Tractus Respiratorius: ademhalingsstelsel
Tractus Digestivus: spijsverteringsstelsel
Tractus Urogenitalis: nieren en urinestelsel
Tractus locomotorius: bewegingsapparaat
Medische vakken – anatomie Systema nervosum: zenuwstelsel
Nomenclatuur = vlakken (1), bewegingen (2), assen (3), richtingen (4) en afkortingen (5)
Craniaal – caudaal: van boven naar beneden A = Arteria Slagader
Proximaal – distaal: dichterbij het lichaam of er verder van af V = Vena Ader
Ventraal – dorsaal: van voor naar achteren N = Nervus Zenuw
Lateraal – mediaal: van buiten naar binnen Art = articulatio Gewricht
M = Musculus Spier
Anatomie in vivo – technieken: inspectie, palpatie, percussie, auscultatie
Oppervlakkige structuren direct inspecteerbaar/palpabel
Diepere structuren projectie-anatomie (organen projecteren op de huid),
aan de hand van referentiepunten – dus uittekenen op de huid.
Intra = verschillen binnen jezelf
Inter = verschillen tussen anderen
Botten
Schoudergordel: scapula, clavicula en sternum
Bovenarm: Humerus
Onderarm: radius en ulna
Hand: carpus, metacarpus en phalanges
Margo: rand
Angulus: hoek
Inferior: onderkant
Superior: bovenkant
Spina: riggel/ uitsteken / 3d
Processus: uitsteeksel
Extremitas: uiteinde
, Handwortel ezelsbruggetje: Some Lovers Try Positions That They Can’t Handle eerste letters
Schoudergewricht (articulatio humeri) kogelgewricht dus beweging in 3 richtingen mogelijk.
Naar boven/omhoog anteflexie saggitale vlak transversale as
Naar beneden retroflexie saggitale vlak transversale as
Opzij van het lichaam af abductie frontale vlak saggitale as
Opzij naar het lichaam toe adductie frontale vlak saggitale vlak
Arm van het lichaam af bewegen exorotatie transversale vlak longitudinale as
Arm naar het lichaam toe bewegen endorotatie transversale vlak
longitudinale
As
Tractus Digestivus: spijsverteringsstelsel
Tractus Urogenitalis: nieren en urinestelsel
Tractus locomotorius: bewegingsapparaat
Medische vakken – anatomie Systema nervosum: zenuwstelsel
Nomenclatuur = vlakken (1), bewegingen (2), assen (3), richtingen (4) en afkortingen (5)
Craniaal – caudaal: van boven naar beneden A = Arteria Slagader
Proximaal – distaal: dichterbij het lichaam of er verder van af V = Vena Ader
Ventraal – dorsaal: van voor naar achteren N = Nervus Zenuw
Lateraal – mediaal: van buiten naar binnen Art = articulatio Gewricht
M = Musculus Spier
Anatomie in vivo – technieken: inspectie, palpatie, percussie, auscultatie
Oppervlakkige structuren direct inspecteerbaar/palpabel
Diepere structuren projectie-anatomie (organen projecteren op de huid),
aan de hand van referentiepunten – dus uittekenen op de huid.
Intra = verschillen binnen jezelf
Inter = verschillen tussen anderen
Botten
Schoudergordel: scapula, clavicula en sternum
Bovenarm: Humerus
Onderarm: radius en ulna
Hand: carpus, metacarpus en phalanges
Margo: rand
Angulus: hoek
Inferior: onderkant
Superior: bovenkant
Spina: riggel/ uitsteken / 3d
Processus: uitsteeksel
Extremitas: uiteinde
, Handwortel ezelsbruggetje: Some Lovers Try Positions That They Can’t Handle eerste letters
Schoudergewricht (articulatio humeri) kogelgewricht dus beweging in 3 richtingen mogelijk.
Naar boven/omhoog anteflexie saggitale vlak transversale as
Naar beneden retroflexie saggitale vlak transversale as
Opzij van het lichaam af abductie frontale vlak saggitale as
Opzij naar het lichaam toe adductie frontale vlak saggitale vlak
Arm van het lichaam af bewegen exorotatie transversale vlak longitudinale as
Arm naar het lichaam toe bewegen endorotatie transversale vlak
longitudinale
As