ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
INLEIDING
o Inzicht in de normale ontwikkeling
o Basis van behandelingsmethoden
Life-span psychologie – levensloopsychologie:
ONTWIKKELINGSDOMEINEN
o Lichamelijke ontwikkeling
o Motorische ontwikkeling
o Grove motoriek
o Fijne motoriek
o Sensomotoriek
o Psychomotoriek
o Emotionele ontwikkeling (hechting)
o Sociale ontwikkeling
o Taalontwikkeling
o Cognitieve ontwikkeling
o Identiteitsontwikkeling
o Morele ontwikkeling
o Tekenontwikkeling
EEN KIJK OP ONTWIKKELING
o Rijping
o Biologisch
o Ontwikkeling
o Psychologisch
→ Wederzijdse beïnvloeding
,RIJPING EN ONTWIKKELING
Zinloze opvoedingsacties die vooruitlopen op de rijping en ontwikkeling:
o Trapklimmen
o Cijferreeksen onthouden, rekenen, lezen
Gesell: ontwikkelingsschalen
o Erfelijkheid:
o Genen
o De limieten van onze prestatie
o Milieu:
o Opvoeding/onderwijs
o De benutting van wat genetisch aanwezig is
→ Enkel intelligentie, niet persoonlijkheid
BASISPRINCIPES VAN DE ONTWIKKELING VOLGENS GESELL
Wet van de inter- Het verwerven van vaardigheden gebeurt volgens een vaste volgorde. Voor dat
individuele gelijke een kind leert lopen moet het eerst leren zijn evenwicht te bewaren in stand.
volgorde
Wet van het inter- Het moment waarop iemand een vaardigheid beheerst is verschillend van individu
individueel tot individu. Sommige kinderen kunnen lopen aan 9 maand, anderen pas op 18
verschillend tijdstip maand of nog later.
Ontwikkelingsfase Leeftijd Omgeving Kenmerken
o Gezin o Snelle groei en ontwikkeling
0-12 o Kinderopvang o Geheel afhankelijk van zorg en
Babyperiode
maanden bescherming
o Eerste gehechtheidsrelatie
o Gezin o Door beweging en spraak meer
Peuterperiode 1-4 jaar o Kinderopvang autonoom
o Peuterklas o Denkt en handelt egocentrisch
o Gezin o Sociale ontwikkeling neemt toe
o Kleuterklas o Veel fantasie
Kleuterperiode 4-6 jaar
o Buurt
o Naschoolseopvang
o Gezin o Cognitieve ontwikkeling staat
o Lagere school centraal
o Buurt o Sociale contacten verbreden zich
Schoolperiode 6-12 jaar o Naschoolse
opvang
o Sport-hobbyclub
o Jeugdvereniging
o Gezin o Lichamelijke verandering door
o Middelbaar pubertijd
Adolescentie 12-18 jaar onderwijs o Begin seksuele belangstelling
o Leeftijdgenoten o Identiteitsontwikkeling
o Vrije tijdsinvulling
, BABYPERIODE
→ 0-12/18 maanden
We spreken van een baby zolang het kind nog niet loopt.
Het groei- en ontwikkelingstempo is heel hoog, vooral de lichamelijke en motorische ontwikkeling.
GEBOORTE:
De mens als zoorgdier wordt vroeg geboren:
o Hersenen onvoldoende ontwikkeld
o Meer tijd nodig tot aan de zelfstandigheid
o Geboortekanaal onvoldoende aangepast
o Lange zoogtijd
o Hulpeloos huilen als enig communicatiemiddel
LICHAMELIJKE ONTWIKKELING
o Slaapt 2/3de van de tijd
o Reflexen: een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
o Blijvende: pupilreflex, oogknipreflex, kniepeesreflex
o Voorbijgaande: babyreacties
VOORBIJGAANDE OF PRIMITIEVE REFLEXEN
o Snuffel- of zoekreflex
o Zuigreflex
o Grijpreflex
o Assymetrische tonische nekreflex
o Moro-reflex
o Stap- of loopreflex
o Kruipreflex
o Zwemreflex
ZINTUIGEN
o Tastzin:
o Handpalmen, voetzolen en gelaat: goed ontwikkeld
o Voorkeur voor huidcontact
o Smaak:
o Zoete smaken: positieve reactie
o Zoute smaken: negatieve reactie
o Bittere smaken: negatieve reactie
o Reuk:
o Herkennen de geur van moeder
o Zicht:
o Bij geboorte:
▪ Merkt verschil tussen licht en donker
INLEIDING
o Inzicht in de normale ontwikkeling
o Basis van behandelingsmethoden
Life-span psychologie – levensloopsychologie:
ONTWIKKELINGSDOMEINEN
o Lichamelijke ontwikkeling
o Motorische ontwikkeling
o Grove motoriek
o Fijne motoriek
o Sensomotoriek
o Psychomotoriek
o Emotionele ontwikkeling (hechting)
o Sociale ontwikkeling
o Taalontwikkeling
o Cognitieve ontwikkeling
o Identiteitsontwikkeling
o Morele ontwikkeling
o Tekenontwikkeling
EEN KIJK OP ONTWIKKELING
o Rijping
o Biologisch
o Ontwikkeling
o Psychologisch
→ Wederzijdse beïnvloeding
,RIJPING EN ONTWIKKELING
Zinloze opvoedingsacties die vooruitlopen op de rijping en ontwikkeling:
o Trapklimmen
o Cijferreeksen onthouden, rekenen, lezen
Gesell: ontwikkelingsschalen
o Erfelijkheid:
o Genen
o De limieten van onze prestatie
o Milieu:
o Opvoeding/onderwijs
o De benutting van wat genetisch aanwezig is
→ Enkel intelligentie, niet persoonlijkheid
BASISPRINCIPES VAN DE ONTWIKKELING VOLGENS GESELL
Wet van de inter- Het verwerven van vaardigheden gebeurt volgens een vaste volgorde. Voor dat
individuele gelijke een kind leert lopen moet het eerst leren zijn evenwicht te bewaren in stand.
volgorde
Wet van het inter- Het moment waarop iemand een vaardigheid beheerst is verschillend van individu
individueel tot individu. Sommige kinderen kunnen lopen aan 9 maand, anderen pas op 18
verschillend tijdstip maand of nog later.
Ontwikkelingsfase Leeftijd Omgeving Kenmerken
o Gezin o Snelle groei en ontwikkeling
0-12 o Kinderopvang o Geheel afhankelijk van zorg en
Babyperiode
maanden bescherming
o Eerste gehechtheidsrelatie
o Gezin o Door beweging en spraak meer
Peuterperiode 1-4 jaar o Kinderopvang autonoom
o Peuterklas o Denkt en handelt egocentrisch
o Gezin o Sociale ontwikkeling neemt toe
o Kleuterklas o Veel fantasie
Kleuterperiode 4-6 jaar
o Buurt
o Naschoolseopvang
o Gezin o Cognitieve ontwikkeling staat
o Lagere school centraal
o Buurt o Sociale contacten verbreden zich
Schoolperiode 6-12 jaar o Naschoolse
opvang
o Sport-hobbyclub
o Jeugdvereniging
o Gezin o Lichamelijke verandering door
o Middelbaar pubertijd
Adolescentie 12-18 jaar onderwijs o Begin seksuele belangstelling
o Leeftijdgenoten o Identiteitsontwikkeling
o Vrije tijdsinvulling
, BABYPERIODE
→ 0-12/18 maanden
We spreken van een baby zolang het kind nog niet loopt.
Het groei- en ontwikkelingstempo is heel hoog, vooral de lichamelijke en motorische ontwikkeling.
GEBOORTE:
De mens als zoorgdier wordt vroeg geboren:
o Hersenen onvoldoende ontwikkeld
o Meer tijd nodig tot aan de zelfstandigheid
o Geboortekanaal onvoldoende aangepast
o Lange zoogtijd
o Hulpeloos huilen als enig communicatiemiddel
LICHAMELIJKE ONTWIKKELING
o Slaapt 2/3de van de tijd
o Reflexen: een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
o Blijvende: pupilreflex, oogknipreflex, kniepeesreflex
o Voorbijgaande: babyreacties
VOORBIJGAANDE OF PRIMITIEVE REFLEXEN
o Snuffel- of zoekreflex
o Zuigreflex
o Grijpreflex
o Assymetrische tonische nekreflex
o Moro-reflex
o Stap- of loopreflex
o Kruipreflex
o Zwemreflex
ZINTUIGEN
o Tastzin:
o Handpalmen, voetzolen en gelaat: goed ontwikkeld
o Voorkeur voor huidcontact
o Smaak:
o Zoete smaken: positieve reactie
o Zoute smaken: negatieve reactie
o Bittere smaken: negatieve reactie
o Reuk:
o Herkennen de geur van moeder
o Zicht:
o Bij geboorte:
▪ Merkt verschil tussen licht en donker