100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting casustoets PABO periode 2

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
09-03-2023
Written in
2021/2022

De samenvatting betreft het vak reken-wiskunde didactiek. Dit vak wordt onder andere gegeven in jaar 1 van de PABO. Deze samenvatting is handig voor de kennistoets (casustoets) van periode 2.

Institution
Course

Content preview

Hoofdstuk 1
1.1.1. Overeenkomsten en verschillen:

Relatief aspect: verhoudingen, procenten, kommagetallen en breuken hebben allemaal
overlappende gemeenschappelijke onderdelen.
-Kommagetal= een decimale breuk
-Breuken en procenten= verhouding
-Notatie van geldbedragen: Korting en rente (procenten)

1.1.2 Absoluut en relatief

Absoluut: Getallen die vast staan en getallen aanwijzen, ze hebben dus een waarde.
Relatief: Een verhoudingsmaat waar niet direct een getal aan af te lezen is (procent van x)

Ontwikkelde gecijferdheid: Absoluut en relatief van groot belang
-Van elkaar kunnen onderscheiden
-Met elkaar in verband brengen

-Strookmodel-Lijndiagram
-Getallen benoemd noteren

1.2 Onderlinge relaties= samenhang tussen sub domeinen

-Vanaf groep 7/8 worden sub domeinen (verhoudingen, procenten, kommagetallen en breuken)
door elkaar gebruikt (omrekenen ervan)

1.2.1. Begrip

Om kinderen te laten begrijpen waarom deze sommen gemaakt moeten worden, leren ze de
betekenis hiervan in de realiteit.

Ze leren over verschillen en overeenkomsten tussen de sub domeinen.

-Rationele getallen: hele getallen, kommagetallen en breuken met een andere notatiewijze.
-Meetgetal: zowel breuken als kommagetallen
-Rekengetal: 0,10= 0,1
-Ondermaten: 0,1 meter= 1 dm

-Repeterende breuk: breuk die zijn komma getallen herhaald. Bijvoorbeeld: 1,12121212
Het kommagetal dat dan herhaalt heet het repetendum.

Een breuk is een absoluut getal (zover op de getallenlijn). Maar ook een operator (hoeveelheid van
iets)



1.2.2 Weetjes

Declaratieve kennis= voorkennis
Productief oefenen= kinderen zelf opgave laten bedenken. Hierdoor stimuleer je wat ze weten en zo
creëren ze opgaven en weetjes.

, Hoofstuk 2: Verhoudingen:
2.1 Verhoudingen zijn overal:
Doordat we automatisch dingen in verhouding zien kunnen we verhoudingsgewijs redeneren.

2.2.1 Evenredige verbanden:
verhoudingen: recht evenredig verband tussen twee of meer getalsmatige of meetkundige
beschrijvingen
Evenredig verband: het ene getal wordt net zo veel keer zo groot als het andere getal.
voorbeeld: Welke is in verhouding het goedkoopst?
Eenheid: wat is de eenheid (euro, meter)
Naar ratio: voorbeeld: prijs van vlees stijgt hoe meer kilogram je koopt.
Verschijningsvormen verhoudingen: Sterkte koffie, recepten
Samengestelde grootheden: snelheid, dichtheid
Verhouding schaal: Kaart
Schaalnotatie: 1:80000  1cm op de kaart is 80000cm in het echt
Gestandaardiseerde verhouding= percentage=100

Kwantitatieve verhouding: verhouding uitgedrukt in een of meerdere getallen
Kwalitatieve verhouding: er wordt geen getal gebruikt, maar woorden= vaak in meetkunde,
meetkunde is altijd kwalitatief zodra er een getal is het kwantitatief.

!Interne verhouding: verhouding betreft een eenheid of grootheid ( 1 op de 3 kinderen heeft een
huisdier)
!Externe verhouding: twee verschillende grootheden (afgelegen afstand in een bepaalde tijd)
!Verhoudingsdeling= deelgetal en deler representeren hetzelfde= deel tegenover het geheel
!Verdelingsdeling= deelgetal en deler representeren iets anders= bijvoorbeeld: 3 kinderen, hoeveel
snoepjes krijgt ieder kind als er 12 snoepjes zijn?

Linear verband: Verband met een rechte lijn.

2.1.2. Niet-evenredige verbanden

Niet-evenredige verbanden: sommige verbanden zijn niet evenredig en is er dus ook geen verband
Verhoudingsgewijs redeneren: verband tussen lengte, oppervlakte en inhoud.
-Lengte 2x zo groot
-Oppervlakte 4x zo groot
-Inhoud 8x zo groot

-Additief is meer
-Multiplicatie is keer

Niet-evenredig verband: exponentieel, logaritme, logistische wortel
Omgekeerd evenredig verband: verbanden die wel evenredig zijn maar geen verhouding zijn;
voorbeeld: Hoe sneller je fietst hoe minder tijd je nodig hebt om ergens te komen.

Break-even point: koopt iets van 200 euro, of koopt iets van 20 euro in de maand, na 10 maanden zit
je op een break-even point.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 9, 2023
Number of pages
9
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

$7.58
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
jshvolleman

Get to know the seller

Seller avatar
jshvolleman
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions