AK samenvatting H2
2.1 Gebergtevorming en aardbevingen
Convergente plaatgrenzen
Het buitenste deel van de aardmantel is de asthenosfeer. Dit gedeelte is plastisch en soms zelfs
gesmolten. Hierdoor ontstaan er bewegingen in de lithosfeer die daar bovenop ligt, de vaste
buitenkant van de aarde. Door de bewegingen breekt de lithosfeer in stukken. Die stukken noem je
platen. Convergente plaatgrenzen zijn plaatgrenzen die naar elkaar toe bewegen. Dit zorgt voor
subductie en vulkanisme. Bij het naar benden schuiven van de zwaardere plaat wordt steeds meer
spanning opgebouwd. Wanneer de spanning te hoog wordt, schieten de platen los en ontstaat er een
aardbeving.
Transformere en divergente plaatgrenzen
Bij divergente plaatgrenzen bewegen de platen van elkaar af en stolt het omhooggekomen magma
tot basalt. Hier komen meestal minder zware aardbevingen voor dan langs transforme plaatgrenzen,
waar platen horizontaal langs elkaar bewegen. Bij deze laatste beweging wordt veel druk opgebouwd
en kunnen zeer zware aardbevingen ontstaan.
Hoe lager het cijfer, hoe eerder het is ontstaan.
Gebergtevorming
, 2.2 Vulkanisme
Vulkanen in Italië
Een schildvulkaan ontstaat bij divergente plaatbewegingen en hotspots. Het magma is op deze
plaatsen relatief vloeibaar en niet zo gasrijk, waardoor vaker vrij rustige uitbarstingen plaatsvinden.
Schildvulkanen komen in het Middellandse zeegebied weinig voor. Een stratovulkaan is een
kegelvormige vulkaan met vrij steile hellingen die ontstaat bij een explosieve eruptie. Deze erupties
zijn veel explosiever, doordat er stroperiger, gasrijk magma omhoog komt. Bij zeer krachtige,
explosieve uitbarstingen vliegt er zoveel materiaal de lucht in dat de lege magmakamer in elkaar
stort en alleen de buitenrand van de vulkaan in stand blijft. Dit heet een caldera.
2.1 Gebergtevorming en aardbevingen
Convergente plaatgrenzen
Het buitenste deel van de aardmantel is de asthenosfeer. Dit gedeelte is plastisch en soms zelfs
gesmolten. Hierdoor ontstaan er bewegingen in de lithosfeer die daar bovenop ligt, de vaste
buitenkant van de aarde. Door de bewegingen breekt de lithosfeer in stukken. Die stukken noem je
platen. Convergente plaatgrenzen zijn plaatgrenzen die naar elkaar toe bewegen. Dit zorgt voor
subductie en vulkanisme. Bij het naar benden schuiven van de zwaardere plaat wordt steeds meer
spanning opgebouwd. Wanneer de spanning te hoog wordt, schieten de platen los en ontstaat er een
aardbeving.
Transformere en divergente plaatgrenzen
Bij divergente plaatgrenzen bewegen de platen van elkaar af en stolt het omhooggekomen magma
tot basalt. Hier komen meestal minder zware aardbevingen voor dan langs transforme plaatgrenzen,
waar platen horizontaal langs elkaar bewegen. Bij deze laatste beweging wordt veel druk opgebouwd
en kunnen zeer zware aardbevingen ontstaan.
Hoe lager het cijfer, hoe eerder het is ontstaan.
Gebergtevorming
, 2.2 Vulkanisme
Vulkanen in Italië
Een schildvulkaan ontstaat bij divergente plaatbewegingen en hotspots. Het magma is op deze
plaatsen relatief vloeibaar en niet zo gasrijk, waardoor vaker vrij rustige uitbarstingen plaatsvinden.
Schildvulkanen komen in het Middellandse zeegebied weinig voor. Een stratovulkaan is een
kegelvormige vulkaan met vrij steile hellingen die ontstaat bij een explosieve eruptie. Deze erupties
zijn veel explosiever, doordat er stroperiger, gasrijk magma omhoog komt. Bij zeer krachtige,
explosieve uitbarstingen vliegt er zoveel materiaal de lucht in dat de lege magmakamer in elkaar
stort en alleen de buitenrand van de vulkaan in stand blijft. Dit heet een caldera.