Formules:
Hoofdstuk 1:
Prijselasticiteit: Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
Procentuele verander van de prijs
Begrippen:
Hoofdstuk 1:
Organisatie: Hoeft geen winst te maken, een organisatie heeft altijd een omgeving nodig,
dit zijn de externe relaties.
Voorbeeld: HAN
Leverancier: IKEA voor de meubels
Klanten: Studenten
Verschaffen vreemd vermogen: Bank
Werknemersorganisatie: FNV, CNV is per sector verschillend
Accountants: Voor de jaarrekeningen
Concurrenten: Fontys
Onderneming: Moet winst maken
Bedrijfsbeslissing: Een beslissing binnen een organisatie die van invloed is op de financiële
resultaten van een organisatie.
Organisatie doelstelling: Leidraad voor ieders handelen binnen de organisatie.
Geldstromen: zie H1, pagina 22 á 24 & aantekeningen 1.
*= vermogensmarkt is de bank
*= De inkoopmarkt zijn jouw leveranciers maar ook de arbeidsmarkt
*= Verkoopmarkt zijn jouw afnemers.
Dividend: De vergoeding dat iemand het geld beschikbaar heeft besteld aan het bedrijf.
Bijvoorbeeld een vergoeding voor het eigen vermogen.
, Globale opzet ondernemingsplan:
4= De balans & winst/ verlies
rekening
Persoonlijke kwaliteiten ondernemer: Flexibel, creatief en kennis hebben van de markt.
Wetten en regels beginnende ondernemer: 1. Handelsregister wet (Kamer Van Koophandel)
2. Handelsnaamwet ( mag je de naam gebruiken)
3. Vergunningen (o.a. omgevingsvergunning)
Rechtsvorm: De juridische vorm waarin een onderneming is opgezet. Het verschil tussen een
natuurlijk persoon en een rechtspersoon. Denk aan BV, NV etc.
Natuurlijk persoon: Individuen die rechten en plichten hebben. Dat je moet betalen.
Eenmanszaak (EZ), Vennootschap onder firma(V.o.F), Commanditaire
Vennootschap(CV), Maatschap(MS)
Hier betaal je inkomstenbelasting.
Rechtspersoon: (bedrijf) De onderneming heeft de rechten en plichten niet de eigenaar.
Naamloze Vennootschap(NV), Besloten Vennootschap(BV)
Hier betaal je Vennootschapsbelasting.
(NV) heeft wel aandelen in omloop de (BV) heeft dat niet.
Directeur Groot Aandeelhouder De directeur heeft bijna alle aandelen, maar krijgt ook het loon.
Over deze aandelen moet wel inkomstenbelasting betaald worden
door de directeur.
Belasting aanmerkelijk belang Als je veel aandelen hebt boven een bepaald %. Heb je veel te zeggen
en kan je extra belasting moeten betalen. Dit is inkomstenbelasting.
EBIT Earnings Before Interest and Taxes
EBT Earnings Before Taxes
6-p’s Prijs, Product, Plaats, Promotie, People en Planet
Variabele kosten: Kosten die veranderen naar mate je meer producten produceert.
Vaste/Constante kosten: Kosten die niet veranderen ondanks de hoeveel producten je
verkoopt.
Hoofdstuk 1:
Prijselasticiteit: Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
Procentuele verander van de prijs
Begrippen:
Hoofdstuk 1:
Organisatie: Hoeft geen winst te maken, een organisatie heeft altijd een omgeving nodig,
dit zijn de externe relaties.
Voorbeeld: HAN
Leverancier: IKEA voor de meubels
Klanten: Studenten
Verschaffen vreemd vermogen: Bank
Werknemersorganisatie: FNV, CNV is per sector verschillend
Accountants: Voor de jaarrekeningen
Concurrenten: Fontys
Onderneming: Moet winst maken
Bedrijfsbeslissing: Een beslissing binnen een organisatie die van invloed is op de financiële
resultaten van een organisatie.
Organisatie doelstelling: Leidraad voor ieders handelen binnen de organisatie.
Geldstromen: zie H1, pagina 22 á 24 & aantekeningen 1.
*= vermogensmarkt is de bank
*= De inkoopmarkt zijn jouw leveranciers maar ook de arbeidsmarkt
*= Verkoopmarkt zijn jouw afnemers.
Dividend: De vergoeding dat iemand het geld beschikbaar heeft besteld aan het bedrijf.
Bijvoorbeeld een vergoeding voor het eigen vermogen.
, Globale opzet ondernemingsplan:
4= De balans & winst/ verlies
rekening
Persoonlijke kwaliteiten ondernemer: Flexibel, creatief en kennis hebben van de markt.
Wetten en regels beginnende ondernemer: 1. Handelsregister wet (Kamer Van Koophandel)
2. Handelsnaamwet ( mag je de naam gebruiken)
3. Vergunningen (o.a. omgevingsvergunning)
Rechtsvorm: De juridische vorm waarin een onderneming is opgezet. Het verschil tussen een
natuurlijk persoon en een rechtspersoon. Denk aan BV, NV etc.
Natuurlijk persoon: Individuen die rechten en plichten hebben. Dat je moet betalen.
Eenmanszaak (EZ), Vennootschap onder firma(V.o.F), Commanditaire
Vennootschap(CV), Maatschap(MS)
Hier betaal je inkomstenbelasting.
Rechtspersoon: (bedrijf) De onderneming heeft de rechten en plichten niet de eigenaar.
Naamloze Vennootschap(NV), Besloten Vennootschap(BV)
Hier betaal je Vennootschapsbelasting.
(NV) heeft wel aandelen in omloop de (BV) heeft dat niet.
Directeur Groot Aandeelhouder De directeur heeft bijna alle aandelen, maar krijgt ook het loon.
Over deze aandelen moet wel inkomstenbelasting betaald worden
door de directeur.
Belasting aanmerkelijk belang Als je veel aandelen hebt boven een bepaald %. Heb je veel te zeggen
en kan je extra belasting moeten betalen. Dit is inkomstenbelasting.
EBIT Earnings Before Interest and Taxes
EBT Earnings Before Taxes
6-p’s Prijs, Product, Plaats, Promotie, People en Planet
Variabele kosten: Kosten die veranderen naar mate je meer producten produceert.
Vaste/Constante kosten: Kosten die niet veranderen ondanks de hoeveel producten je
verkoopt.