Recht - Leerjaar 1, periode 4
Mens en recht
Hoofdstuk 3 ‘Verbintenissen’
3.1 Ontstaan van een verbintenis
Uit het sluiten van een overeenkomst vloeien voor partijen verbintenissen voort. Een verbintenis houdt
in dat de ene partij zich verplicht om een prestatie te leveren waar de andere partij recht op heeft.
Degene die moet presteren wordt schuldenaar/debiteur genoemd, degene die recht heeft op de
ontvangt van de prestatie is de schuldeiser/crediteur.
Het sluiten van een overeenkomst is een zogenoemde rechtshandeling, omdat deze is gericht op het
rechtsgevolg dat er verbintenissen ontstaan. Handelingen kunnen ook worden verricht zonder dat
degene die ze uitvoert uit is op een rechtsgevolg. Aan sommige handelingen verbindt de wet echter
een rechtsgevolg, namelijk als een handeling onrechtmatig is. Als de schuldenaar een concreet
resultaat moet leveren, dan is er sprake van een zogenoemde resultaatsverbintenis. bij een
zogenoemde inspanningsverbintenis is de schuldenaar niet aan een concreet resultaat gebonden. Het
verschil is van belang bij een geschil over de nakoming van de verbintenis. Bij een
resultaatsverbintenis moet degene die het resultaat moet leveren, bewijzen dat het niet aan hem te
wijten is als het resultaat niet wordt behaald. Bij een inspanningsverbintenis is dit net andersom.
3.2 Overeenkomst
Overeenkomst = Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen
jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
De wet betitelt de overeenkomst als een meerzijdige rechtshandeling. Hiermee wordt bedoeld dat
partijen zich over en weer, dus meerzijdig, akkoord verklaren met de inhoud van de overeenkomst en
de verbintenissen die daaruit voortvloeien.
3.2.1 Overeenkomstenrecht en de bijzondere overeenkomsten
Een overeenkomst is een rechtshandeling waarbij verbintenissen ontstaan. Daarom zijn de
wetsartikelen die van toepassing zijn op overeenkomsten in drie verschillende Boeken van het
Burgerlijk Wetboek te vinden:
− Boek 3 ‘Vermogensrecht in het algemeen’ bevat algemene regels voor rechtshandelingen en
rechten en plichten die op geld waardeerbaar zijn.
− Boek 6 ‘Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht’ bevat regels voor verbintenissen en
overeenkomsten.
− Boek 7 ‘Bijzondere overeenkomsten’ bevat regels voor veel voorkomende overeenkomsten.
Bij de vaststellingsovereenkomst maken partijen bijvoorbeeld afspraken over de betaling van
alimentatie of de verdeling van de boedel. Zij kunnen zo zelf hun rechten en plichten vaststellen. De
overeenkomst van verbruiklening wordt in de praktijk voor afgekort tot ‘lening’.
Als partijen een bijzondere overeenkomst sluiten, dan zijn zij soms gebonden aan regels van
dwingend recht. Dit zijn regels waarvan niet mag worden afgeweken.
3.2.2 Totstandkoming van een overeenkomst
Er moet sprake zijn van een aanbod van de ene partij en de acceptatie daarvan door de andere partij,
ook wel de wederpartij genoemd. Overeenkomsten zijn meestal vormvrij, d.w.z. dat partijen doorgaans
niet verplicht zijn om hun afspraken in een schriftelijk stuk (akte) vast te leggen. Een mondelinge
overeenkomst is dus ook een geldige overeenkomst. De wet stelt echter een aantal eisen aan het
aanbod en aan de aanvaardig.
Eisen aan het aanbod
− Het aanbod moet duidelijk zijn;
− Voor partijen geldt een informatieplicht en een onderzoeksplicht.
Eisen aan de aanvaarding
− De partij die het aanbod wil aanvaarden moet zijn wil kenbaar maken in een verklaring;
− De verklaring moet de wederpartij hebben bereikt.
Mens en recht
Hoofdstuk 3 ‘Verbintenissen’
3.1 Ontstaan van een verbintenis
Uit het sluiten van een overeenkomst vloeien voor partijen verbintenissen voort. Een verbintenis houdt
in dat de ene partij zich verplicht om een prestatie te leveren waar de andere partij recht op heeft.
Degene die moet presteren wordt schuldenaar/debiteur genoemd, degene die recht heeft op de
ontvangt van de prestatie is de schuldeiser/crediteur.
Het sluiten van een overeenkomst is een zogenoemde rechtshandeling, omdat deze is gericht op het
rechtsgevolg dat er verbintenissen ontstaan. Handelingen kunnen ook worden verricht zonder dat
degene die ze uitvoert uit is op een rechtsgevolg. Aan sommige handelingen verbindt de wet echter
een rechtsgevolg, namelijk als een handeling onrechtmatig is. Als de schuldenaar een concreet
resultaat moet leveren, dan is er sprake van een zogenoemde resultaatsverbintenis. bij een
zogenoemde inspanningsverbintenis is de schuldenaar niet aan een concreet resultaat gebonden. Het
verschil is van belang bij een geschil over de nakoming van de verbintenis. Bij een
resultaatsverbintenis moet degene die het resultaat moet leveren, bewijzen dat het niet aan hem te
wijten is als het resultaat niet wordt behaald. Bij een inspanningsverbintenis is dit net andersom.
3.2 Overeenkomst
Overeenkomst = Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen
jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
De wet betitelt de overeenkomst als een meerzijdige rechtshandeling. Hiermee wordt bedoeld dat
partijen zich over en weer, dus meerzijdig, akkoord verklaren met de inhoud van de overeenkomst en
de verbintenissen die daaruit voortvloeien.
3.2.1 Overeenkomstenrecht en de bijzondere overeenkomsten
Een overeenkomst is een rechtshandeling waarbij verbintenissen ontstaan. Daarom zijn de
wetsartikelen die van toepassing zijn op overeenkomsten in drie verschillende Boeken van het
Burgerlijk Wetboek te vinden:
− Boek 3 ‘Vermogensrecht in het algemeen’ bevat algemene regels voor rechtshandelingen en
rechten en plichten die op geld waardeerbaar zijn.
− Boek 6 ‘Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht’ bevat regels voor verbintenissen en
overeenkomsten.
− Boek 7 ‘Bijzondere overeenkomsten’ bevat regels voor veel voorkomende overeenkomsten.
Bij de vaststellingsovereenkomst maken partijen bijvoorbeeld afspraken over de betaling van
alimentatie of de verdeling van de boedel. Zij kunnen zo zelf hun rechten en plichten vaststellen. De
overeenkomst van verbruiklening wordt in de praktijk voor afgekort tot ‘lening’.
Als partijen een bijzondere overeenkomst sluiten, dan zijn zij soms gebonden aan regels van
dwingend recht. Dit zijn regels waarvan niet mag worden afgeweken.
3.2.2 Totstandkoming van een overeenkomst
Er moet sprake zijn van een aanbod van de ene partij en de acceptatie daarvan door de andere partij,
ook wel de wederpartij genoemd. Overeenkomsten zijn meestal vormvrij, d.w.z. dat partijen doorgaans
niet verplicht zijn om hun afspraken in een schriftelijk stuk (akte) vast te leggen. Een mondelinge
overeenkomst is dus ook een geldige overeenkomst. De wet stelt echter een aantal eisen aan het
aanbod en aan de aanvaardig.
Eisen aan het aanbod
− Het aanbod moet duidelijk zijn;
− Voor partijen geldt een informatieplicht en een onderzoeksplicht.
Eisen aan de aanvaarding
− De partij die het aanbod wil aanvaarden moet zijn wil kenbaar maken in een verklaring;
− De verklaring moet de wederpartij hebben bereikt.