Motorische ontwikkeling
samenvatting
Leerstof: alle cursusonderdelen zijn te kennen.
Doelstellingen
Eindcompetenties:
- Een goed bewegingsaanbod kunnen kiezen, rekening houdend met de leeftijd v/h kind.
- Een spel, omloop, moment, tussendoortje en bewegingshoek voorbereiden en organiseren.
- In staat zijn zelfzeker op te treden en een groep kleuters te leiden.
- Creativiteit, expressiviteit en speelsheid tonen bij de uitwerking en leiden v activiteit.
Hoofdstuk 1: bewegingsonderwijs
- Bewegen = essentieel voor de gezondheid. Kls bewegen te weinig
- Doel: via bewegen de ontwikkeling op gang brengen.
- Doelen voor ogen= decretale ontwikkelingsdoelen van de overheid.
(Ontwikkelings)doelen voor bewegingsonderwijs
3 onderverdelingen:
1. Motorische competenties: juist en handig bewegen, grootmotorische vaardigheden.
2. Gezonde en veilige levensstijl: fysiek fit zijn om inspanningen vol te houden en gezonde gewoontes leren.
3. Zelfconcept en sociaal functioneren: kls van nature gedreven om actief te zijn en omgang met elkaar.
Ontwikkelingskansen voor kls: ‘Speelkriebels’
Speelkriebels= het kernidee van een spel, namelijk datgene wat kinderen aantrekt en motiveert om het spel te
spelen. de speelkriebels lokt bij het kind bewegingsdrang en interacties met andere kinderen, materiaal, de ruimte,
hun eigen lichaam,… uit.
ultieme ontwikkelkans, met andere woorden het doel waarmee je aan de slag gaat.
Ontwikkelingskansen worden gerubriceerd in 6 domeinen.
H3: spelen en spel
Wat is spelen?
- Speelervaringen opdoen:
Zich uitleven zorgt voor spelbeleving
Volledig erin opgaan
Doen alsof
Plezier beleven, fantaseren, experimenteren, …
- Omgaan met vrijheid
Spelen is ongedwongen
Het kind bepaalt zelf wat, waar, waarmee,… het speelt.
Kind beslist zelf of het deelneemt of niet.
- Is verwant aan exploreren, experimenteren en oefenen, maar niet identiek. Als kinderen bewegen, wordt dit
vaak als spelen gezien (= niet correct).
,Fietsen = oefenen !
Stap 1= 3 wieler (van bij de pampers)
Stap 2= 2 wieler (loopfiets)
Stap 3= gewone kinderfiets
Waarom spelen?
- Draagt bij tot bewegingsontwikkeling:
Gekende bewegingsvormen en vaardigheden worden op verschillende manieren gebruikt (lopen,
kruipen, …)
Tijdens het spel een haalbare uitdaging dan wordt die opgenomen door het kind en geïntegreerd.
Hierdoor zet het een ontwikkelingsstap.
- Draagt bij tot de totale persoonlijkheidsvorming
Naast motorische mogelijkheden maakt het ook gebruik van mogelijkheden op vlak van taal, denken,
sociale vaardigheden en attitude = eenheidsvisie!
Spelen= belangrijkste manier om tot ontwikkeling te komen en te leren. Spelen is niet alleen een
middel maar ook een doel.
School kan een belangrijke bijdrage leveren
- Het kunnen spelen en willen spelen (spel motivatie) toelaten
- Het leren kennen van diverse spelactiviteiten:
bewegingshoek, moment, tussendoortje,…
- De ontwikkeling van spelkwaliteit en het
spelvermogen
Spel
= Wanneer tijdens spel de nadruk ligt op bewegen
(grootmotorisch bezig zijn), spreken we van
‘bewegingsspel’. Het biedt de mogelijkheid om aan de
bewegingsbehoeften van kinderen tegemoet te komen.
, H4: ontwikkelingsgerichte spelbegeleiding
Hoe als LK dit opnemen:
- Verhoogt spelbetrokkenheid
- Leert een kind beter spelen
- Zorgt voor de totale ontwikkeling van de kleuter
2 manieren:
- Begeleidend meespelen of verbaal sturen
- De spelvorm bij te sturen (spelkader, spelidee en spelregels aanpassen).
Opbouw een aanbreng van een regelspel of groepsspel
- Wat: spel in verschillende stappen aanbrengen
- Waarom: het spelen van een nieuw spel of regelspel is niet eenvoudig.
➔ voldoende verbale opdrachten begrijpen en interpreteren
➔ opdrachten kunnen uitvoeren, ze moeten het gepaste bewegingsantwoord kunnen geven.
- Mogelijke oorzaken van onjuist spelen van een spel:
➔ onvoldoende oriëntatie op de in de ruimte (vb. niet weten waar te lopen)
➔ onvoldoende lichaamsbesef (vb. rug naar tikker)
➔onvoldoende zintuiglijke informatie kunnen herkennen of verwerken (vb. materiaal niet zien liggen)
- Vereisten juist spelgedrag:
➔ voldoende waarnemings-en interpretatievermogen om de opdracht en signalen te verstaan
➔voldoende aanpassing in de ruimte, weten waar naartoe te bewegen
Dit alles terzelfdertijd en in steeds wisselende situaties
Een kleuter moet op hetzelfde moment kunnen:
➔ waarnemen en herkennen
➔Interpreteren
➔Uitvoeren
➔Aanpassen
Interactie met een wisselende omgeving maakt het waarnemen van het geheel en het vatten van de situatie moeilijk
en complex.
Hoe bieden we het spel aan?
We gaan van speelse opdrachten naar een regelspel.
Stap voor stap een regel bijvoegen
Eerst oefenen van bepaalde spel elementen in eenvoudige situaties en pas nadien brengen we stap voor
stap het spelidee aan.
Wat is het doel en nut van de
spelopbouw?
Hoe bouwen we een spel op?
- Spel ontleden = voorbereidend denkwerk
samenvatting
Leerstof: alle cursusonderdelen zijn te kennen.
Doelstellingen
Eindcompetenties:
- Een goed bewegingsaanbod kunnen kiezen, rekening houdend met de leeftijd v/h kind.
- Een spel, omloop, moment, tussendoortje en bewegingshoek voorbereiden en organiseren.
- In staat zijn zelfzeker op te treden en een groep kleuters te leiden.
- Creativiteit, expressiviteit en speelsheid tonen bij de uitwerking en leiden v activiteit.
Hoofdstuk 1: bewegingsonderwijs
- Bewegen = essentieel voor de gezondheid. Kls bewegen te weinig
- Doel: via bewegen de ontwikkeling op gang brengen.
- Doelen voor ogen= decretale ontwikkelingsdoelen van de overheid.
(Ontwikkelings)doelen voor bewegingsonderwijs
3 onderverdelingen:
1. Motorische competenties: juist en handig bewegen, grootmotorische vaardigheden.
2. Gezonde en veilige levensstijl: fysiek fit zijn om inspanningen vol te houden en gezonde gewoontes leren.
3. Zelfconcept en sociaal functioneren: kls van nature gedreven om actief te zijn en omgang met elkaar.
Ontwikkelingskansen voor kls: ‘Speelkriebels’
Speelkriebels= het kernidee van een spel, namelijk datgene wat kinderen aantrekt en motiveert om het spel te
spelen. de speelkriebels lokt bij het kind bewegingsdrang en interacties met andere kinderen, materiaal, de ruimte,
hun eigen lichaam,… uit.
ultieme ontwikkelkans, met andere woorden het doel waarmee je aan de slag gaat.
Ontwikkelingskansen worden gerubriceerd in 6 domeinen.
H3: spelen en spel
Wat is spelen?
- Speelervaringen opdoen:
Zich uitleven zorgt voor spelbeleving
Volledig erin opgaan
Doen alsof
Plezier beleven, fantaseren, experimenteren, …
- Omgaan met vrijheid
Spelen is ongedwongen
Het kind bepaalt zelf wat, waar, waarmee,… het speelt.
Kind beslist zelf of het deelneemt of niet.
- Is verwant aan exploreren, experimenteren en oefenen, maar niet identiek. Als kinderen bewegen, wordt dit
vaak als spelen gezien (= niet correct).
,Fietsen = oefenen !
Stap 1= 3 wieler (van bij de pampers)
Stap 2= 2 wieler (loopfiets)
Stap 3= gewone kinderfiets
Waarom spelen?
- Draagt bij tot bewegingsontwikkeling:
Gekende bewegingsvormen en vaardigheden worden op verschillende manieren gebruikt (lopen,
kruipen, …)
Tijdens het spel een haalbare uitdaging dan wordt die opgenomen door het kind en geïntegreerd.
Hierdoor zet het een ontwikkelingsstap.
- Draagt bij tot de totale persoonlijkheidsvorming
Naast motorische mogelijkheden maakt het ook gebruik van mogelijkheden op vlak van taal, denken,
sociale vaardigheden en attitude = eenheidsvisie!
Spelen= belangrijkste manier om tot ontwikkeling te komen en te leren. Spelen is niet alleen een
middel maar ook een doel.
School kan een belangrijke bijdrage leveren
- Het kunnen spelen en willen spelen (spel motivatie) toelaten
- Het leren kennen van diverse spelactiviteiten:
bewegingshoek, moment, tussendoortje,…
- De ontwikkeling van spelkwaliteit en het
spelvermogen
Spel
= Wanneer tijdens spel de nadruk ligt op bewegen
(grootmotorisch bezig zijn), spreken we van
‘bewegingsspel’. Het biedt de mogelijkheid om aan de
bewegingsbehoeften van kinderen tegemoet te komen.
, H4: ontwikkelingsgerichte spelbegeleiding
Hoe als LK dit opnemen:
- Verhoogt spelbetrokkenheid
- Leert een kind beter spelen
- Zorgt voor de totale ontwikkeling van de kleuter
2 manieren:
- Begeleidend meespelen of verbaal sturen
- De spelvorm bij te sturen (spelkader, spelidee en spelregels aanpassen).
Opbouw een aanbreng van een regelspel of groepsspel
- Wat: spel in verschillende stappen aanbrengen
- Waarom: het spelen van een nieuw spel of regelspel is niet eenvoudig.
➔ voldoende verbale opdrachten begrijpen en interpreteren
➔ opdrachten kunnen uitvoeren, ze moeten het gepaste bewegingsantwoord kunnen geven.
- Mogelijke oorzaken van onjuist spelen van een spel:
➔ onvoldoende oriëntatie op de in de ruimte (vb. niet weten waar te lopen)
➔ onvoldoende lichaamsbesef (vb. rug naar tikker)
➔onvoldoende zintuiglijke informatie kunnen herkennen of verwerken (vb. materiaal niet zien liggen)
- Vereisten juist spelgedrag:
➔ voldoende waarnemings-en interpretatievermogen om de opdracht en signalen te verstaan
➔voldoende aanpassing in de ruimte, weten waar naartoe te bewegen
Dit alles terzelfdertijd en in steeds wisselende situaties
Een kleuter moet op hetzelfde moment kunnen:
➔ waarnemen en herkennen
➔Interpreteren
➔Uitvoeren
➔Aanpassen
Interactie met een wisselende omgeving maakt het waarnemen van het geheel en het vatten van de situatie moeilijk
en complex.
Hoe bieden we het spel aan?
We gaan van speelse opdrachten naar een regelspel.
Stap voor stap een regel bijvoegen
Eerst oefenen van bepaalde spel elementen in eenvoudige situaties en pas nadien brengen we stap voor
stap het spelidee aan.
Wat is het doel en nut van de
spelopbouw?
Hoe bouwen we een spel op?
- Spel ontleden = voorbereidend denkwerk