- Het meeste gebruik van onze kennis over gelijkenissen om ons denken te gidsen
gaat zo automatisch dat het niet voelt/lijkt als redeneren. Maar soms zijn handige
gelijkenissen niet zo makkelijk gevonden, wat er dan gebeurd is dat ons denken
langzaam, inspannend en bewust verloopt –
Hoe mensen redeneren: snel, langzaam, analogieën en inducties
-> Snel en langzaam denken
Veel psychologen stellen dat mensen twee soorten handelswijzen hebben bij het
oplossen van problemen. Dit soort Duale-proces theorieën plaatsen de automatisch
manier van denken aan de ene kant (snel, automatisch, onbewust) en de
inspannende manier van denken (langzaam, inspannend, bewust) aan de andere
kant.
Daniël Kahneman noemt het “fast and slow thinking”
Het snelle denken is hierbij intuïtief met weinig gevoel van vrijwillige controle,
Het langzame denken is hierbij het bewust beslissen welke aspecten van een
probleem je volgt, welke cognitieve acties je uitvoert en vervolgens weloverwogen
het probleem oplossen.
-> Analogieën als basis voor redeneren
Analogie : Iedere waargenomen gelijkenis tussen verschillende objecten, acties,
gebeurtenissen of situaties. Psychologen gebruiken de term echter meer om te
verwijzen naar gelijkenissen in gedrag, functie of relatie tussen gehelen of situaties
die in andere aspecten van elkaar verschillen.
Wetenschappers denken vaak in analogen om natuurlijke fenomenen te begrijpen én
uit te leggen. Op basis hiervan stellen ze nieuwe hypotheses op.
Analogieën worden zeer vaak gebruikt in gesprekken, ze zijn een fundamenteel
element van menselijk denken en overtuigingskracht. We redeneren over nieuwe
zaken vooral door deze te vergelijken met meer bekende of minder moeilijke zaken
waar de antwoorden duidelijker zijn. Dit soort redeneren is handig als de relatie in de
analoog juist is. Het is echter misleidend als de relaties niet kloppen, goede
redenaars zijn degenen die goed zijn in het zien van relaties tussen verschillende
gebeurtenissen.
-> inductief redeneren en vooroordelen hierbij
Inductief redeneren : De benadering om nieuwe principes af te leiden van
observaties of feiten die dienen als aanwijzingen. Het word ook wel hypothese
constructie genoemd.
Algemeen gesproken is inductief redeneren het redeneren wat gegrond is op
analogieën of andere gelijkenissen. Het bewijs waarvan iemand een conclusie afleid
is een reeks ervaringen uit het verleden die op een bepaalde manier gelijkenis
vertonen met elkaar óf met hetgeen wat iemand probeert de verklaren/voorspellen.
Wetenschappelijke redeneren is een vorm van inductief redeneren, het is een laat
ontwikkelde bekwaamheid die veel volwassenen niet gebruiken.