HC 4 NEUROLOGIE
Kennisclip 1
Na het bekijken ervan kan je:
- De prefrontale cortex gaan lokaliseren op een afbeelding
- Functies van de prefrontale cortex gaan uitleggen en toepassen op voorbeelden
- De invloed van alcohol en drugs op de ontwikkeling van de hersenen benoemen
6.9 PREFRONTALE CORTEX (PFC)
De prefrontale cortex kan je eigenlijk als een cockpit of een manager van de hersen beschouwen.
Het is de plek waar je enerzijds doelgericht gaat kunnen handelen, wat wil je bereiken, hoe ga ik
dat aanpakken, hoe ga je u timing indelen. Aan de andere kant ga je ook bepaalde zaken gaan
afremmen, wat wil ik niet, wat ga ik negeren, welke prikkels zijn niet relevant, …
ONTWIKKELING NEUROPSYCHOLOGIE
Phineas Gage
Ongeval (1848) met ernstig hersenletsel: links (orbito)frontaal, voornamelijk witte stof
Goed hersteld (motorisch) MAAR:
o Persoonlijkheid veranderd (sociale handicap)
onrustiger, oneerbiedig, wispelturig, besluiteloos
o Meer conflicten met zijn omgeving
1
,ANATOMISCHE LIGGING
Prefrontaal: het stukje ventraal van de hersenen
Referentiepunten:
o Prefrontale cortex: in de lobus frontalis
(frontaalkwab)
o Frontaalkwab ligt ventraal van de sulcus centralis &
ligt boven de sulcus lateralis
o Twee paarse zones:
primaire motorische cortex
secundaire motorische cortex
spaakcentrum van Broca gelegen
o sterretje (*) is prefrontale cortex: zitten de executieve functies gelokaliseerd
Evolutionair gezien meest recent ontwikkelde gebied (laatst ontwikkeld)
Cockpit of manager van het brein
Lobus frontalis thv het voorhoofd (letsels!)
Ventraal van de (secundaire) motorische cortex
Sterke connectie met het limbisch systeem (= angstcentra & geheugen bevindt zich hier)
Functie:
o Actief betrokken bij reguleren van gedrag
o Complexere hogere executieve vaardigheden: plannen, vooruit denken,
reflecteren, impulscontrole, …
FUNCTIONELE INDELING
Er is nog geen consensus over de subregio’s in de literatuur. Ventraal is onderaan gelegen en
dorsaal is bovenaan gelegen. Dit komt omdat de hersenen een kanteling maken
Ventromediale PFC
Ventrolaterale PFC
Dorsomediale PFC
Dorsolaterale PFC
Orbitofrontale PFC (net boven de ogen)
Connecties met hippocampus: lange termijngeheugen
Connecties met amygdala: evaluatie van de emotionele betekenis van stimuli
EXAMEN: nooit vragen om te benoemen waar welke onderverdeling zit. WEL de termen
koppelen aan de prefrontale cortex.
2
, EXECUTIEVE FUNCTIES
Aandacht richten, vasthouden en verdelen
Emoties reguleren en omgaan met stress
Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag
Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet, ongewenst gedrag kunnen
onderdrukken
Taakinitiatie
Organisatie
Planning/prioritering
Je werkgeheugen gebruiken
Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen
Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren
Prosociaal gedrag: het belang van anderen voor ogen houden
Doelgericht gedrag:
Exciterende neuronen: relevante (belangrijke) stimuli selecteren
Inhiberende neuronen: irrelevante (niet belangrijke) stimuli onderdrukken
vb. boek lezen en zoemend geluid van het licht negeren
vb. vooropgestelde tijd studeren en smartphone aan de kant laten liggen.
In het verkeer:
Relevante stimuli selecteren:
o bv. Andere weggebruikers, verkeerslichten, gevaarlijke situaties
Irrelevante stimuli:
o automerken, muziek, reclame,…
Noodzakelijk om te kiezen voor de juiste stimuli EN de irrelevante stimuli actief te
onderdrukken
3
Kennisclip 1
Na het bekijken ervan kan je:
- De prefrontale cortex gaan lokaliseren op een afbeelding
- Functies van de prefrontale cortex gaan uitleggen en toepassen op voorbeelden
- De invloed van alcohol en drugs op de ontwikkeling van de hersenen benoemen
6.9 PREFRONTALE CORTEX (PFC)
De prefrontale cortex kan je eigenlijk als een cockpit of een manager van de hersen beschouwen.
Het is de plek waar je enerzijds doelgericht gaat kunnen handelen, wat wil je bereiken, hoe ga ik
dat aanpakken, hoe ga je u timing indelen. Aan de andere kant ga je ook bepaalde zaken gaan
afremmen, wat wil ik niet, wat ga ik negeren, welke prikkels zijn niet relevant, …
ONTWIKKELING NEUROPSYCHOLOGIE
Phineas Gage
Ongeval (1848) met ernstig hersenletsel: links (orbito)frontaal, voornamelijk witte stof
Goed hersteld (motorisch) MAAR:
o Persoonlijkheid veranderd (sociale handicap)
onrustiger, oneerbiedig, wispelturig, besluiteloos
o Meer conflicten met zijn omgeving
1
,ANATOMISCHE LIGGING
Prefrontaal: het stukje ventraal van de hersenen
Referentiepunten:
o Prefrontale cortex: in de lobus frontalis
(frontaalkwab)
o Frontaalkwab ligt ventraal van de sulcus centralis &
ligt boven de sulcus lateralis
o Twee paarse zones:
primaire motorische cortex
secundaire motorische cortex
spaakcentrum van Broca gelegen
o sterretje (*) is prefrontale cortex: zitten de executieve functies gelokaliseerd
Evolutionair gezien meest recent ontwikkelde gebied (laatst ontwikkeld)
Cockpit of manager van het brein
Lobus frontalis thv het voorhoofd (letsels!)
Ventraal van de (secundaire) motorische cortex
Sterke connectie met het limbisch systeem (= angstcentra & geheugen bevindt zich hier)
Functie:
o Actief betrokken bij reguleren van gedrag
o Complexere hogere executieve vaardigheden: plannen, vooruit denken,
reflecteren, impulscontrole, …
FUNCTIONELE INDELING
Er is nog geen consensus over de subregio’s in de literatuur. Ventraal is onderaan gelegen en
dorsaal is bovenaan gelegen. Dit komt omdat de hersenen een kanteling maken
Ventromediale PFC
Ventrolaterale PFC
Dorsomediale PFC
Dorsolaterale PFC
Orbitofrontale PFC (net boven de ogen)
Connecties met hippocampus: lange termijngeheugen
Connecties met amygdala: evaluatie van de emotionele betekenis van stimuli
EXAMEN: nooit vragen om te benoemen waar welke onderverdeling zit. WEL de termen
koppelen aan de prefrontale cortex.
2
, EXECUTIEVE FUNCTIES
Aandacht richten, vasthouden en verdelen
Emoties reguleren en omgaan met stress
Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag
Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet, ongewenst gedrag kunnen
onderdrukken
Taakinitiatie
Organisatie
Planning/prioritering
Je werkgeheugen gebruiken
Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen
Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren
Prosociaal gedrag: het belang van anderen voor ogen houden
Doelgericht gedrag:
Exciterende neuronen: relevante (belangrijke) stimuli selecteren
Inhiberende neuronen: irrelevante (niet belangrijke) stimuli onderdrukken
vb. boek lezen en zoemend geluid van het licht negeren
vb. vooropgestelde tijd studeren en smartphone aan de kant laten liggen.
In het verkeer:
Relevante stimuli selecteren:
o bv. Andere weggebruikers, verkeerslichten, gevaarlijke situaties
Irrelevante stimuli:
o automerken, muziek, reclame,…
Noodzakelijk om te kiezen voor de juiste stimuli EN de irrelevante stimuli actief te
onderdrukken
3