Inhoudsopgave
WCO 1.1 kind en omgeving ..................................................................................................................................................... 2
WCO 1.2 kindermishandeling ................................................................................................................................................. 6
Voorbereiding werkgroep 1.2 reflexen .................................................................................................................................. 8
WCO 1.3 Van Wiechenschema ............................................................................................................................................. 18
WG 1.3: Vertraagd en afwijkende motoriek ........................................................................................................................ 20
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 20
WCO 1.4: AIMS ..................................................................................................................................................................... 24
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 24
Hoorcollege voorbereiding: ................................................................................................................................................ 24
WCO 1.5: Variabiliteit ........................................................................................................................................................... 27
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 27
WCO 1.6 Slaap ............................................................................................................................ Error! Bookmark not defined.
WG 1.6: slaap ......................................................................................................................................................................... 31
WCO 2.1 Gedragsverandering .............................................................................................................................................. 32
WG 2.1: peuterobservatie volgens Hempel .......................................................................................................................... 35
WCO 3.1 VMVK .................................................................................................................................................................... 36
WG 3.1 kind en omgeving- risicospelen, speeltuin............................................................................................................... 37
WC 3.2 therapie op de basisschool ........................................................................................................................................ 38
WCO 3.3 Spel kleuter gymles ................................................................................................................................................ 39
WG 3.3 theorieën en modellen tijdlijn .................................................................................................................................. 41
WCO 3.4/ 3.5 Aanleren vaardigheid kleuter ........................................................................................................................ 42
WCO 3.6 Motorisch zelfbeeld ............................................................................................................................................... 44
Vaardigheidsles 4.1: observeren motoriek schoolkind ........................................................................................................ 45
WCO 4.1 Kind en omgeving schoolkind ............................................................................................................................... 45
WCO 4.3 Activiteitenmonitoring .......................................................................................................................................... 47
WCO 4.4 Motorisch leren fijne motoriek ............................................................................................................................. 48
WCO 4.5: schrijven ................................................................................................................................................................ 48
WCO 4.6: HITT vs duurtraining .......................................................................................................................................... 49
WCO 5.2 interpretatie veldtesten.......................................................................................................................................... 53
WCO 5.4 Opbouw trainingsprogramma .............................................................................................................................. 54
,WCO 1.1 kind en omgeving
De student:
• benoemt een definitie van gezondheid
• benoemt wat de rol van ouders is op de leefstijl van kinderen
• benoemt welke persoonlijke en externe factoren invloed hebben op het
gezondheidsgedrag van kinderen
• kent de norm gezond bewegen voor kinderen
• benoemt de definitie van parental beliefs
• benoemt wat de rol van ouders is binnen de kinderfysiotherapeutische
behandelperiode
• benoemt KAP’s
• kent de opbouw van het model: The developmental Niche
• benoemt een definitie van cultuur
• benoemt wat de invloed van cultuur is op de ontwikkeling en het bewegen van
een kind
• benoemt welke culturele persoonlijke en externe factoren invloed hebben op
kinderen
• beschrijft de invloed van cultuur aan de hand van de Developmental Niche, het
Ecologisch ontwikkelingsmodel en het model van van der Ploeg
Voordelen van een gezonde leefstijl
- Minder kans op overgewicht
- Minder vaak ziek
- Beter concentreren op school
- Meer energie
- Meer ontspannen en zitten lekkerder in hun vel
Voldoende bewegen
- Positieve effecten op de fysieke, psychosociale en cognitieve ontwikkeling
- Reductie van de kans op obesitas, har en vaatziekten en diabetes II
- Positief effect op de levensverwachting op de lange termijn
-
2
,Bewegen kinderen op dit moment voldoende?
- Nederlanders van 4 jaar en ouder brengen dagelijks gemiddeld 9 uur zittend door
- Normaal ontwikkelende kinderen: 49,7%
- Kinderen met een chronische aandoening: 44,5%
- Kinderen met lichamelijke beperking: 41,7%
- Beiden: 20,1%
- TIP: de Beweegwijze
Persoonlijke factoren
- Intentie
o Wil om te bewegen; intentie om fysiek actief te zijn of te blijven
o Centrale factor
- Attitude
o Wat een persoon vindt van een fysieke leefstijl voor hem- of haarzelf
- Eigen geloof
o Vertrouwen dat een persoon heeft over het (kunnen) uitvoeren van fysieke
activiteit
- Persoonlijke faciliterende en belemmerende factoren
o Anderen factoren die samenhangen met fysieke activiteit
Externe factoren
- Sociale invloed
o Wat een ander persoon denkt over fysieke activiteit, voor de persoon over wie
het gaat
o Ouders of maatschappij
- Externe faciliterende en belemmerende factoren
3
, The developmental Niche
- Harkness & Super (1986)
- Development niche spits zich toe op de culturele dimensie van de omgeving waarin
kinderen opgroeien
- We onderscheiden 3 subsystemen:
o De fysieke en sociale settingen/ omgeving
▪ In veel niet westerse landen brengen baby’s bijna de hele dag door in
nabijheid van moeder
▪ Blijft je kind lekker bij jou slapen of leer je je kind snel aan dat hij in
eigen bed moet slapen?
o Culturele gewoontes van verzorging en opvoeding
▪ Eten en slapen gereguleerd via de behoeften van het kind i.p.v. vaste
tijden eetgewoontes
▪ Creche gebruik Nederland: 2-3 dagen max, anders zielig
Scandinavie: 5 dagen, goed voor de ontwikkeling, behalve eerste jaar,
helemaal niet naar de creche
Mensen uit de buurt en uit het sociale netwerk doen meer aan de
opvoeding. Na migratie, valt deze hulp vaak weg
▪ Formele hulpverlening veelal afwezig. Professionele opvoedingshulp
vaak onbekend
o De psychologie van de opvoeders (denkwijze)
▪ Autonomie is voor achtochtone westerse ouders een belangrijk
opvoedingsdoel
▪ In niet-westerse culturen meer nadruk op gehoorzaamheid, respect
▪ Beroep op de religieuze gemeenschap als belangrijk richtsnoer en
medeopvoeder van de kinderen
4
WCO 1.1 kind en omgeving ..................................................................................................................................................... 2
WCO 1.2 kindermishandeling ................................................................................................................................................. 6
Voorbereiding werkgroep 1.2 reflexen .................................................................................................................................. 8
WCO 1.3 Van Wiechenschema ............................................................................................................................................. 18
WG 1.3: Vertraagd en afwijkende motoriek ........................................................................................................................ 20
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 20
WCO 1.4: AIMS ..................................................................................................................................................................... 24
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 24
Hoorcollege voorbereiding: ................................................................................................................................................ 24
WCO 1.5: Variabiliteit ........................................................................................................................................................... 27
Voorbereiding: ............................................................................................................................................................... 27
WCO 1.6 Slaap ............................................................................................................................ Error! Bookmark not defined.
WG 1.6: slaap ......................................................................................................................................................................... 31
WCO 2.1 Gedragsverandering .............................................................................................................................................. 32
WG 2.1: peuterobservatie volgens Hempel .......................................................................................................................... 35
WCO 3.1 VMVK .................................................................................................................................................................... 36
WG 3.1 kind en omgeving- risicospelen, speeltuin............................................................................................................... 37
WC 3.2 therapie op de basisschool ........................................................................................................................................ 38
WCO 3.3 Spel kleuter gymles ................................................................................................................................................ 39
WG 3.3 theorieën en modellen tijdlijn .................................................................................................................................. 41
WCO 3.4/ 3.5 Aanleren vaardigheid kleuter ........................................................................................................................ 42
WCO 3.6 Motorisch zelfbeeld ............................................................................................................................................... 44
Vaardigheidsles 4.1: observeren motoriek schoolkind ........................................................................................................ 45
WCO 4.1 Kind en omgeving schoolkind ............................................................................................................................... 45
WCO 4.3 Activiteitenmonitoring .......................................................................................................................................... 47
WCO 4.4 Motorisch leren fijne motoriek ............................................................................................................................. 48
WCO 4.5: schrijven ................................................................................................................................................................ 48
WCO 4.6: HITT vs duurtraining .......................................................................................................................................... 49
WCO 5.2 interpretatie veldtesten.......................................................................................................................................... 53
WCO 5.4 Opbouw trainingsprogramma .............................................................................................................................. 54
,WCO 1.1 kind en omgeving
De student:
• benoemt een definitie van gezondheid
• benoemt wat de rol van ouders is op de leefstijl van kinderen
• benoemt welke persoonlijke en externe factoren invloed hebben op het
gezondheidsgedrag van kinderen
• kent de norm gezond bewegen voor kinderen
• benoemt de definitie van parental beliefs
• benoemt wat de rol van ouders is binnen de kinderfysiotherapeutische
behandelperiode
• benoemt KAP’s
• kent de opbouw van het model: The developmental Niche
• benoemt een definitie van cultuur
• benoemt wat de invloed van cultuur is op de ontwikkeling en het bewegen van
een kind
• benoemt welke culturele persoonlijke en externe factoren invloed hebben op
kinderen
• beschrijft de invloed van cultuur aan de hand van de Developmental Niche, het
Ecologisch ontwikkelingsmodel en het model van van der Ploeg
Voordelen van een gezonde leefstijl
- Minder kans op overgewicht
- Minder vaak ziek
- Beter concentreren op school
- Meer energie
- Meer ontspannen en zitten lekkerder in hun vel
Voldoende bewegen
- Positieve effecten op de fysieke, psychosociale en cognitieve ontwikkeling
- Reductie van de kans op obesitas, har en vaatziekten en diabetes II
- Positief effect op de levensverwachting op de lange termijn
-
2
,Bewegen kinderen op dit moment voldoende?
- Nederlanders van 4 jaar en ouder brengen dagelijks gemiddeld 9 uur zittend door
- Normaal ontwikkelende kinderen: 49,7%
- Kinderen met een chronische aandoening: 44,5%
- Kinderen met lichamelijke beperking: 41,7%
- Beiden: 20,1%
- TIP: de Beweegwijze
Persoonlijke factoren
- Intentie
o Wil om te bewegen; intentie om fysiek actief te zijn of te blijven
o Centrale factor
- Attitude
o Wat een persoon vindt van een fysieke leefstijl voor hem- of haarzelf
- Eigen geloof
o Vertrouwen dat een persoon heeft over het (kunnen) uitvoeren van fysieke
activiteit
- Persoonlijke faciliterende en belemmerende factoren
o Anderen factoren die samenhangen met fysieke activiteit
Externe factoren
- Sociale invloed
o Wat een ander persoon denkt over fysieke activiteit, voor de persoon over wie
het gaat
o Ouders of maatschappij
- Externe faciliterende en belemmerende factoren
3
, The developmental Niche
- Harkness & Super (1986)
- Development niche spits zich toe op de culturele dimensie van de omgeving waarin
kinderen opgroeien
- We onderscheiden 3 subsystemen:
o De fysieke en sociale settingen/ omgeving
▪ In veel niet westerse landen brengen baby’s bijna de hele dag door in
nabijheid van moeder
▪ Blijft je kind lekker bij jou slapen of leer je je kind snel aan dat hij in
eigen bed moet slapen?
o Culturele gewoontes van verzorging en opvoeding
▪ Eten en slapen gereguleerd via de behoeften van het kind i.p.v. vaste
tijden eetgewoontes
▪ Creche gebruik Nederland: 2-3 dagen max, anders zielig
Scandinavie: 5 dagen, goed voor de ontwikkeling, behalve eerste jaar,
helemaal niet naar de creche
Mensen uit de buurt en uit het sociale netwerk doen meer aan de
opvoeding. Na migratie, valt deze hulp vaak weg
▪ Formele hulpverlening veelal afwezig. Professionele opvoedingshulp
vaak onbekend
o De psychologie van de opvoeders (denkwijze)
▪ Autonomie is voor achtochtone westerse ouders een belangrijk
opvoedingsdoel
▪ In niet-westerse culturen meer nadruk op gehoorzaamheid, respect
▪ Beroep op de religieuze gemeenschap als belangrijk richtsnoer en
medeopvoeder van de kinderen
4