Hoofdstuk 10 Taalbeschouwing
Fonologie
Foneem = klank die betekenisverschil tussen woorden veroorzaakt. We spreken van twee
verschillende fonemen als twee spraakklanken ook verschil in betekenis teweegbrengen.
Klemtoon = in woorden worden bepaalde klankstukken met meer nadruk uitgesproken
Zinsaccent = als je in een zin de nadruk legt op een woord, dan geeft dat
betekenisnuancering
Zinsmelodie = intonatie waarmee een zin wordt uitgesproken
Fonemen vind je door het woord te hakken. Bijvoorbeeld:
• Boot: b – oo – t (3)
• Struik: s – t – r – ui – k (5)
Morfologie
Morfeem = kleinste betekenisdragende element van een taal
2 soorten morfemen:
• Vrij morfeem = woorden die als los woord voorkomen en niet zijn op te splitsen in
betekenisdragende delen, zoals paard.
• Gebonden morfeem = morfemen die je niet als woord kan gebruiken, maar die
gekoppeld zijn aan een woord (voor- en achtervoegsels).
Vier morfologische principes
1. Samenstelling = 2 losse woorden worden samengevoegd (combinatie van 2 vrije
morfemen)
2. Afleiding = woord waarvan niet alle delen als zelfstandig woord kunnen voorkomen
(gebonden morfeem wordt toegevoegd aan een woord)
3. Verbuiging = samenvoegen vrij morfeem en gebonden morfeem, maar er ontstaat
niet een geheel nieuw woord
• Meervoud
• Verkleinwoord
• Vergelijking, bijvoorbeeld: kleiner, kleinst
• Buigings-s, bijvoorbeeld: (iets) leuks
• Buigings-e, bijvoorbeeld: mooie
4. Vervoeging = verbuiging van werkwoorden
Fonologie
Foneem = klank die betekenisverschil tussen woorden veroorzaakt. We spreken van twee
verschillende fonemen als twee spraakklanken ook verschil in betekenis teweegbrengen.
Klemtoon = in woorden worden bepaalde klankstukken met meer nadruk uitgesproken
Zinsaccent = als je in een zin de nadruk legt op een woord, dan geeft dat
betekenisnuancering
Zinsmelodie = intonatie waarmee een zin wordt uitgesproken
Fonemen vind je door het woord te hakken. Bijvoorbeeld:
• Boot: b – oo – t (3)
• Struik: s – t – r – ui – k (5)
Morfologie
Morfeem = kleinste betekenisdragende element van een taal
2 soorten morfemen:
• Vrij morfeem = woorden die als los woord voorkomen en niet zijn op te splitsen in
betekenisdragende delen, zoals paard.
• Gebonden morfeem = morfemen die je niet als woord kan gebruiken, maar die
gekoppeld zijn aan een woord (voor- en achtervoegsels).
Vier morfologische principes
1. Samenstelling = 2 losse woorden worden samengevoegd (combinatie van 2 vrije
morfemen)
2. Afleiding = woord waarvan niet alle delen als zelfstandig woord kunnen voorkomen
(gebonden morfeem wordt toegevoegd aan een woord)
3. Verbuiging = samenvoegen vrij morfeem en gebonden morfeem, maar er ontstaat
niet een geheel nieuw woord
• Meervoud
• Verkleinwoord
• Vergelijking, bijvoorbeeld: kleiner, kleinst
• Buigings-s, bijvoorbeeld: (iets) leuks
• Buigings-e, bijvoorbeeld: mooie
4. Vervoeging = verbuiging van werkwoorden