100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Samenvatting van de hoorcolleges Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie (NVO-plusvak) RUG/SPO

Rating
5.0
(2)
Sold
6
Pages
68
Uploaded on
18-01-2023
Written in
2022/2023

Uitgebreide samenvatting van de hoorcolleges van OOPS, plusvak NVO. Docent Janne Zwaneveld. Colleges over H1 t/m H12 van het boek Educational Psychology van Anita Woolfolk.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 18, 2023
Number of pages
68
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Janne zwaneveld
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Ontwikkelings- en onderwijspsychologie
Janne Zwaneveld

College 1
16 november 2022

Boek: Educational Psychology (14th ed) Anita Woolfolk
6 colleges
Tentamen 19 januari 2023

Tentamen:
- Boek H1 t/m H12
- Amerikaanse onderwijssysteem en jaartallen hoeven niet
- 40 MC en 5 open




Hoofdstuk 1
Learning, teaching and educational psychology

Onderwijspsychologie
Onderzoek naar leren en lesgeven.
Verbeteren van onderwijsbeleid en onderwijspraktijk.
De focus van het onderzoek:
- Jaren 40 en 50: individuele verschillen, testen en leergedrag
- Jaren 60 en 70: cognitieve ontwikkeling en leren
- Recent: invloed van culturele en sociale factoren op leren en ontwikkelen
Onderwijspsychologie is een zelfstandige discipline geworden.

Een goede leerkracht. Wat maakt een goede leerkracht.
- Teacher’s sense of efficacy (zelf-effectiviteit)



1

, o Hoge mate van efficacy: werken harder, zijn tevreden, minder grote kans op burn-
out
o Mate van efficacy is hoger als er op scholen ook hogere verwachtingen worden
gesteld aan studenten en leerkrachten
o Mate van efficacy is hoger als leerkrachten zich gesteund voelen door het
management
- Kwaliteit van de relatie met de leerling
o Sensitiviteit voor de behoefte van de leerling
o Frequente en consistente feedback
o Docent beschikt over reflectief vermogen
o Aanpassen instructie en toetsing

Dit klinkt vrij logisch, je investeert in de relatie met de leerkracht. Stel je bent docent en de
leerlingen zijn zelfstandig aan het werk. Op welk moment ga je als leerkracht een lager presterende
leerling hulp bieden? Vaak heb je de neiging om te helpen, maar uit onderzoek blijkt dat dit juist niet
goed is. Je moet wachten tot de leerling zelf vragen gaat stellen. Heeft ermee te maken dat als jij als
leerkracht direct erheen gaat, de leerling kan denken: de docent komt gelijk al naar me toe, dus ik
zal het vast niet kunnen. Dus let op: niet alles wat logisch lijkt komt ook zo voort uit onderzoek.

Onderzoeksdesigns
1. Beschrijvend onderzoek
Doel: gebeurtenissen in een bepaalde situatie te beschrijven.
Middel: correlationeel onderzoek

Correlatie = getal dat de sterkte en de richting van een relatie tussen twee variabelen
(gebeurtenissen of metingen) weergeeft, met een getal tussen -1 en 1. Wordt aangegeven
met letter r. Hoe dichter bij 1, hoe sterker de relatie.




Let op: correlatie is geen causaal verband!
Correlatie geeft alleen aan dat er een samenhang is. Geen oorzaak/gevolg!

2. Experimenteel onderzoek
Doel: onderzoeken naar oorzaken en gevolgen. Onderzoek naar causaliteit.
Middelen:
a. Groepen vergelijken
Controlegroep vs. experimentele groep.

Je kunt de groepen op 2 manieren vormen:
Random → dan experimenteel onderzoek
Bestaande groepen → quasi-experimenteel onderzoek



2

, Bij experimenteel onderzoek is altijd de vraag: is een onderzoek statistisch
significant?
Zo ja: dan is de kans op toeval onwaarschijnlijk. De kans (p) op het resultaat is dan
kleiner of gelijk aan 5% (p  0.05).

b. ABAB-designs
Wordt gebruikt om vast te stellen of een interventie of therapie een verandering
teweeg kan brengen.

A = baseline
B = interventie




Bijv. als docent merk je dat je leerlingen tijdens het ZW vaak van hun stoel op staan
en je wilt proberen of complimenteermethode werkt. Dan start je eerst met een
periode negeren (A) en daarna een periode complimenteren (B). Dit kun je
vervolgens vergelijken.

c. Klinische interviews
Het stellen van veel open vragen
Piaget

d. Casestudies
Onderzoek naar 1 persoon of 1 bepaalde situatie

e. Etnografisch onderzoek
Onderzoek naar natuurlijk voorkomende gebeurtenissen, naar de culturele
verschillen. Dit komt in het boek ook veel terug.

De rol van tijd
- Longitudinaal onderzoek
o Onderzoek waarbij er in de loop der tijd steeds op dezelfde manier metingen
plaatsvinden om een ontwikkeling in kaart te brengen
- Cross-sectioneel onderzoek
o Onderzoek waarbij onderzoeksgroepen van verschillende leeftijden worden
onderzocht
- Micro-genetisch onderzoek
o Onderzoek waarbij veranderingen in cognitieve processen worden bestudeerd op
het moment dat de veranderingen plaatsvinden
o In tweede deel college Piaget is hier een voorbeeld van. Bepaalde processen komen
op bepaalde (vaste) momenten.
- Actie-onderzoek
o Onderzoek naar een specifiek probleem waarbij systematische observaties worden
gedaan. Je gaat meteen in de actie. Bijv.: je hebt een groepje jongens en je bent
benieuwd wat het met de dynamiek doet als je een meisje toevoegt. Dan voeg je


3

, direct een meisje toe aan het groepje, meteen in actie.




3. Kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Kwalitatief onderzoek: begrip en betekenis (woorden)
Kwantitatief onderzoek: formeler, gericht op gecontroleerde en objectieve metingen (cijfers)
Mixed methods: gebruik van beide vormen

Deel 2
Hoofdstuk 2
Cognitive development

Drie visies op ontwikkeling
Ontwikkeling van de hersenen
Piaget’s theorie over cognitieve ontwikkeling
Vygotsky’s socioculturele perspectief op ontwikkeling

Drie manieren op ontwikkeling
- Nature vs. nurture (aanleg vs. omgeving)
- Continue ontwikkeling vs. discontinue ontwikkeling
o Beloop van de ontwikkeling. Continue is een lineaire stijgende lijn. Discontinu is
stapsgewijs als een trap.
- Kritieke periodes vs. sensitieve periodes
o Kritieke = afgebakende periode waarin een bepaalde ontwikkeling of gebeurtenis
moet plaatsvinden. Het heeft ook gevolgen voor de rest van je ontwikkeling.
o Sensitieve = periode waarin je gevoeliger bent om je te ontwikkelen op een
bepaalde manier. Eventuele gevolgen hiervan zijn nog wel onomkeerbaar. Soort
gewenste periode, maar kan ook iets later of eerder.
▪ Voorbeeld filmpje Gienie: deel brein grammatica was niet meer aan te leren,
maar deel brein woordenschat wel beter, dat was meer sensitief.

Algemene principes
- Mensen ontwikkelen zich op hun eigen tempo
- Ontwikkeling verloopt relatief ordelijk, voorbeeld: je kruipt voordat je gaat lopen.
- We leren ons leven lang




4

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
9 months ago

2 year ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Anne1987 Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
3 year
Number of followers
6
Documents
4
Last sold
2 months ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions