Samenvatting psychologie
Hoofdstuk 2: Psychoanalyse
1. Typering van de psychoanalyse
De basisuitgangspunten
1) Subjectieve ervaringen:
- interesse in wat mensen onderscheid van elkaar
- Unieke levensgeschiedenis en biologische aanleg
2) Gedrag wordt niet bewust aangestuurd:
- voorbeeld studiekeuze, worden bepaald door onbewuste krachten
3) Mensen hebben een onbewuste:
- Wensen: waarvan we soms nooit beseft hebben dat we ze hadden
- Verdrongen wensen: waarvan we nooit bewust waren, maar die we
weggestopt hebben
- Hoewel wensen onbewust zijn blijven actief en beïnvloeden ons
gedrag
4) Conflictmodel:
- Waarneembaar gedrag (ook gedachten en dromen) = compromis
tussen onbewuste wensen en het verbod erop.
- Voorbeeld: ‘ik wist niet dat het niet mocht, maar ik deed het toch’
5) Als ons gedrag betekenis heeft:
- Toevallig gedrag zoals een verspreking, een vergissing of een
ongelukje bestaat volgens de psychoanalyse niet
- Voorbeeld: freudiaanse verspreking
6) Ervaringen uit de 1e levensjaren:
- bepalen in belangrijke mate de persoonlijkheid van de volwassene
, geschiedenis van de psychoanalyse
Grondlegger: Sigmund Freud
Wat: subjectieve, id-ego-superego, dromen, kindertijd, bewust, onbewust,
onderbewust, driftentheorie, verdringing
Hoe: uiteenrafelen, analyseren van onbegrijpelijk gedrag en dat
begrijpelijk maken
Lees p 56-59
2. De klassieke theorie
Onbewuste mentale processen
Indeling van het psychische
Het bewuste = dat wat zich onder onze aandacht afspeelt
(waarnemingen, herinneringen, emoties, gedachten,…)
Het voorbewuste = Kennis en emoties die met enige moeite
op te roepen zijn.
Het onbewuste = Kennis, gevoelens en wensen waarvan we
geen weet hebben, maar die ons gedrag wel sturen.
Aansturing van het psychische
Primair proces = lustprincipe (kent enkel wensen)
Het onbewuste
Irrationeel: geen waarden/normen
Secundair proces = realiteitsprincipe
Het voorbewuste en bewuste
Rationeel
De driftheorie
Eros = seksuele of levensdrift
Functioneert volgens lustprincipe (primair proces)
Motor van alle gedrag dat fijn of plezierig is
Hoofdstuk 2: Psychoanalyse
1. Typering van de psychoanalyse
De basisuitgangspunten
1) Subjectieve ervaringen:
- interesse in wat mensen onderscheid van elkaar
- Unieke levensgeschiedenis en biologische aanleg
2) Gedrag wordt niet bewust aangestuurd:
- voorbeeld studiekeuze, worden bepaald door onbewuste krachten
3) Mensen hebben een onbewuste:
- Wensen: waarvan we soms nooit beseft hebben dat we ze hadden
- Verdrongen wensen: waarvan we nooit bewust waren, maar die we
weggestopt hebben
- Hoewel wensen onbewust zijn blijven actief en beïnvloeden ons
gedrag
4) Conflictmodel:
- Waarneembaar gedrag (ook gedachten en dromen) = compromis
tussen onbewuste wensen en het verbod erop.
- Voorbeeld: ‘ik wist niet dat het niet mocht, maar ik deed het toch’
5) Als ons gedrag betekenis heeft:
- Toevallig gedrag zoals een verspreking, een vergissing of een
ongelukje bestaat volgens de psychoanalyse niet
- Voorbeeld: freudiaanse verspreking
6) Ervaringen uit de 1e levensjaren:
- bepalen in belangrijke mate de persoonlijkheid van de volwassene
, geschiedenis van de psychoanalyse
Grondlegger: Sigmund Freud
Wat: subjectieve, id-ego-superego, dromen, kindertijd, bewust, onbewust,
onderbewust, driftentheorie, verdringing
Hoe: uiteenrafelen, analyseren van onbegrijpelijk gedrag en dat
begrijpelijk maken
Lees p 56-59
2. De klassieke theorie
Onbewuste mentale processen
Indeling van het psychische
Het bewuste = dat wat zich onder onze aandacht afspeelt
(waarnemingen, herinneringen, emoties, gedachten,…)
Het voorbewuste = Kennis en emoties die met enige moeite
op te roepen zijn.
Het onbewuste = Kennis, gevoelens en wensen waarvan we
geen weet hebben, maar die ons gedrag wel sturen.
Aansturing van het psychische
Primair proces = lustprincipe (kent enkel wensen)
Het onbewuste
Irrationeel: geen waarden/normen
Secundair proces = realiteitsprincipe
Het voorbewuste en bewuste
Rationeel
De driftheorie
Eros = seksuele of levensdrift
Functioneert volgens lustprincipe (primair proces)
Motor van alle gedrag dat fijn of plezierig is