklaringen modellen:
Behavioristische model /leer theoretisch model
De biologische model
De omgevingspsychologische model
De (sociaal)-cognitivistische model
De psychoanalytische model
De humanistische model
De bio-ecologische model?
, Uitleg:
Biologische visie: Mens word bepaald door erfelijke factoren nature
Omgevinspsychologische visie: mens wordt bepaald door de interactie met fysieke omgeving
bijv de winterdip is bewezen. nurture
Behavioristische/leertheoretische visie: mens word bepaald door leerervaringen. nurture
Cognitivistische visie: informatieverwerking en zelfsturing. Brein en werking van brein. nurture
Psychoanalytische visie: mens wordt bepaald door aanleg en opvoedervaringen. Er is ook een
soort besef in de baarmoeder. nurture
Humanistische visie: Carl Rogers. De autonomie mens staat centraal. Het draait om beleving,
zelfontplooiing, eigen verantwoordelijkheid en ontwikkeling De mens is vrij.
Piramide Mashlov:
1. Lichamelijke behoeften
2. Fysieke veiligheid en economische zekerheid
3. Sociaal contact
4. Waardering en erkenning
5. Ontplooiing
Bio-ecologische visie: verschillende lagen om een mens die direct en indirect invloed
uitoefenen op een individu. Nurture
, Breinontwikkeling:
Je word geboren met veel neurons in je brein en dat zijn dingen waarmee je dingen leert dus
connectie met 2 dan kan je zeggen ik heb wat geleerd.
Genen vormen de basisdruk, ervaring bepalen of de hersenen een sterke of zwakke basis
vormen voor al het leren, gedrag en gezondheid. Als je gaat leren fietsen en het lukt dan zijn 2
neurons met elkaar verbonden.
Er ontstaan neuronnetwerken.
Verbindingen die meer worden gebruikt worden sterker en meer permanent.
Verbindingen die minder worden gebruikt worden vervangen – “pruning”.
Ontwikkeling:
1. Bottum-up: horen, zien moet je hebben om verder te kunnen leren, je hebt die basis nodig.
Daarna kan je kruipen bijvoorbeeld. Genie wiley's story kan je kijken.
2. Ontwikkeling: hoe snel een kind ontwikkeld zegt niks over het eind
Nature nurture
De verschillende visies (7)
Het verschil tussen de rijping, groei en leren
De wereld van teratogenen
Ontwikkeling en het brein
Nature nurture: aangeboren aangeleerd
Verklaringsmodel menselijk gedrag
Gedrag is aangeleerd door je omgeving (nurture)
Gedrag wordt bepaald door aanleg (nature)
Nature is genen, uiterlijk, temperament.
Nurture is omgevingsfactoren, ouders, geslacht
Je hebt invloed op:
Prenatale factoren
Postnatale factoren
Omgeving
Induviduele ervaaringen
Traumatische factoren
Groei-rijping-leren
Fylogenese: ontwikkeling soort
Ontogenese: ontwikkeling specifieke individu, eicel tot baby
Groei: toename van cellen, lengte en gewicht.
Rijping: lichaam instaat om functies uit te voeren
Leren: leren hangt met groei en rijping. Het is meer het cognitieve. Het is de interactie met
omgeving. Zodoende verwerf je kennis, inzicht en vaardigheden.
De eerste 1000 dagen zijn heel belangrijk. Tussen 0-3 kan je het beste talen leren. Deze fase is
best wel kritiek. Als er iets niet goed gaat kan het rest van het leven problemen opleveren.
Verklaringen modellen:
Behavioristische model /leer theoretisch model
De biologische model
De omgevingspsychologische model
De (sociaal)-cognitivistische model
De psychoanalytische model
De humanistische model
De bio-ecologische model?
, Uitleg:
Biologische visie: Mens word bepaald door erfelijke factoren nature
Omgevinspsychologische visie: mens wordt bepaald door de interactie met fysieke omgeving
bijv de winterdip is bewezen. nurture
Behavioristische/leertheoretische visie: mens word bepaald door leerervaringen. nurture
Cognitivistische visie: informatieverwerking en zelfsturing. Brein en werking van brein. nurture
Psychoanalytische visie: mens wordt bepaald door aanleg en opvoedervaringen. Er is ook een
soort besef in de baarmoeder. nurture
Humanistische visie: Carl Rogers. De autonomie mens staat centraal. Het draait om beleving,
zelfontplooiing, eigen verantwoordelijkheid en ontwikkeling De mens is vrij.
Piramide Mashlov:
1. Lichamelijke behoeften
2. Fysieke veiligheid en economische zekerheid
3. Sociaal contact
4. Waardering en erkenning
5. Ontplooiing
Bio-ecologische visie: verschillende lagen om een mens die direct en indirect invloed
uitoefenen op een individu. Nurture
, Breinontwikkeling:
Je word geboren met veel neurons in je brein en dat zijn dingen waarmee je dingen leert dus
connectie met 2 dan kan je zeggen ik heb wat geleerd.
Genen vormen de basisdruk, ervaring bepalen of de hersenen een sterke of zwakke basis
vormen voor al het leren, gedrag en gezondheid. Als je gaat leren fietsen en het lukt dan zijn 2
neurons met elkaar verbonden.
Er ontstaan neuronnetwerken.
Verbindingen die meer worden gebruikt worden sterker en meer permanent.
Verbindingen die minder worden gebruikt worden vervangen – “pruning”.
Ontwikkeling:
1. Bottum-up: horen, zien moet je hebben om verder te kunnen leren, je hebt die basis nodig.
Daarna kan je kruipen bijvoorbeeld. Genie wiley's story kan je kijken.
2. Ontwikkeling: hoe snel een kind ontwikkeld zegt niks over het eind