Beginselen van democratie en rechtsstaat
Democratie
Kiesrecht.
Meerderheidsregel.
Politieke grondrechten.
Rechten van minderheden.
Controle van besluitvorming.
Rechtsstaat
Legaliteitsbeginsel.
Trias politica.
Grondrechten.
Toegang tot de rechter.
De democratische rechtsstaat
Democratie beginselen.
Rechtsstatelijke beginselen.
Historisch: verhouding individu en gemeenschap. Aristoteles zag de mens als onderdeel van de
gemeenschap. Noemde de mens een sociaal dier.
Teleologisch wereldbeeld. Doel-georiënteerd.
Mens als politiek en sociaal dier.
Verlichting.
Opkomst individualisme. Het gaat niet meer om het ideaal van het goede leven, maar de vrije wil
wordt belangrijker. De staat mag niet te veel macht krijgen> nachtwakersstaat. De mens wil de
controle terug.
Basisidee van vrijheid van burgers (Berlin).
Positieve vrijheid: zelfbestuur. Vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting.
Negatieve vrijheid: vrij van overheidsbemoeienis. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van
meningsuiting, recht op privacy.
Procedurele benadering
Volk regeert zichzelf.
Directe democratie. Burgers mogen overal zelf over meebeslissen.
Indirecte democratie. Gekozen volksvertegenwoordigers treden op.
Basis.
Actief en passief kiesrecht.
Actief kiesrecht: het recht om te mogen stemmen.
Passief kiesrecht: het recht om jezelf verkiesbaar te stellen, om gekozen te kunnen worden.
Meerderheidsregel. De helft plus één.
Inhoudelijke benadering
Functioneel. Politieke grondrechten.
Vrijheid van meningsuiting.
Vrijheid van vereniging en vergadering.
Controle van besluitvorming – parlementair stelsel.
Rechten parlement.
Openbaarheid.
‘Equal concern and respect’
Bescherming fundamentele rechten.
Bescherming van minderheden.
Geen tirannie van de meerderheid.
Wijziging van de Grondwet: nieuwe verkiezingen, ontbinding Tweede Kamer en meerderheid van
tweederde die hiervoor is.