100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting VLV1A psychologie van de adolescentie

Rating
-
Sold
3
Pages
20
Uploaded on
15-01-2023
Written in
2021/2022

Samenvatting voor je tentamen van VLV1A van het boek Psychologie van de adolescentie

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1,3,4,6,9,11,12,13
Uploaded on
January 15, 2023
Number of pages
20
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

VLV HOORCOLLEGE 1


Verschil PO en VO
Ongedifferentieerde opvatting ten aanzien van inzet en bekwaamheid, de leerlingen op de
basisschool zien dus nog geen verschil tussen inzet en bekwaamheid. Leerlingen op de basisschool
gaan gewoon harder werken wanneer iets moeilijk is  meer motivatie.
In groep 7/8 gaan leerlingen al meer nadenken of er wel een verschil is tussen inzet en
bekwaamheid. Dit is de gedifferentieerde opvatting tussen inzet en bekwaamheid. Als gymdocent
moet je voorkomen dat de leerlingen niet meedoen door goede inschattingen te maken.
In het voortgezet onderwijs gaat een leerling oorzaak-gevolgd combinaties maken.

Ontwikkeling = alle veranderingen in het menselijk gedrag die samenhangen met de leeftijd
Invloeden op ontwikkeling:
1. Leeftijd (normatief)
2. Geschiedenis (normatief)
3. Levensgebeurtenissen (niet-normatief)

3 soorten ontwikkelingstaken:
1. Opgaven die gelden voor alle jongeren en voor alle tijden, bijvoorbeeld vorming van
identiteit of het nemen van afstand van de ouders
2. Opgaven die enkel gelden voor jongeren die leven in een bepaalde periode van de
geschiedenis
3. Opgaven die enkel geleden voor een beperkt aantal jongeren die met grote persoonlijke
veranderingen worden geconfronteerd in hun leven.

Begripsbepaling
Psychologie:
 Wetenschap van het menselijk gedrag
 Wetenschap van de gedragingen en de ervaringen van het menselijk individu
 Wetenschap die gericht is op het bestuderen van de aard en oorzaken van gevoelens,
opvattingen, wensen en gedragingen van mensen.

= Uiterlijke waarneembaar gedrag (extern)
= Gevoelens, gewaarwordingen en gedachten die het gedrag aansturen (gedragsdisposities,
interne processen)
= Individuele verschillen in gedrag


Onderverdeling volgens Alblas (2009)
Psychologen willen kunnen verklaren en voorspellen
Klinische psychologie: kijkend naar afwijkend gedrag
Ontwikkelingspsychologie: kijkend naar invloed van jouw ontwikkeling op jouw gedrag
Sociale psychologie: kijkend naar invloed van omgeving op het individu. Invloed van leeftijdsgenoten
op de adolescenten is supergroot.
Arbeids- en organisatiepsychologie: Kijkend naar wat werk en een organisatie doet met het gedrag
van zijn werknemers. Hoe kunnen ze ervoor zorgen dat er een klimaat ontstaat waarin werknemers
goed kunnen werken.
Testpsychologie: kijkend naar, met behulp van testen en instrumenten, hoe jij scoort ten opzichte
van jouw doelgroep of leeftijdsgenoten. Altijd vergelijken hoe goed jij bent. Altijd een valide
instrument nodig voor betrouwbare gegevens.

,Functieleer: kijkend naar algemeen menselijke functies. Bijvoorbeeld leren, waarnemen of angst. Hoe
gaat het eigenlijk als mensen zich angstig voelen en welke invloed heeft dit?
Gezondheidspsychologie: kijkend naar de invloed van jouw gezondheid op jouw gedrag. Wat gebeurt
er met je als je je niet zo lekker in je vel voelt?


Oorzaken van gedrag (Alblas)
Als wij ons fysiek ontwikkelen, ontwikkelen ook onze hersenen, lijf en uithoudingsvermogen.
Biologische factoren hebben invloed op mijn gedrag.
Omgeving heeft ook een invloed op het gedrag. Docenten hebben bijvoorbeeld veel invloed op het
gedrag van de leerlingen.
Nature (aanleg) of nurture (omgeving)?  het is een mix (biosociaal)
Psychologen willen gedrag begrijpen en verklaren om vervolgens te voorspellen.


Ontwikkeling (Verhulst)
Ontwikkeling: cumulatief (opstapelend) proces waardoor je steeds op een hoger niveau kunt
functioneren of je kunt gedragen.
Rijpen is onderdeel van je ontwikkeling (nature). Maar ook leren is onderdeel van je ontwikkeling
(nature-nurture) want als je leert ontwikkel je structureel nieuw gedrag. Je leert iets waardoor je je
anders gaat gedragen.

Waarom moeten we leerlingen pedagogisch laten ontwikkelen en waarom moet het onderwijs er
zijn?
Leerlingen moeten zich ontwikkelen als zelfstandig persoon, hierbij hoort rijpen en leren om een
eigen identiteit te laten ontwikkelen. Leerlingen moeten ook socialiseren in de maatschappij door
hen normen en waarden bij te brengen. Er is dus ook een socialiserende taak.

Ontwikkelingspsychologie
 Sprake van groei/progressie door meer kennis en vaardigheden
 We groeien uit elkaar tot verschillende individuen
 3 benaderingen in het boek:
1. Ontwikkeling is een periode met specifieke taken. Hierbij hoort dus een vast patroon.
Bijvoorbeeld de 4 fasen van Piaget met in elke fasen een nieuwe specifieke taak. De
ontwikkeling is erg verklaarbaar en voorspelbaar. Het is gebaseerd op nature, het
gaat nou eenmaal zo.
2. Ontwikkeling verloopt volgens een continu proces (Piaget). Maar er wordt te weinig
rekening gehouden met ervaringen die wij opdoen in ons leven. Deze kunnen er
namelijk voor zorgen dat het niet meer in een vast patroon verloopt  discontinu.
Het gedrag proberen ze te verklaren door ervaringen in het verleden. Door deze
ervaringen die individueel en persoonlijk zijn wordt de ontwikkeling minder
voorspelbaar. Het is dus gebaseerd op nature en deels nurture.
3. Psychopathologie betekent dat de ontwikkeling altijd afhankelijk is van het individu
en zijn omgeving. Ontwikkeling kun je dan ook niet voorspellen. Verklaren kan wel
als je de omgeving van de individu kent. Dit is dus gebaseerd op nurture.


Adolescentie
Adolescentie: periode tussen kindertijd en volwassenheid. Ongeveer 10-22 jaar.
 Overgangsperiode van kind naar volwassen
 Het vormen van een eigen identiteit en het bereiken van autonomie ten opzichte van ouders
 De manieren van omgaan met bepaalde innerlijke beleefde conflicten

,  Een bepaald niveau van cognitief functioneren
Puberteit is het begin van de adolescentie periode.

Vroege adolescentie (10-13 jaar): psychoseksuele ontwikkeling, meisjes worden vrouwen en jongens
worden mannen. Dat gaat bij meisjes sneller optreden dan bij de jongens. Het ontdekken van je
eigen seksuele identiteit.
Midden adolescentie (14-18 jaar): experimenteren. Het pleziercentrum van de hersenen is
superactief deze periode. Hoe meer we opvallen, hoe leuker we het vinden door het pleziercentrum.
Ze willen een goed imago hebben. Controlecentrum zorgt voor controle en ontwikkelt zich heel
langzaam.
Late adolescentie (19-22 jaar): Weer rustiger worden door het aangaan van definitievere relaties of
opleiding.


Psychoanalytische theorieën
Tijdens de adolescentie ontwikkelen emoties. Aanhangers van de psychoanalytische theorieën
vinden het belangrijk dat adolescenten leren omgaan met onbewuste neigingen. Daarnaast moeten
zij zich ook een evenwichtige voorstelling vormen van hun ouders en hun leeftijdgenoten zodat zij
relaties met de belangrijke personen kunnen aangaan die voldoening geven aan alle betrokken
partijen.
Ontwikkeling wordt volgens deze theorie aangestuurd door onbewuste strevingen of driften. Deze
driften komen voortdurend in conflict met beperkingen vanuit de sociale omgeving. Er is een grotere
kans dat deze driften omgezet worden in daden, daarom moet er een sterk afweermechanisme in
werking treden: ascetisme (plezier ontzeggen omdat ze bang zijn de controle over hun seksuele
impulsen te verliezen) en intellectualisering (belangrijke emotionele en persoonlijke conflicten
worden ontdaan van emotie en abstract worden).

Psychosociale ontwikkeling
De ecologische theorie van Bronfenbrenner geeft een beschrijving van de omgeving waarin de
psychosociale ontwikkeling plaatsvindt. Het beschrijft 5 niveaus waarin de interactie tussen individu
en omgeving plaatsvindt.
1. Microsysteem (kleinste cirkel)  beïnvloedt de
jongere het meest direct. Verzameling van
activiteiten en relaties in de directe,
persoonlijke omgeving van de jongeren.
2. Mesosysteem  wederzijdse verbindingen en
processen die optreden tussen twee of meer
Microsystemen Bijvoorbeeld ouders die zich
bemoeien met de relatie tussen twee jongeren.
3. Exosysteem  systemen waar jongeren niet
direct mee in contact komen, maar die wel
invloed hebben op gedrag en ontwikkeling. De
plaats waar de ouders werken bijvoorbeeld, als
er conflicten zijn op werk kan het invloed
hebben op de opvoedrol van de ouder.
4. Macrosysteem  omvat alle andere systemen.
Het is de cultuur waartoe de adolescent toe
behoort.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sennebenen Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
18
Member since
4 year
Number of followers
10
Documents
5
Last sold
9 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions