Project: Financiële Instellingen en Monetaire Theori
Samenvatting Boek
“The economics of money, banking and nancial markets”
— F. MISHKIN
Radboud Universiteit Nijmegen
Yoël Guijt
fi e
, Hoofdstuk 1
‣ Een security is een nancial instrument, dus een obligatie of aandelen
‣ Bond is een obligatie, dus en schuldbewijs.
‣ Interest rates zijn kosten van het lenen van geld. Hoge interest rates zorgen ervoor dat je meer
wilt sparen dan lenen
‣ Aandeel = een deel van de onderneming. Betaalt dividend uit.
‣ Valutamarkten: om munten/briefgeld om te wisselen voor andere valuta; wisselkoers.
‣ Financiële tussenspelers: zorgen dat geld van de ene naar de andere partij kan gaan.
‣ Financiële crisis; Enorme dalingen in asset prijzen, daling in vertrouwen, hoge onzekerheid,
dalende output, economie op zijn gat.
‣ Banken maken van spaargelden leningen; tegen reserves uitlenen voor meer.
‣ Totale output; alles wat de economie produceert.
‣ Werkloosheid; percentage van de mensen die niet werken.
‣ Business cycle = conjunctuur = op en neer gang van de economie. Goede en slechte tijden
‣ Monetary theory; de geldhoeveelheid in combinatie met het prijsniveau
‣ Continue stijging in het prijsniveau = in atie
‣ Geldaanbod en Monetary base staat in combinatie met de interest rates
‣ Monetair beleid; management van geld en interest percentages.
‣ Fiscaal beleid betreft de inkomsten en uitgaven van de overheid;
‣ Budget de cit is een tekort; G > T en budget surplus is een overschot
‣ GDP is de totale productie, economie, in een land in een jaar
‣ Financiële markten zijn steeds groter en nauwer verbonden. Bankensysteem, geldhoeveelheid,
beleid en de markten op zich zijn enorm belangrijk en weerspiegelen een economie
Hoofdstuk 2
‣ Functie van nanciële markten: geld van mensen naar anderen; via nanciële tussenspelers.
‣ Enorm belangrijk; geld moet rollen. Ook kunnen investeren als mensen dat willen; zonder te
hoge kosten, met zekerheid.
‣ Financiële markten zorgen voor een e ciënte allocatie van kapitaal; van en naar mensen
‣ Maturity = de duur van een asset. Aandeel = oneindig, Obligatie tot de einddatum
‣ Short term; minder dan een jaar en longterm = langer dan een jaar.
‣ Aandelen zijn eigen vermogen, obligaties vreemd vermogen. Aandeel betaalt dividend,
obligatie rente
‣ Primary markets; nieuwe aandelen of obligaties. Secondary markets; tweedehands markten.
Zoals de meeste obligatie en aandelen markten.
‣ Secondary markets zorgen voor een snelle en goedkope overgang van deze assets. Ook
worden hier de prijzen bepaalt voor Bonds en aandelen.
‣ Money market: alleen short term assets worden hier verhandeld. Op de Capital market ook
long term assets.
fi fi fi flffi fi
Samenvatting Boek
“The economics of money, banking and nancial markets”
— F. MISHKIN
Radboud Universiteit Nijmegen
Yoël Guijt
fi e
, Hoofdstuk 1
‣ Een security is een nancial instrument, dus een obligatie of aandelen
‣ Bond is een obligatie, dus en schuldbewijs.
‣ Interest rates zijn kosten van het lenen van geld. Hoge interest rates zorgen ervoor dat je meer
wilt sparen dan lenen
‣ Aandeel = een deel van de onderneming. Betaalt dividend uit.
‣ Valutamarkten: om munten/briefgeld om te wisselen voor andere valuta; wisselkoers.
‣ Financiële tussenspelers: zorgen dat geld van de ene naar de andere partij kan gaan.
‣ Financiële crisis; Enorme dalingen in asset prijzen, daling in vertrouwen, hoge onzekerheid,
dalende output, economie op zijn gat.
‣ Banken maken van spaargelden leningen; tegen reserves uitlenen voor meer.
‣ Totale output; alles wat de economie produceert.
‣ Werkloosheid; percentage van de mensen die niet werken.
‣ Business cycle = conjunctuur = op en neer gang van de economie. Goede en slechte tijden
‣ Monetary theory; de geldhoeveelheid in combinatie met het prijsniveau
‣ Continue stijging in het prijsniveau = in atie
‣ Geldaanbod en Monetary base staat in combinatie met de interest rates
‣ Monetair beleid; management van geld en interest percentages.
‣ Fiscaal beleid betreft de inkomsten en uitgaven van de overheid;
‣ Budget de cit is een tekort; G > T en budget surplus is een overschot
‣ GDP is de totale productie, economie, in een land in een jaar
‣ Financiële markten zijn steeds groter en nauwer verbonden. Bankensysteem, geldhoeveelheid,
beleid en de markten op zich zijn enorm belangrijk en weerspiegelen een economie
Hoofdstuk 2
‣ Functie van nanciële markten: geld van mensen naar anderen; via nanciële tussenspelers.
‣ Enorm belangrijk; geld moet rollen. Ook kunnen investeren als mensen dat willen; zonder te
hoge kosten, met zekerheid.
‣ Financiële markten zorgen voor een e ciënte allocatie van kapitaal; van en naar mensen
‣ Maturity = de duur van een asset. Aandeel = oneindig, Obligatie tot de einddatum
‣ Short term; minder dan een jaar en longterm = langer dan een jaar.
‣ Aandelen zijn eigen vermogen, obligaties vreemd vermogen. Aandeel betaalt dividend,
obligatie rente
‣ Primary markets; nieuwe aandelen of obligaties. Secondary markets; tweedehands markten.
Zoals de meeste obligatie en aandelen markten.
‣ Secondary markets zorgen voor een snelle en goedkope overgang van deze assets. Ook
worden hier de prijzen bepaalt voor Bonds en aandelen.
‣ Money market: alleen short term assets worden hier verhandeld. Op de Capital market ook
long term assets.
fi fi fi flffi fi