Hoofdstuk 1: Inleiding tot de cursus
Het doel van dit vak is om inzicht te verwerven in het monetaire beleid, maar ook (valt niet los te
koppelen van elkaar) in het fiscaal of budgettaire beleid. Het is belangrijk dat de theorie gekoppeld
wordt aan de praktijk. Dit doen we aan de hand van voorbeelden (artikels). We zullen met modellen
werken om inzicht te krijgen in wat er gebeurt in de praktijk. Die modellen vereenvoudigen de
realiteit. Daarom wordt er ook belang gehecht aan de beperkingen, kritieken en eventuele
alternatieve modellen.
Hamvraag van de cursus: Wat zijn de determinanten van wisselkoersen?
Wisselkoers:
Vaste wisselkoers: vast gelegd door de centrale bank van een land
Vlottende wisselkoers: we gebruiken bij de analyse het drie-marktenmodel/macro
economisch model
1. De geldmarkt
2. De wisselmarkt
3. De outputmarkt: goederen en diensten
Hiervoor zullen we het DDDA model opbouwen. Dit model verschilt van het ISLM model:
verticale as wisselkoers i.p.v. intrest
Internationale handel = met betrekking tot transacties van goederen en diensten
vs.
Internationale monetaire economie = met betrekking tot transacties van financiële activa
De betalingsbalans (zie volgend hoofdstuk) houdt beide soorten transacties in. Toch behoort deze tot
de internationale monetaire economie. Dit is belangrijk voor de determinanten van de wisselkoers.
De focus van het boek: Krugman, Obstfeld en Melitz
= De zeven thema’s
1. Opbrengsten uit handel
2. Hat handelspatroon
3. Protectionisme/hoeveel handel?
4. De betalingsbalans
5. Bepalen van de wisselkoers
6. Internationale beleidscoördinatie
7. Internationale kapitaalmarkten
Men zou kunnen zeggen dat het
’interessante tijden’ zijn door de
globalisatie van de wereld/economie. De
acties en transacties in de globale
wereldeconomie kunnen de economische
rijkdom van ieder land beïnvloeden. Import
en export nemen als maar meer toe in de
tijd.
Zie grafiek: export en import als percentage
van het nationaal inkomen in de US
1