Hoorcollege Medisch: Pijn
De neuro fysiologie
De cirkel van loeser
1e cirkel: nociceptie --> het ontvangen van een schadelijke prikkel. Hetgeen dat het lichaam doet na het
ontvangen van een schadelijke prikkel.
2e cirkel: gewaarwording --> je merkt iets van de schadelijke prikkel. De gewaarwording vindt plaats in de grijze
stof van de hersenen, in het hersenschors.
3e cirkel: beleving --> wat je voelt bij de pijn. Je beleving van deze pijn, het heeft veel te maken met cultuur.
4e cirkel: gedrag --> aan het pijngedrag kunnen we conclusies trekken.
Definitie van pijn
Pijn is: een onaangename sensorische of emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met een bestaande
of dreigende weefselbeschadiging- (IASP)
Pijn is: wat een mens als pijn ervaart.
Pijnbanen
Hersenschors (pijngewaarwording): hersenschors kan zich niet met twee dingen bezig houden. Afleiding werkt
dus doordat de pijn in het hersenschors even niet meer voelbaar is omdat het hersenschors zich maar met een ding
kan bezig houden.
Limibische systeem (pijnbeleving-emoties): emoties uit het limbische systeem beïnvloeden onze pijn. Emoties
moeten altijd meegenomen bij de beschrijving van de pijn van een patiënt.
Hogere centra.
Opstijgende pijnbanen: de pijnprikkel zal steeds meer richting de hersenen gaan.
Ruggenmerg/hersenstam: poort. Poorttheorie: tastprikkels gaan voor pijnprikkels. Als een tastprikkel gelijk in het
ruggenmerg aankomt met een pijnprikkel dan komt de tastprikkel eerder aan. Na pijn zou je over de pijnlijke plek
kunnen wrijven, doordat de tastprikkel voorgaat wordt de pijnprikkel niet gevoeld. Daarnaast gaat acute pijn voor
chronische pijn.
Afferente vezels: vervoeren de pijn van de perifere weefsels naar het centrale zenuwstelsel.
Receptor: geven de pijn door naar de afferente vezels.
Pijnmediatoren: Er is een flinke prikkel nodig om deze te activeren, de prikkel moet zo sterk zijn dat hij cellen
beschadigd, hierbij komen bepaalde stoffen vrij; mediatoren en dit verklaard de pijnklachten.
Prikkel.
Pijn is een alarmsignaal, helemaal geen pijn hebben is niet goed omdat het alarmsignaal dan ontbreekt.
Pijnladder 1
Fase 1: werken bij de pijndrempel, verhogen de pijndrempel.
Perifere pijnstillers:
-Paracetamol: begin de eerste dosis met 2 tabletten daarna om de 8uur 1 tablet.
-Aspirine
-N(ON)S(TEROID)A(NTI)I(NFLAMMOTRE)D(RUGS)'S --> NSAID
Pijnladder 2
Fase 2:
Medicament fase 1 + zwak opiaat
-Codeïne
-Tramadol
Pijnladder 3
Fase 3:
Sterk werkend opiaat
-Temgesic
-Morfine
-Durogesic (Fentanyl): morfinepleisters.
-Methadon
De neuro fysiologie
De cirkel van loeser
1e cirkel: nociceptie --> het ontvangen van een schadelijke prikkel. Hetgeen dat het lichaam doet na het
ontvangen van een schadelijke prikkel.
2e cirkel: gewaarwording --> je merkt iets van de schadelijke prikkel. De gewaarwording vindt plaats in de grijze
stof van de hersenen, in het hersenschors.
3e cirkel: beleving --> wat je voelt bij de pijn. Je beleving van deze pijn, het heeft veel te maken met cultuur.
4e cirkel: gedrag --> aan het pijngedrag kunnen we conclusies trekken.
Definitie van pijn
Pijn is: een onaangename sensorische of emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met een bestaande
of dreigende weefselbeschadiging- (IASP)
Pijn is: wat een mens als pijn ervaart.
Pijnbanen
Hersenschors (pijngewaarwording): hersenschors kan zich niet met twee dingen bezig houden. Afleiding werkt
dus doordat de pijn in het hersenschors even niet meer voelbaar is omdat het hersenschors zich maar met een ding
kan bezig houden.
Limibische systeem (pijnbeleving-emoties): emoties uit het limbische systeem beïnvloeden onze pijn. Emoties
moeten altijd meegenomen bij de beschrijving van de pijn van een patiënt.
Hogere centra.
Opstijgende pijnbanen: de pijnprikkel zal steeds meer richting de hersenen gaan.
Ruggenmerg/hersenstam: poort. Poorttheorie: tastprikkels gaan voor pijnprikkels. Als een tastprikkel gelijk in het
ruggenmerg aankomt met een pijnprikkel dan komt de tastprikkel eerder aan. Na pijn zou je over de pijnlijke plek
kunnen wrijven, doordat de tastprikkel voorgaat wordt de pijnprikkel niet gevoeld. Daarnaast gaat acute pijn voor
chronische pijn.
Afferente vezels: vervoeren de pijn van de perifere weefsels naar het centrale zenuwstelsel.
Receptor: geven de pijn door naar de afferente vezels.
Pijnmediatoren: Er is een flinke prikkel nodig om deze te activeren, de prikkel moet zo sterk zijn dat hij cellen
beschadigd, hierbij komen bepaalde stoffen vrij; mediatoren en dit verklaard de pijnklachten.
Prikkel.
Pijn is een alarmsignaal, helemaal geen pijn hebben is niet goed omdat het alarmsignaal dan ontbreekt.
Pijnladder 1
Fase 1: werken bij de pijndrempel, verhogen de pijndrempel.
Perifere pijnstillers:
-Paracetamol: begin de eerste dosis met 2 tabletten daarna om de 8uur 1 tablet.
-Aspirine
-N(ON)S(TEROID)A(NTI)I(NFLAMMOTRE)D(RUGS)'S --> NSAID
Pijnladder 2
Fase 2:
Medicament fase 1 + zwak opiaat
-Codeïne
-Tramadol
Pijnladder 3
Fase 3:
Sterk werkend opiaat
-Temgesic
-Morfine
-Durogesic (Fentanyl): morfinepleisters.
-Methadon