Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
1. Het begrip recht
1.1 Een rechtsproces
Schuldenaar (vb: je buur op kot) en schuldeiser (vb: jij die Familie wilt kijken)
vb: je maakt overeenkomst dat jij elke avond Familie mag kijken bij je buur
Wat als schuldenaar schuld niet vrijwillig nakomt?
Eigenrichting = uzelf recht verschaffen (na een overeenkomst)
- NIET zelf opeisen = verboden! (behalve bij zelfverdediging)
- Naar de politie: burgerrechtelijk geschil = niet optreden
enkel optreden bij geweld
Contract nakomen = verplichting MAAR: niet strafrechtelijk gesanctioneerd
Wat nu doen?
1) Boodschap overbrengen aan schuldenaar = schuldenaar in gebreke stellen
2) Schuldenaar uitnodigen te verschijnen voor rechter (vordering) = deurwaarder + dagvaarding
schuldenaar = verweerder en schuldeiser = eiser
3) Schuldenaar/advocaat komt niet opdagen? automatisch ongelijk = vonnis van verstek
4) Als schuldenaar in beroep na vonnis + krijgt ongelijk finaal vonnis (niet meer in beroep gaan)
= uitvoerbare titel (indien nodig met geweld afdwingen door de Staat)
met formulier van tenuitvoerlegging mag de Staat nu officieel geweld gebruiken
ondertekend + geschreven door koning
Als schuldenaar nog steeds niet wilt betalen bezittingen noteren door deurwaarder
Nog niet betalen = openbare verkoop bezittingen opbrengsten gebruiken voor schuld te betalen
1.2 Wat is recht?
RECHT = MACHT EN GEWELD l
= de door een overheid georganiseerde ordening van uiterlijk menselijk gedrag id samenleving
- Normen: wat mag, moet, is verboden
- Uitwendig gedrag (geen straffen op gedachten)
- Handhaving en sancties
Overheidsmonopolie: overheid = machtig (enige die geweld mag gebruiken)
ontstaan door overheidsmaatregel/wet
Rechtsstaat: ook de Staat heeft regels
- Ook de Staat = aan het recht onderworpen
- Toepassen, afdwingen, uitvaardigen van regels = door bep (meestal via democratie)
- Scheiding der machten = 3 afzonderlijke rechtsorganen (uitvoerende, wetgevende, rechterlijke)
- Onafhankelijke rechterlijke macht centrale figuur = rechter = onafhankelijk
Democratie: volk neemt deel aan de machtsuitoefening (indirect)
Grondrechten: fundamentele rechten en vrijheden
1