p, q, r, s achter een volgens (altijd kleine letters = bouwstenen)
Als het volgende week regent of sneeuwt,...
het volgende week regent = p
sneeuwt = q
Als p of q (p en q zijn “zinnen”)
A is een variable/zin (deze kunnen eender wat betekenen zolang ze maar de opbouw regels
volgen)
(niet niet p is een zin volgens ∼A)
A en B zijn zinnen dan kunnen we A en B (&) hebben maar ook A of B (V) of Als A dan B
(element van), A als en slechts als B (=)
& → en
V → of
⊃ → Als… dan…
= → Als en slechts als (isgelijk aan met 3 streepjes)
∼ → niet
De rest zijn geen zinnen van het PL
Haakjes zetten zodat het duidelijk word (gaat foute interpretatie tegen)
hoofduitspraak en bijuitspraak
elementair (niveau) = ik kan daar niks anders mee doen of niet verder opsplitsen
10 redeneer stappen
De eerste is ‘in de loop van redenering … bv. A’
het eerste deel staat voor → Als in de loop van een redenering
, → en…
& → en … voorkomt
/ → dan … (na dit komt altijd het besluit)
Bv. ∨I A/A∨B en B/A∨B → soms zijn er 2 delen
, ∨E A∨B, A⊃C, B⊃C / C → soms staan de 2 delen in 1 regel
Rood blauw en roze → de “Als in de loop van de redenering” delen
Geel → (altijd na de /) de redenering of besluit
Bewijs:
(hyp) → voorwaardelijk bewijs (niet altijd waar dus)
Alle regels:
(I = introductie)
(E = eliminatie)
Primitieve regels voor conjunct:
(&I) A, B / A & B
(conjunctie)
(&E) A & B / A, B
(simplificatie)
Primitieve regels voor disconjunt:
(∨I) A / A∨B en B / A∨B
(additie)
(∨E) A∨B, A⊃C, B⊃C / C
(dilemma)