100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Nectar Biologie 4 vwo

Rating
-
Sold
-
Pages
14
Uploaded on
25-01-2023
Written in
2022/2023

Met deze duidelijke samenvatting haal je gegarandeerd een voldoende! Alle begrippen, waaronder survival of the fittest en selectiedruk, zijn duidelijk uitgelegd. Maar ook is de hele eiwitsynthese uitgelegd.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 2, 4, 6, 7 en 8
Uploaded on
January 25, 2023
Number of pages
14
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 1 – Gedrag
Het paringsgedrag van dieren kent een vast patroon. Het gedrag ontstaat door een
combinatie van inwendige en uitwendige factoren. De motiverende factor is de prikkel die
de motivatie opstuwt tot de drempelwaarde. Dit is de laagste waarde van een prikkel die
leidt tot een bepaald gedrag: de respons.

Een prikkel verhoogt de motivatie, dit is de bereidheid om een gedrag uit te voeren. Je hebt
inwendige prikkels, zoals hormonen en een honger- en dorstgevoel, maar ook uitewendige
prikkels, zoals bewegingen, geuren en geluiden. Bovendien bestaan er ook sleutelprikkels.
Dit is de essentiële prikkel waarna altijd hetzelfde gedrag volgt. De supernormale prikkel is
effectiever bij het veroorzaken van een bepaald gedrag dan de normale sleutelprikkel.

Gedrag is alle waarneembare activiteiten van een dier of een mens. Het is georganiseerd in
gedragssystemen. Dit is een is een groep van samenhangende handelingen, die meestal een
gemeenschappelijk doel hebben. Gedragselementen komen vaak in een vaste volgorde voor
(gedragsketen), waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende.

Onderzoekers observeren het natuurlijke gedrag en onderzoeken de functie van bepaald
gedrag. Een voorbeeld van een functie is het overleven van het individu of de soort.

Sociaal gedrag is het gedrag gericht op het leven in de groep. Een signaal is een handeling bij
sociaal gedrag die als prikkel werkt voor de volgende handeling van een soortgenoot. Door
een signaal is communicatie tussen soortgenoten mogelijk.

Ethologie is een tak van wetenschap die onderzoek doet naar diergedrag. Een ethogram is
een lijst met objectief en nauwkeurig beschreven gedragselementen. In een protocol wordt
vervolgens de waargenomen handelingen (gedragselementen) van een dier vastgelegd.

De gevoelige periode is een periode waarin een bepaald gedrag gemakkelijk kan worden
aangeleerd. Inprenting is hier een voorbeeld van.

Het gedrag dat we steeds op dezelfde manier uitvoeren, zijn rituelen. Baltsgedrag is hier een
voorbeeld van. Dit is het gedrag dat aan de paring voorafgaat en dat de bereidheid tot paring
vergroot.

Mensen en dieren reageren niet op elke prikkel. Soms leiden ontvangen prikkels tot
tegenovergestelde typen gedrag, dan ontstaat er conflictgedrag. Hier zijn drie vormen van:
1) Ambivalent gedrag: gedragssystemen van twee typen gedrag wisselen elkaar af.
Voorbeeld: De dreighouding van een stekelbaarsmannetje (aanvallen en vluchten).
2) Omgericht gedrag: het agressieve gedrag dat door een innerlijk conflict ontstaat,
wordt geuit op iets of iemand die er niks mee te maken heeft.
3) Overspronggedrag: het gedrag past niet bij de situatie.
Bij conflicten proberen mensen en dieren een gevecht te voorkomen door te dreigen.
Dreiggedrag ontstaat vaak op de grens van een territorium, het gebied dat dieren verdedigen
tegen soortgenoten.

, In veel populaties is er een taakverdeling, elk individu heeft een eigen functie bij het
voortbestaan van de kolonie.

Aangeboren gedrag is vanaf de geboorte aanwezig. Dit hoeven mensen of dieren dus niet te
leren. Echter, er zijn veel manieren waarop zij wel kunnen leren. Een van deze manieren is
gewenning. Mensen of dieren leren dan om niet langer te reageren op een bepaalde prikkel.
Een andere manier is imitatie (nabootsing). Er wordt dan geleerd door het gedrag van
soortgenoten na te doen. Bovendien kan er ook geleerd worden door inzicht. Mensen en
dieren leggen dan nieuwe verbanden tussen gebeurtenissen of situaties. Ten slotte kan er
ook nog (sociaal gedrag) geleerd worden door te spelen.

De rangorde (pikorde bij vogels) geeft de volgorde aan waarin dieren in een groep meer of
minder dominant zijn. Dieren die het hoogst in rang zijn, krijgen vaak het beste voedsel en de
meeste kansen zich voort te planten. Door het uitzenden van signalen die de rangorde
bevestigen, zijn er niet voortdurend gevechten nodig.

Bij klassieke conditionering gaat het om het leggen van een verband tussen twee
verschillende prikkels. Dit is associatief leren. Voorbeeld: Een hond scheidt speeksel af bij het
horen van een bepaald geluid, nadat de hond een aantal malen voedsel heeft gekregen
voorafgegeaan door dat geluid.
Daarentegen bestaat er ook operante conditionering, ook wel beend als proefondervindelijk
leren. Dieren leren dan door beloningen en straffen als gevolg van hun handeling. Het gaat
hier dus niet om het koppelen van twee prikkels (zoals bij klassieke conditionering), maar om
het combineren van twee opeenvolgende gebeurtenissen. Trial-and-error is hier een
voorbeeld van. Het gedrag levert dan per ongeluk het gewenste resultaat op.

Door imitatie kan de cultuur van een populatie veranderen. Cultuur is het verschijnsel dat
individuen binnen een groep vergelijkbaar gedrag vertonen. Een rolpatroon is een
stereotype gedrag dat bij een individu op een bepaalde plaats in de samenleving hoort. En
inlevingsvermogen stelt mensen en dieren in staat om samen te werken en sociaal gedrag te
vertonen.

Eerlijkheid is voor mensen een waarde, een opvatting over wat belangrijk is in ons bestaan.
Daar baseren wij ons gedrag op. Gedragsregels noemen wij normen. Zo is eerlijkheid een
waarde, waar de norm als niet liegen bij hoort.


Hoofdstuk 2 – Cel en leven
De vloeistoffen in je cellen zijn gescheiden door een celmembraan. Een celmembraan
bestaat uit een dubbele laag vetachtige moleculen, fosfolipiden. De ‘koppen’ van de
fosfolipiden vormen de binnen- en buitenzijde van het membraan. Ze zijn hydrofiel, dus ze
trekken water aan. De ‘staarten’ liggen naar elkaar toe en vormen een waterafstotende
hydrofobe laag. Verder bevat het celmembraan nog cholesterol. Dit remt de bewegingen van
de fosfolipiden, waardoor het celmembraan stabiliseert. Wateroplosbare stoffen kunnen de
hydrofobe laag niet passeren. Door poorten van eiwitmoleculen, kunnen zij van de ene zijde
naar de andere zijde.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lievejansen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
350
Member since
5 year
Number of followers
170
Documents
59
Last sold
3 days ago

4.4

35 reviews

5
18
4
14
3
2
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions