Genetica Samenvatting
Samenvatting aan de hand van de leeruitkomsten van het vak GEN
De belangrijkste historische experimenten in de geschiedenis van de ontdekking van het DNA:
1. Darwin met de evolutietheorie, wist nog niet dat DNA bestond
2. Mendel met de kruisingen van erwten, wist ook nog niet dat DNA bestond
3. 1924: chromosomen worden verdeeld tijdens celdeling, maar waardoor?
4. 1928: Franklin Griffith ontdekte dat genetisch materiaal hittestabiel is
Experimenteerde met muizen
DNA uit dode mutagene bacterie werd in onschadelijke bacterie gestopt
Muis ging alsnog dood
Transforming principle
5. 1944: Oswald Avery ontdekte dat DNA het transforming principle is
Veel mensen vinden DNA een te simpel molecuul en geloven het niet
6. 1952: Hershey-Chase studie, waarin werd aangetoond dat DNA genetische informatie
overdraagt.
Werd getest met virussen en DNA werd reactief gemaakt.
7. 1949: Erwin Chargaff ontdekte dat de verhouding AT / GC verschilt in organismen
8. Rosalind Franklin maakte met röntgen een diffractie van DNA
9. 1953: Watson en Crick ontdekten structuur van DNA -> dubbele helix met baseparen
10. 1970: Hamilton Smith ontdekte eerste restrictie-enzym (herkent gen en knipt daar)
11. Jaren 70: Cohen en Boyer ontdekten recombinant DNA technieken
Plasmiden, kloneren etc.
12. 1990: Humaan genoom-project: gehele menselijke genoom in kaart brengen: 3 miljard bp
De bouw van DNA
DNA heeft een dubbele helix structuur
A (adenine) bindt met T (thymine) en G (guanine) bindt met C (cytosine)
A en T hebben 2 H-bruggen als binding, G en C hebben 3 H-bruggen als binding
T en G zijn pyrimidines
A en C zijn purines
DNA bestaat uit genen -> ieder gen codeert voor een eiwit
Van DNA naar RNA = transcriptie
Van RNA naar eiwit = translatie
Dus:
DNA → RNA → Eiwit
Transcriptie Translatie
RNA
RNA is een kopietje van een gen op het DNA
RNA wordt gemaakt omdat niet al het DNA nodig is in iedere cel, iedere cel heeft andere
eiwitten nodig, bijv. cellen in ogen zijn anders dan cellen in lever
In RNA in plaats van T is het een U (uracil)
Een groep van 3 baseparen codeert voor 1 aminozuur waarvan de eiwitten worden gemaakt
Welk aminozuur voor een code? Lees je af in tabel van Nirenberg/Khorana
Samenvatting aan de hand van de leeruitkomsten van het vak GEN
De belangrijkste historische experimenten in de geschiedenis van de ontdekking van het DNA:
1. Darwin met de evolutietheorie, wist nog niet dat DNA bestond
2. Mendel met de kruisingen van erwten, wist ook nog niet dat DNA bestond
3. 1924: chromosomen worden verdeeld tijdens celdeling, maar waardoor?
4. 1928: Franklin Griffith ontdekte dat genetisch materiaal hittestabiel is
Experimenteerde met muizen
DNA uit dode mutagene bacterie werd in onschadelijke bacterie gestopt
Muis ging alsnog dood
Transforming principle
5. 1944: Oswald Avery ontdekte dat DNA het transforming principle is
Veel mensen vinden DNA een te simpel molecuul en geloven het niet
6. 1952: Hershey-Chase studie, waarin werd aangetoond dat DNA genetische informatie
overdraagt.
Werd getest met virussen en DNA werd reactief gemaakt.
7. 1949: Erwin Chargaff ontdekte dat de verhouding AT / GC verschilt in organismen
8. Rosalind Franklin maakte met röntgen een diffractie van DNA
9. 1953: Watson en Crick ontdekten structuur van DNA -> dubbele helix met baseparen
10. 1970: Hamilton Smith ontdekte eerste restrictie-enzym (herkent gen en knipt daar)
11. Jaren 70: Cohen en Boyer ontdekten recombinant DNA technieken
Plasmiden, kloneren etc.
12. 1990: Humaan genoom-project: gehele menselijke genoom in kaart brengen: 3 miljard bp
De bouw van DNA
DNA heeft een dubbele helix structuur
A (adenine) bindt met T (thymine) en G (guanine) bindt met C (cytosine)
A en T hebben 2 H-bruggen als binding, G en C hebben 3 H-bruggen als binding
T en G zijn pyrimidines
A en C zijn purines
DNA bestaat uit genen -> ieder gen codeert voor een eiwit
Van DNA naar RNA = transcriptie
Van RNA naar eiwit = translatie
Dus:
DNA → RNA → Eiwit
Transcriptie Translatie
RNA
RNA is een kopietje van een gen op het DNA
RNA wordt gemaakt omdat niet al het DNA nodig is in iedere cel, iedere cel heeft andere
eiwitten nodig, bijv. cellen in ogen zijn anders dan cellen in lever
In RNA in plaats van T is het een U (uracil)
Een groep van 3 baseparen codeert voor 1 aminozuur waarvan de eiwitten worden gemaakt
Welk aminozuur voor een code? Lees je af in tabel van Nirenberg/Khorana