100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Rating
-
Sold
-
Pages
35
Uploaded on
28-01-2023
Written in
2022/2023

College aantekeningen van strafrechtelijke aansprakelijkheid inclusief jurisprudentie met uitleg.

Institution
Course

Content preview

Hoorcollege strafrechtelijke aansprakelijkheid
Hoorcollege 1
Maatschappelijke contact
- Art. 296 (afbreking van zwangerschap)
(1) Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs
moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of
geldboete van de vierde categorie
(…)
(5) Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is
verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige
behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht.

Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Materieel strafrecht  Formeel strafrecht
 Inhoud werkelijkheid  Vorm +procedure
 Strafbaarstelling:  Verwezenlijking materieel
gedraging + straf strafrecht

Beslissingsmodel
Formele voorvragen (art. 348 Sv) Materiële/hoofdvragen (art. 350 Sv)
1. Dagvaarding geldig? 1. Tenlastegelegde feit bewezen?
2. Rechter bevoegd? 2. Bewezenverklaarde strafbaar?
3. OM ontvankelijk? 3. Verdachte strafbaar?
4. Redenen tot schorsing van de 4. Welke sanctie?
vervolging?

Strafrechtelijke aansprakelijkheid?
Wat is strafrechtelijke aansprakelijkheid?
 o.a. voorwaarden voor strafbaarheid

- Gedraging
- Valt binnen grenzen delictsomschrijving
- Wederrechtelijkheid
- Aan schuld te wijten

Andere kwesties spelen een rol bij bepalen SA
3 voorbeelden
 Zware mishandeling SO dood in ambulance
 Zware mishandeling: vrijspraak. Nieuwe vervolging wegens mishandeling
mogelijk?
 Moeder pleegt kindermoord (art. 291 Sr). OvJ legt art. 289 Sr ten last.
Kwalificatie?

Leerstukken op een rijtje
- Legaliteit en rechtsmacht
- Causaliteit en wederrechtelijkheid
- Opzet
- Schuld
- Strafuitsluitingsgronden

, - Poging en voorbereiding
- Daderschap
- Deelneming

Informatie werkcollege
Alle leerstukken in dit vak zijn delictsgebonden. Dit heeft te maken met het
legaliteitsbeginsel: geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling (art. 1 Sr) waarmee in ieder geval wordt
gedoeld op een delictsomschrijving met een sanctienorm. Soms zijn de
wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid algemene voorwaarden voor strafbaarheid.

Het wettelijk beslismodel van art.. 348-352 Sv
De vragen uit het wettelijke beslismogel betreffen allereerst de vier formele
voorvragen (art. 348 Sv): is de dagvaarding geldig, is de rechter bevoegd, is de
OM ontvankelijk en zijn er redenen dat de vervolging dient te worden geschorst.
de vier materiële vragen: kan het tenlaste gelegde feit worden bewezen, levert de
bewezenverklaring een strafbaar feit op, is de verdachte strafbaar en welke straf of
maatregel wordt er opgelegd.

Formele voorvragen
- Is de dagvaarding geldig: bij de vraag of de dagvaarding geldig is, wordt er
gekeken naar de betekening van de dagvaarding en wordt er gekeken of er
aan de eisen van art. 261 Sv wordt voldaan. Wanneer aan deze eisen is
voldaan, is de dagvaarding geldig.
- Is de rechter bevoegd: absolute en relatieve competentie. Aan eisen
voldaan: rechter bevoegd.
- Is de OM ontvankelijk: beginselen van behoorlijk strafprocesrecht en
onrechtmatig verkregen bewijs spelen hier een rol. Verjaring en rechtsmacht
speelt ook een rol.
- Dient de vervolging te worden geschorst: wanneer de vervolging wordt
geschorst, eindigt de zaak ook daarmee. De beslissing is hiermee ook de
einduitspraak.
 De einduitspraken over de formele voorvragen zijn terug te vinden in art. 349 lid
1 Sv.

Materiële hoofdvragen
De volgorde is hier dwingend!
- Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen: kan dit, dan volgt een
bewezenverklaring van de tenlastelegging. Als dit niet het geval is, dan volgt
er vrijspraak (einduitspraak)
Een tenlastelegging is nu toegespitst op een concrete delictsomschrijving en de
bestanddelen van de D.O. zullen, indien deze ten laste zijn gelegd, in beginsel
moeten worden bewezen. De inhoudelijke aspecten van leerstukken zoals opzet,
schuld, causaliteit en bijvoorbeeld daderschap van de rechtspersoon of
deelneming spelen om die reden een grote rol bij de eerste materiële hoofdvraag.
- Levert de bewezenverklaring een strafbaar feit op: de rechter vraagt zich af
of de bewezenverklaring exact past binnen een D.O. zo ja, dan levert het
bewezenverklaarde een strafbaar feit op. Zo nee, dan is het
bewezenverklaarde niet strafbaar waardoor OVAR volgt.
> vrijwillige terugtred

, >overgangsrecht
- Is de verdachte strafbaar: er wordt onderzocht of het bewezenverklaarde en
gekwalificeerde feit wederrechtelijk (element) is en verwijtbaar (element) is.
is het antwoord ja, dan strafbaar. Is het antwoord nee, dan OVAR
> strafuitsluitingsgronden
- Welke straf of maategel: deze vraag wordt met een betreffende sanctie of
een rechterlijk pardon (art. 9a Sr) beantwoord. Beide antwoorden zijn
uitspraken o.g.v. art. 351 Sv.
 de mogelijke einduitspraken die bij deze vragen hoort staan in art. 351 Sv
(oplegging straf of maatregel) en in art. 352 Sv (vrijspraak of OVAR)

Ideaaltypische en niet-ideaaltypische delictsomschrijvingen
Ideaaltypische delictsomschrijvingen worden zo genoemd omdat
wederrechtelijkheid en schuld in de zin van verwijtbarheid niet in die
delictsomschrijving zijn opgenomen. Wederrechtelijkheid en schuld in de zin van
verwijtbaarheid zijn hier algemene voorwaarden voor strafbaarheid.
Bestanddelen zijn onderdelen van de delictsomschrijving en daarmee kwalificeren
bestanddelen als bijzondere voorwaarden voor strabfaarheid.
In sommige delicten heeft de wetgever wederrechtelijkheid of schuld in de zin van
verwijtbaarheid opgenomen. Die delicten noemen we niet-ideaaltypische
delictsomschrijvingen. Als de OvJ bij niet-ideaaltypische D.O.’s waar
wederrechtelijkheid onderdeel is van de D.O., die wederrechtelijkheid ook ten laste
legt, dan komen de rechtvaardigingsgronden, die de wederrechtelijkheid
wegnemen, bij de eerste materiële hoofdvraag van art. 350 Sv aan bod. De
wederrechtelijkheid moet, nu deze ten laste is gelegd, immers worden bewezen
zodat bestrijding van die ten laste gelegde wederrechtelijkheid door middel van de
rechtvaardigingsgrond dan een bewijsverweer is. wanneer de rechter een
rechtvaardigingsgrond honoreert bij een dergelijk niet-ideaaltypisch ten laste
gelegde feit waar wederrechtelijkheid onderdeel van de D.O. is, dan zal hij
vrijspreken van het ten laste gelegde feit.

Ideaaltypische DO  wederrechtelijkheid en schuld niet in DO opgenomen
Niet ideaaltypische DO  wederrechtelijkheid en schuld wel opgenomen in DO

, Hoorcollege 2: Legaliteit en rechtsmacht
Legaliteitsbeginsel
- Art. 1, lid 1 Sr: geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling.
- Mensenrecht/grondrecht
 Art. 16 Grondwet
 Art. 17 EVRM
 Art. 15 IVBPR
 Art. 11 lid 2 univ. Verklaring RvdM
 Art. 49 Handvest grondrechten EU
- ‘wettelijk’: wet in formele zijn en wet in materiële zin.

Legaliteitsbeginsel, elementen van legaliteit
- Aansprakelijkheid op grond van wettelijke bepaling
 Nullum crimen sine lege (incl. lex certa-vereiste)
 Nulla poena sine lege
- Geen terugwerkende kracht
 Nulla poena sine lega praevia (voorafgegane wettelijke bepaling)
- Verbod van te extensive interpretative en anlogieverbod.

Legaliteitsbeginsel
- Instrumenteel en rechtsbeschermend
 Legitimeert en limiteert de mogelijkheid van strafrechtelijk optreden
- Fundamenten
 Schuld en preventie
 Rechtsstaat
 Rechtszekerheid
- Lex certa dient kenbaarheid van het recht en daarmee rechtszekerheid.

Legaliteitsbeginsel.
De hoofdregel staat in art. 1 lid 1 SR: wet ten tijde van gedraging.
Er bestaat een verbod van terugwerkende kracht betreft zowel de strafbaarheid als
de straf. Het verbod dient kenbaarheid van het recht; rechtszekerheid.
Er bestaat een nuancering op de hoofdregel van art. 1 lid 1 Sr, namelijk dat er bij een
wetswijziging ten gunste van de verdachte de wet opnieuw moet worden toegepast
(art. 1 lid 2 Sr).

Verandering van wetgeving
Wanneer is er sprake van verandering van de wetgeving (art. 1 lid 2 Sr)?
1. Wijzigingen die verband houden met strafgedraging:
- Veranderd inzicht wetgever omtrent strafwaardigheid van gedraging
 beperkt materiële leer
- Materieel: niet alleen wetswijziging aangaande strafbepaling maar ook andere
relevante wetswijzigingen die doorwerken in strafrechtelijke normering (vgl.
Incest-arrest)
- Beperkt: slecht veranderingen die voortvloeien uit veranderd inzicht omtrent
strafwaardigheid (vgl. wetgeving met tijdelijk karakter).
2. Wijzigingen in regels van sanctierecht (sanctienormen en algemene regels
van het sanctiestelsel)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 28, 2023
Number of pages
35
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
E. van sliedregt
Contains
All classes

Subjects

$9.24
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
suusjebdn

Get to know the seller

Seller avatar
suusjebdn Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions