Comorbiditeit: autisme komt bij 50% van de mensen met een verstandelijke beperking voor.
Hiernaast ook psychotische stoornissen, posttraumatische-stressstoornissen en depressieve
stoornissen. Somatische stoornissen, ADHD, middelengebruik, persoonlijkheidsstoornissen
en suïcidaliteit zijn ook voorkomend.
8- Prognose
Het beloop van gedrag en de prognose van het maatschappelijk functioneren is sterk
afhankelijk van:
- opvoeding van het ouderlijk milieu
- de mogelijkheden die de betrokkenen krijgen aangeboden zoals opleiding,
gedragstraining, sovatraining.
- de wijze waarop de wijdere maatschappelijke omgeving de betrokkenen ondersteunt
en bejegend waarbij ‘acceptatie van de beperking’ en ‘bevordering van het
zelfvertrouwen’ als beschermende factoren gelden.
Angststoornissen
Fobieën, paniekstoornis, gegeneraliseerde angststoornis
1- Verschijnselen
● Paniekaanval (DSM):
- Cardiopulmonale symptomen: pijn of onaangenaam gevoel op de borst, gevoelens
van ademnood of verstikking, het gevoel naar adem te snakken, hartkloppingen,
bonzend hart of versnelde hartslag.
- Autonome symptomen: transpireren, koude rillingen of opvliegers.
- Gastro-intestinale symptomen: transpireren, koude rillingen of opvliegers.
- Neurologische symptomen: trillen of beven, verdoofde of tintelende gevoelens,
gevoel van duizeligheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen.
- Psychiatrische symptomen: derealisatie (gevoelens van onwerkelijkheid) of
depersonalisatie (gevoelens van vervreemding), vrees om de zelfbeheersing te
verliezen, vrees om dood te gaan.
● Angst voor een volgende paniekaanval
● Vermijding
2- Diagnose
Paniekstoornis met agorafobie
A. - Optreden van herhaaldelijk onverwachte paniekaanvallen.
- De betrokkene is tenminste na één aanval gedurende minimaal een maand
ongerust geweest over een nieuwe aanval, de gevolgen hiervan, of is ten gevolge
van een aanval afwijkend (vermijdend) gedrag gaan vertonen.
Hiernaast ook psychotische stoornissen, posttraumatische-stressstoornissen en depressieve
stoornissen. Somatische stoornissen, ADHD, middelengebruik, persoonlijkheidsstoornissen
en suïcidaliteit zijn ook voorkomend.
8- Prognose
Het beloop van gedrag en de prognose van het maatschappelijk functioneren is sterk
afhankelijk van:
- opvoeding van het ouderlijk milieu
- de mogelijkheden die de betrokkenen krijgen aangeboden zoals opleiding,
gedragstraining, sovatraining.
- de wijze waarop de wijdere maatschappelijke omgeving de betrokkenen ondersteunt
en bejegend waarbij ‘acceptatie van de beperking’ en ‘bevordering van het
zelfvertrouwen’ als beschermende factoren gelden.
Angststoornissen
Fobieën, paniekstoornis, gegeneraliseerde angststoornis
1- Verschijnselen
● Paniekaanval (DSM):
- Cardiopulmonale symptomen: pijn of onaangenaam gevoel op de borst, gevoelens
van ademnood of verstikking, het gevoel naar adem te snakken, hartkloppingen,
bonzend hart of versnelde hartslag.
- Autonome symptomen: transpireren, koude rillingen of opvliegers.
- Gastro-intestinale symptomen: transpireren, koude rillingen of opvliegers.
- Neurologische symptomen: trillen of beven, verdoofde of tintelende gevoelens,
gevoel van duizeligheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen.
- Psychiatrische symptomen: derealisatie (gevoelens van onwerkelijkheid) of
depersonalisatie (gevoelens van vervreemding), vrees om de zelfbeheersing te
verliezen, vrees om dood te gaan.
● Angst voor een volgende paniekaanval
● Vermijding
2- Diagnose
Paniekstoornis met agorafobie
A. - Optreden van herhaaldelijk onverwachte paniekaanvallen.
- De betrokkene is tenminste na één aanval gedurende minimaal een maand
ongerust geweest over een nieuwe aanval, de gevolgen hiervan, of is ten gevolge
van een aanval afwijkend (vermijdend) gedrag gaan vertonen.