GESC1 Blok 1 Toets
De student kent de fasen van de vierslag/vakconcept OMW.
Deze fasen zijn: ontmoeten/waarnemen, verklaren, herkennen en waarderen. ‘
De fasen van de vierslag
1. Ontmoeten/waarnemen: Kennismaken met de wereld om ons heen, betrokkenheid
en vragen oproepen.
= het benoemen en beschrijven van historische gebeurtenissen, verschijnselen,
ontwikkelingen en personen.
Wie? Wat? Waar? Wanneer?
Het kennismaken met de geschiedenis door te beschrijven wat je ziet, hoort, leest …
het oproepen van voorkennis, vooroordelen, stereotypen en bestaande
(mis)concepten
(een of meer perspectieven)
2. Verklaren: Verbanden ontdekken en benoemen
= de ‘waarom’ vraag en causaliteit (d.w.z. oorzaak en gevolg).
Waarom is het daar zo? Hoe is het daar zo geworden?
Verklaringen ontdekken voor verschijnselen, ontwikkelingen, gebeurtenissen en
personen met behulp van de relatie tussen verschillende perspectieven (oorzaak-
gevolg relaties, algemene regels, processen, veranderingen in de tijd)
(meestal meerdere perspectieven)
3. Herkennen/vergelijken: Toepassen van de nieuw verworven kennis
deze is bij alle toepasbaar
= Het geleerde kunnen toepassen in andere contexten/tijden
Waar heb ik dat eerder gezien? Hoe is dat in andere tijden? Hoe zal het in de toekomst
zijn?
Verbreden van het tijdswereldbeeld, verggroten van inzicht.
(een of meerdere perspectieven)
4. Waarderen: Oordeelsvorming, standpuntbepaling en persoonlijke beleving.
= door een verantwoorde beeldvorming ontwikkelen kinderen historisch besef, wat leidt tot
een visie (mening) op Nederland in de wereld, toen en nu.
Weet/begrijp ik wat anderen ervan vinden? Wat vind ik er zelf van?
Meningsvorming (verschillende standpunten)
(meerdere perspectieven)
Meestal gebeurt de vierslag in de volgende volgorde:
1. Waarnemen/ontmoeten
2. Verklaren, herkennen/vergelijken
3. Waarderen
Vierslag gebeurt voor het ontwerpen van de les. Multiperspectiviteit wordt gebruikt voor de
leerinhouden.
De student kent de fasen van de vierslag/vakconcept OMW.
Deze fasen zijn: ontmoeten/waarnemen, verklaren, herkennen en waarderen. ‘
De fasen van de vierslag
1. Ontmoeten/waarnemen: Kennismaken met de wereld om ons heen, betrokkenheid
en vragen oproepen.
= het benoemen en beschrijven van historische gebeurtenissen, verschijnselen,
ontwikkelingen en personen.
Wie? Wat? Waar? Wanneer?
Het kennismaken met de geschiedenis door te beschrijven wat je ziet, hoort, leest …
het oproepen van voorkennis, vooroordelen, stereotypen en bestaande
(mis)concepten
(een of meer perspectieven)
2. Verklaren: Verbanden ontdekken en benoemen
= de ‘waarom’ vraag en causaliteit (d.w.z. oorzaak en gevolg).
Waarom is het daar zo? Hoe is het daar zo geworden?
Verklaringen ontdekken voor verschijnselen, ontwikkelingen, gebeurtenissen en
personen met behulp van de relatie tussen verschillende perspectieven (oorzaak-
gevolg relaties, algemene regels, processen, veranderingen in de tijd)
(meestal meerdere perspectieven)
3. Herkennen/vergelijken: Toepassen van de nieuw verworven kennis
deze is bij alle toepasbaar
= Het geleerde kunnen toepassen in andere contexten/tijden
Waar heb ik dat eerder gezien? Hoe is dat in andere tijden? Hoe zal het in de toekomst
zijn?
Verbreden van het tijdswereldbeeld, verggroten van inzicht.
(een of meerdere perspectieven)
4. Waarderen: Oordeelsvorming, standpuntbepaling en persoonlijke beleving.
= door een verantwoorde beeldvorming ontwikkelen kinderen historisch besef, wat leidt tot
een visie (mening) op Nederland in de wereld, toen en nu.
Weet/begrijp ik wat anderen ervan vinden? Wat vind ik er zelf van?
Meningsvorming (verschillende standpunten)
(meerdere perspectieven)
Meestal gebeurt de vierslag in de volgende volgorde:
1. Waarnemen/ontmoeten
2. Verklaren, herkennen/vergelijken
3. Waarderen
Vierslag gebeurt voor het ontwerpen van de les. Multiperspectiviteit wordt gebruikt voor de
leerinhouden.