Hoofdstuk 17
paragraaf 1
DNA bestaat uit twee strengen met ieder zo’n 50 tot 250
miljoen nucleotiden, die samen een helix vormen. In het
kernplasma bevindt zich het DNA. DNA ligt gewikkeld om
speciale eiwitten: de histonen. Histonen verstevigen en
beschermen de DNA-moleculen bij eukaryoten in de kern.
Nucleosoom = het geheel van acht histonen met het daarom gewikkelde DNA,
bijeengehouden door het histon.
De histonen van de verschillende nucleosomen koppelen met elkaar waardoor een dikke
chromatinedraad ontstaat. Deze draad spiraliseert (=dikker en korter worden van de
chromosomen) tot chromatine waardoor het DNA-molecuul heel compact in de celkern is
opgeborgen. Dit 2 meter lange DNA ligt in de celkern van gemiddeld 10 micrometer
opgerold. De cellen zijn tussen de 10 – 100 micrometer groot.
Zouten en een eiwitverterend enzym verwijderen de histonen en maakt het DNA
voorgeschikt om verder te verwerken.
1 Nucleotide = 1 bouwblokje van het DNA, bestaat uit 3
verschillende moleculen:
DNA-Nucleotiden:
- Stikstofbase A, T, G, C
- Fosfaatgroep
- Suiker (desoxyribose)
Desoxyribose heeft vijf C-atomen die op een vaste manier genummerd zijn.
- Eerste C-atoom wordt 1’ genoemd. Vormt een binding met de stikstofbase.
- 5’eind = fosfaatgroep
- Het 3’C-atoom 3’eind = suiker (desoxyribose)
- 5’-einde van de ene streng ligt naast het 3’-einde van de andere.
Stikstofbasen van de ene streng binden via H-bruggen met die van de tegenoverliggende
streng.
- A met T verbonden via twee H-bruggen
- C met G verbonden via drie H-bruggen.
De binding tussen cytosine en guanine is daardoor ook sterker dan tussen adenine en
thymine.
De strengen in een DNA-molecuul zijn complementair = de volgorde in de ene streng
(leidend streng) bepaalt die in de andere (de volgende streng) en andersom.
DNA is verdeeld over 46 chromosomen in de celkern en het cirkelvorming DNA in de
mitochondriën. 23 paar homologe chromosomen (het paar bevat dezelfde genen).
DNA zit in de celkern en in de mitochondriën. Een mitochondrium heeft 5-10 cirkelvormige
moleculen mitochondriaal DNA, afgekort mtDNA. mtDNA bevat 37 genen:
, - 13 coderen voor eiwitten die betrokken zijn bij de aerobe dissimilatie (verbranding/
afbreken met zuurstof).
- De rest codeert voor rRNA (bouwstenen voor ribosomen) en tRNA (transporteert
aminozuren). Dit is niet-coderend DNA.
- Het mtDNA erft, via de eicel, over van moeder naar zowel zonen als dochters.
Genoom = totale DNA, bevat 19 000 genen.
Gen = stukje DNA met informatie voor de productie van een of meerdere eiwitten.
Alle cellen hebben hetzelfde DNA, maar afhankelijk van hun functie zijn verschillende genen
actief.
Ieder gen heeft zijn eigen sequentie = volgorde van de stikstofbasen in het DNA. Wel komt er
in het DNA-herhalingen voor van series nucleotiden. Dit heet repetitief DNA.
STR’s = korte series van twee tot tien nucleotiden. Deze spelen bij verwantschaps- en
forensisch onderzoek een rol.
Laboratoria brengen de STR’s van 13 loci (=plaatsen in het DNA) in kaart, dit levert een DNA-
profiel op.
Paragraaf 2
DNA wordt in de kern van de cel volledig gekopieerd. Er worden vervolgens twee kernen
gemaakt in één cel. De twee kernen zullen vervolgens worden verdeeld over twee cellen. Je
lichaam doet aan DNA-replicatie, wanneer er meer cellen nodig zijn, zoals bij groei en tijdens
herstel van verwonding. DNA-replicatie vindt plaats in de S-fase van de celcyclus.
Deoxyribosenucleotiden = nucleotide met deoxyribose als suiker, een fosfaatgroep en een
van de basen A, C, T of G.
BINAS 71M2 De PCR-methode = methode om in een apparaat in stappen minimale
hoeveelheden DNA kunstmatig snel te vermenigvuldigen. De machine wisselt snel en
nauwkeurig van temperatuur.
Doel-DNA (het deel van het DNA wat iemand wil vermeerderen.) via de PCR-methode:
1. De analist brengt in de machine een mengsel van het te kopiëren DNA-fragment,
twee verschillende DNA-primers, een speciaal type DNA-polymerase en de
benodigde nucleotiden.
2. Bij 95 graden verbreken de H-bruggen en opent het dubbelstrengs DNA-molecuul.
3. Bij 52 graden binden de DNA-primers aan de 3’-einden van beide strengen.
4. Bij 72 graden verlengt Taq-polymerase de nieuwe ketens van het DNA-fragment in de
5’ 3’richitng.
5. Iedere cyclus ontstaat er nieuwe strengen vanaf de primers.
paragraaf 1
DNA bestaat uit twee strengen met ieder zo’n 50 tot 250
miljoen nucleotiden, die samen een helix vormen. In het
kernplasma bevindt zich het DNA. DNA ligt gewikkeld om
speciale eiwitten: de histonen. Histonen verstevigen en
beschermen de DNA-moleculen bij eukaryoten in de kern.
Nucleosoom = het geheel van acht histonen met het daarom gewikkelde DNA,
bijeengehouden door het histon.
De histonen van de verschillende nucleosomen koppelen met elkaar waardoor een dikke
chromatinedraad ontstaat. Deze draad spiraliseert (=dikker en korter worden van de
chromosomen) tot chromatine waardoor het DNA-molecuul heel compact in de celkern is
opgeborgen. Dit 2 meter lange DNA ligt in de celkern van gemiddeld 10 micrometer
opgerold. De cellen zijn tussen de 10 – 100 micrometer groot.
Zouten en een eiwitverterend enzym verwijderen de histonen en maakt het DNA
voorgeschikt om verder te verwerken.
1 Nucleotide = 1 bouwblokje van het DNA, bestaat uit 3
verschillende moleculen:
DNA-Nucleotiden:
- Stikstofbase A, T, G, C
- Fosfaatgroep
- Suiker (desoxyribose)
Desoxyribose heeft vijf C-atomen die op een vaste manier genummerd zijn.
- Eerste C-atoom wordt 1’ genoemd. Vormt een binding met de stikstofbase.
- 5’eind = fosfaatgroep
- Het 3’C-atoom 3’eind = suiker (desoxyribose)
- 5’-einde van de ene streng ligt naast het 3’-einde van de andere.
Stikstofbasen van de ene streng binden via H-bruggen met die van de tegenoverliggende
streng.
- A met T verbonden via twee H-bruggen
- C met G verbonden via drie H-bruggen.
De binding tussen cytosine en guanine is daardoor ook sterker dan tussen adenine en
thymine.
De strengen in een DNA-molecuul zijn complementair = de volgorde in de ene streng
(leidend streng) bepaalt die in de andere (de volgende streng) en andersom.
DNA is verdeeld over 46 chromosomen in de celkern en het cirkelvorming DNA in de
mitochondriën. 23 paar homologe chromosomen (het paar bevat dezelfde genen).
DNA zit in de celkern en in de mitochondriën. Een mitochondrium heeft 5-10 cirkelvormige
moleculen mitochondriaal DNA, afgekort mtDNA. mtDNA bevat 37 genen:
, - 13 coderen voor eiwitten die betrokken zijn bij de aerobe dissimilatie (verbranding/
afbreken met zuurstof).
- De rest codeert voor rRNA (bouwstenen voor ribosomen) en tRNA (transporteert
aminozuren). Dit is niet-coderend DNA.
- Het mtDNA erft, via de eicel, over van moeder naar zowel zonen als dochters.
Genoom = totale DNA, bevat 19 000 genen.
Gen = stukje DNA met informatie voor de productie van een of meerdere eiwitten.
Alle cellen hebben hetzelfde DNA, maar afhankelijk van hun functie zijn verschillende genen
actief.
Ieder gen heeft zijn eigen sequentie = volgorde van de stikstofbasen in het DNA. Wel komt er
in het DNA-herhalingen voor van series nucleotiden. Dit heet repetitief DNA.
STR’s = korte series van twee tot tien nucleotiden. Deze spelen bij verwantschaps- en
forensisch onderzoek een rol.
Laboratoria brengen de STR’s van 13 loci (=plaatsen in het DNA) in kaart, dit levert een DNA-
profiel op.
Paragraaf 2
DNA wordt in de kern van de cel volledig gekopieerd. Er worden vervolgens twee kernen
gemaakt in één cel. De twee kernen zullen vervolgens worden verdeeld over twee cellen. Je
lichaam doet aan DNA-replicatie, wanneer er meer cellen nodig zijn, zoals bij groei en tijdens
herstel van verwonding. DNA-replicatie vindt plaats in de S-fase van de celcyclus.
Deoxyribosenucleotiden = nucleotide met deoxyribose als suiker, een fosfaatgroep en een
van de basen A, C, T of G.
BINAS 71M2 De PCR-methode = methode om in een apparaat in stappen minimale
hoeveelheden DNA kunstmatig snel te vermenigvuldigen. De machine wisselt snel en
nauwkeurig van temperatuur.
Doel-DNA (het deel van het DNA wat iemand wil vermeerderen.) via de PCR-methode:
1. De analist brengt in de machine een mengsel van het te kopiëren DNA-fragment,
twee verschillende DNA-primers, een speciaal type DNA-polymerase en de
benodigde nucleotiden.
2. Bij 95 graden verbreken de H-bruggen en opent het dubbelstrengs DNA-molecuul.
3. Bij 52 graden binden de DNA-primers aan de 3’-einden van beide strengen.
4. Bij 72 graden verlengt Taq-polymerase de nieuwe ketens van het DNA-fragment in de
5’ 3’richitng.
5. Iedere cyclus ontstaat er nieuwe strengen vanaf de primers.