Hoofdstuk 18
Paragraaf 1
Binas T30E, hierin is te zien dat röntgenstraling uit het heelal niet door de dampkring heen
komt, radiostraling en zichtbaar licht wel.
Energie foton Ef = Energie van een foton eV of Joule
h = constante van Planck (Binas 7a) J/s
h∙ c f = frequentie Hertz
E f =h∙ f =
λ c = lichtsnelheid (Binas 7a) m/s
λ= golflengte meter
Kortere golflengte meer energie
Optische telescoop = voor het waarnemen van zichtbaar licht van
hemellichamen.
- Lenzentelescoop = vroeger gebruikt, buigen door lenzen.
- Spiegeltelescopen = gebruik van reflecteren, de lichtstraal
kan hierdoor verder buigen. Hoe groter de spiegel, hoe
meer fotonen er per seconde worden opgevangen (grotere
helderheid) en hoe meer details (beeldscherpte).
Om de hemel te bestuderen bij korte golflengten (gamma-, ultraviolet- en röntgenstraling)
moeten telescopen in satellieten boven de dampkring worden gebruikt.
- Telescopen voor het waarnemen van ultraviolette straling hebben dezelfde bouw als
optische telescopen.
- Gammastraling komt van de meeste energierijke bronnen en explosies in het heelal.
Speciale telescopen nodig omdat gammafotonen laten zich niet bundelen met
spiegels of lenzen.
Infrarode straling wordt geabsorbeerd in de dampkring, daarom wordt de infrarode hemel
bestudeerd met ruimtetelescopen. Ze worden met vloeibaar helium koel gehouden,
langzame verdamping helium koelt.
Radiogolven komen door de dampkring en het wolkendek heen. Radio-fotonen hebben door
hun lange golflengte en lage frequentie zeer weinig energie. Daarom zijn grote telescopen
nodig.
Pulsars = een snel ronddraaiende neutronenster die elektromagnetische straling uitzendt.
, Paragraaf 2
De zon is een ster, een enorme bol heet gas. De zon zorgt voor leven op aarde en voor
zichtbaar licht. Zichtbaar licht komt uit de buitenste laag de atmosfeer van de zon.
Emissiespectrum = uitzend spectrum, gas dat fotonen emitteert van bepaalde frequenties
(lichte lijnen) doordat elektronen van een hoge naar lage energiebaan springen.
Absorptiespectrum = opname spectrum, gas dat fotonen absorbeert van bepaalde
frequenties (donkere lijnen) om zo elektronen van een lage naar een hoge baan te laten
springen.
Continu spectrum = Een kleurenband zonder onderbrekingen (zware lijnen) tussendoor.
Fraunhoferlijnen = dunne, donkere lijntjes.
Lijnenspectrum = Een kleurenband met donkere lijntjes. Elke ster een andere verhouding
van lichtsterke van de kleuren en patronen van de lijntjes.
Het donkere streepje komt overeen met de golflengte die hoort bij de overgang van
energieniveau naar energieniveau van verschillende stoffen. De spectraallijnen van het
emissiespectrum komen overheen met de absorptielijnen.
Bij een volledige zonsverduistering, zien we een lichtkrans rond de zon. De dunne laag aan
de binnenkant van de lichtkrans heet de chromosfeer. Aan de buitenkant bevindt zich de
corona. Het meeste gas in de corona is extreem heet, wel miljoenen kelvin.
Dubbelster = een systeem van twee sterren die om elkaar heen draaien. Ze staan zo dicht bij
elkaar dat we ze niet gescheiden zien. Na twee waarnemingen zijn de spectraallijnen
verschoven. Dit komt door het dopplereffect.
Het dopplereffect = de verandering van de golflengte van een golf, in dit
geval een lichtgolf, als de bron beweegt ten opzichte van de waarnemer.
- Beweegt de bron weg van de waarnemer, dan nemen we een langere
golflengte waar = roodverschuiving. (rood langere golflengte)
- Beweegt de bron naar de waarnemer toe, dan wordt de
waargenomen golflengte juist korter = blauwverschuiving.
Snelheid beweging v = snelheid m/s
object toe of af. ∆ λ= het verschil in golflengte (λ – λ0) door het meter
dopplereffect
∆λ λ= de golflengte van de golf als de bron niet beweegt meter
v= ∙c
λ ten opzichte van de waarnemer.
c = lichtsnelheid (Binas 7a) m/s
Ook bij sterren zonder dubbelstersysteem kunnen dopplerverschuivingen gemeten worden,
deze zijn echter niet periodiek. Oorzaak: sterren in het melkwegstelsel bewegen ten opzichte
van elkaar.
Paragraaf 3