Vergelijkend staatsrecht – 10 februari 2022 – Hoorcollege 15
Federalisme in de EU
1. Inleiding
> In het Verdrag van Maastricht (1993) werd de basis gelegd voor een monetaire Unie, het
Verdrag was hiermee de basis voor de Euro.
> 2010 t/m 2014: economische crisis/bankencrisis in veel Europese landen.
> In die periode komen in heel veel lidstaten anti EU-partijen op. De federalistische gedachte
was dus lang niet zo sterk meer als voorheen en er komen steeds meer nationalistische
gedachten naar voren.
2. Federale kenmerken EU
a. Geen staatsrechtelijke verbinding maar een verdragsconstructie met zekere federale
trekken. De EU is dus geen ‘losse’ constructie, want er bestaan wel federale kenmerken. De
EU zit dus eigenlijk tussen een los internationaal samenwerkingsverband (zoals de NAVO) en
een echte federale staat, in;
b. Recht van Secessie (art. 50 VEU). In een federale staat mag je de staat niet zomaar
verlaten als deelstaat. In een volkenrechtelijk samenwerkingsverband, dus in de EU, mag dit
wel. Je hebt als lidstaat dus het recht om je af te scheiden van de EU. Dit hebben we
natuurlijk gezien bij de Brexit;
c. Bevoegdheden op federaal (=Europees) niveau zijn ‘beperkt’ (art. 3 VEU). De
doelstellingen van de EU zijn primair: een gemeenschappelijke interne markt en een
gemeenschappelijke monetaire Unie, vormgegeven door de Euro. Toch is de EU ook op
andere terreinen actief geworden. Haar bevoegdheden zijn niet beperkt gebleven tot het
economische en financiële gebied. De EU is namelijk ook actief geworden op het gebied van
volksgezondheid, milieu, onderwijs, justitie en politiek;
d. Werking EU-recht (HvJ EU Costa ENEL 1964 en HvJ EU Van Gend en Loos 1963). Hierin is
besloten dat Europees recht doorwerkt in de lidstaten en dat het Europees recht voorrang
heeft boven nationaal recht. Dit is ook een heel sterk federaal kenmerk;
e. EU-ambten met federale trekken:
I. Europese Raad (art. 15 VEU). = Vergadering van regeringsleiders en staatshoofden
(vertegenwoordigers) van de lidstaten. De staatshoofden (zoals Koning Willem-Alexander)
komen meestal niet. Ook zit in de Europese Raad de voorzitter van de Commissie en een
vaste voorzitter.
De Europese Raad is geen federaal orgaan, omdat het een vergadering is van
nationale regeringsleiders;
II. Europese Commissie (art. 17 VEU). De leden van de Europese Commissie zijn
onafhankelijk en zitten er dus niet met een mandaat van een lidstaat.
Daarom is de Europese Commissie is een federaal orgaan;
III. Raad van de Europese Unie (art. 16 VEU). Hierin zitten ministers van de lidstaten.
De Raad van de Europese Unie is geen federaal orgaan, want de ministers
vertegenwoordigen de lidstaten;
IV. Europees Parlement (art. 14 VEU).
Het Europees Parlement is een federaal orgaan, want de parlementariërs in het
Europees Parlement zijn vertegenwoordigers ‘van de burgers van de EU’ en dus
niet van de lidstaten;
Federalisme in de EU
1. Inleiding
> In het Verdrag van Maastricht (1993) werd de basis gelegd voor een monetaire Unie, het
Verdrag was hiermee de basis voor de Euro.
> 2010 t/m 2014: economische crisis/bankencrisis in veel Europese landen.
> In die periode komen in heel veel lidstaten anti EU-partijen op. De federalistische gedachte
was dus lang niet zo sterk meer als voorheen en er komen steeds meer nationalistische
gedachten naar voren.
2. Federale kenmerken EU
a. Geen staatsrechtelijke verbinding maar een verdragsconstructie met zekere federale
trekken. De EU is dus geen ‘losse’ constructie, want er bestaan wel federale kenmerken. De
EU zit dus eigenlijk tussen een los internationaal samenwerkingsverband (zoals de NAVO) en
een echte federale staat, in;
b. Recht van Secessie (art. 50 VEU). In een federale staat mag je de staat niet zomaar
verlaten als deelstaat. In een volkenrechtelijk samenwerkingsverband, dus in de EU, mag dit
wel. Je hebt als lidstaat dus het recht om je af te scheiden van de EU. Dit hebben we
natuurlijk gezien bij de Brexit;
c. Bevoegdheden op federaal (=Europees) niveau zijn ‘beperkt’ (art. 3 VEU). De
doelstellingen van de EU zijn primair: een gemeenschappelijke interne markt en een
gemeenschappelijke monetaire Unie, vormgegeven door de Euro. Toch is de EU ook op
andere terreinen actief geworden. Haar bevoegdheden zijn niet beperkt gebleven tot het
economische en financiële gebied. De EU is namelijk ook actief geworden op het gebied van
volksgezondheid, milieu, onderwijs, justitie en politiek;
d. Werking EU-recht (HvJ EU Costa ENEL 1964 en HvJ EU Van Gend en Loos 1963). Hierin is
besloten dat Europees recht doorwerkt in de lidstaten en dat het Europees recht voorrang
heeft boven nationaal recht. Dit is ook een heel sterk federaal kenmerk;
e. EU-ambten met federale trekken:
I. Europese Raad (art. 15 VEU). = Vergadering van regeringsleiders en staatshoofden
(vertegenwoordigers) van de lidstaten. De staatshoofden (zoals Koning Willem-Alexander)
komen meestal niet. Ook zit in de Europese Raad de voorzitter van de Commissie en een
vaste voorzitter.
De Europese Raad is geen federaal orgaan, omdat het een vergadering is van
nationale regeringsleiders;
II. Europese Commissie (art. 17 VEU). De leden van de Europese Commissie zijn
onafhankelijk en zitten er dus niet met een mandaat van een lidstaat.
Daarom is de Europese Commissie is een federaal orgaan;
III. Raad van de Europese Unie (art. 16 VEU). Hierin zitten ministers van de lidstaten.
De Raad van de Europese Unie is geen federaal orgaan, want de ministers
vertegenwoordigen de lidstaten;
IV. Europees Parlement (art. 14 VEU).
Het Europees Parlement is een federaal orgaan, want de parlementariërs in het
Europees Parlement zijn vertegenwoordigers ‘van de burgers van de EU’ en dus
niet van de lidstaten;