Theorie lezen en argumenteren
Analyseren en interpreteren
Taalgebruik in een tekst beoordelen
● emotie of houding van de auteur aangeven door middel van woorden/zinnen in de
tekst
● let op bijvoeglijk naamwoorden
● voorbeelden: sarcastisch, kwaad, ironisch, spottend, emotieloos, verwijtend
Functie van een tekstgedeelte bepalen
● een alinea kan een functie hebben en die kan je uitleggen door middel van
functiewoorden
● blz 362-365
Een tekst indelen
● een tekst bestaat uit deelonderwerpen en door middel van tussenkopjes wordt een
tekst verdeeld in alinea’s
● let op eerste en laatste zin van een alinea
● eerste deelonderwerp begint na de inleiding
● kijk naar tekstvragen
Het tekstdoel of de tekstsoort vaststellen
● wat wil schrijver bereiken
● kijk naar de hoofdgedachte
● bekijk de titel
● beschouwend/betogend/informerend/amuserend
Uitspraken over een tekst beoordelen
● beoordelen op juistheid van beweringen
Teksten vergelijken
● verschillen tussen teksten en gegeven informatie
● inhoudelijke toevoegingen
● verschillen in verklaringen of oplossingen
● overeenkomsten of verschillen in opvattingen of argumenten van de auteurs
● 3 soorten vragen: over een tekstfragment/deel hoofdstuk / over een tekstfragment en
een hele hoofdstuk / over twee hoofdteksten
Argumenteren
Een betoog analyseren
● standpunt/argument
● feitelijke en waarderende argumenten
● argumentatieschema’s
● op basis van: oorzaak en gevolg / kenmerk of eigenschap / voor- en nadelen /
voorbeelden / vergelijking / autoriteit
● tegenargument/weerlegging
Analyseren en interpreteren
Taalgebruik in een tekst beoordelen
● emotie of houding van de auteur aangeven door middel van woorden/zinnen in de
tekst
● let op bijvoeglijk naamwoorden
● voorbeelden: sarcastisch, kwaad, ironisch, spottend, emotieloos, verwijtend
Functie van een tekstgedeelte bepalen
● een alinea kan een functie hebben en die kan je uitleggen door middel van
functiewoorden
● blz 362-365
Een tekst indelen
● een tekst bestaat uit deelonderwerpen en door middel van tussenkopjes wordt een
tekst verdeeld in alinea’s
● let op eerste en laatste zin van een alinea
● eerste deelonderwerp begint na de inleiding
● kijk naar tekstvragen
Het tekstdoel of de tekstsoort vaststellen
● wat wil schrijver bereiken
● kijk naar de hoofdgedachte
● bekijk de titel
● beschouwend/betogend/informerend/amuserend
Uitspraken over een tekst beoordelen
● beoordelen op juistheid van beweringen
Teksten vergelijken
● verschillen tussen teksten en gegeven informatie
● inhoudelijke toevoegingen
● verschillen in verklaringen of oplossingen
● overeenkomsten of verschillen in opvattingen of argumenten van de auteurs
● 3 soorten vragen: over een tekstfragment/deel hoofdstuk / over een tekstfragment en
een hele hoofdstuk / over twee hoofdteksten
Argumenteren
Een betoog analyseren
● standpunt/argument
● feitelijke en waarderende argumenten
● argumentatieschema’s
● op basis van: oorzaak en gevolg / kenmerk of eigenschap / voor- en nadelen /
voorbeelden / vergelijking / autoriteit
● tegenargument/weerlegging