100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting IFPP: Alle artikelen

Rating
-
Sold
5
Pages
85
Uploaded on
11-01-2023
Written in
2022/2023

Dit document bevat een samenvatting van alle verplichte artikelen voor het vak IFPP die onderdeel zijn van het tentamen. De volgende artikelen zijn samengevat: Kronenberg & De Wilde. (2011). Strafuitsluitingsgronden en rechterlijk beslissingsschema (H.4) Kronenberg & De Wilde. (2011). Het rechterlijk beslissingsschema (H.11) Mooij, A. (2005). De doorwerking van de stoornis in de toerekeningsvatbaarheid en de gevaarspredictie Den Boer, T. & van Mulbregt, J. (2015). Toerekening in tweedracht, een juridisch-gedragskundig perspectief Meynen, G. & Ralston, A. (2011). Zeven visies op een psychiatrische stoornis Mužinić, L. et al. (2016). Person-Oriented Forensic psychiatry Rosenhan, D. L. (1973). On Being Sane in Insane Places Weeghel, van, J. & Bongers, I. (2012). Mensen met Ernstige Psychiatrische Aandoeningen: Beeldvorming, Zelfbeeld en Burgerschap. In: Kalmthout, A.M. van, Kooijmans, T., & Moors, J.A. (Eds.). Mensbeeld, beeldvorming en mensenrechten. Drost, M. (2003). H.4 Specifieke kennis, vaardigheden en attitudes Den Boer, T. (2021). De persoon van de verdachte. De rapportage pro Justitia vanuit het Pieter Baan Centrum. H.6: Het psychiatrisch onderzoek Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie Justitie en Veiligheid. (2022). NIFP-richtlijn: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht: volwassenen en jeugdigen. H.1: Context van het gedragsdeskundig pro justitia-onderzoek Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie Justitie en Veiligheid. (2022). NIFP-richtlijn: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht: volwassenen en jeugdigen. H.2: Opzet van het pro justitia-onderzoek Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie Justitie en Veiligheid. (2022). NIFP-richtlijn: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht: volwassenen en jeugdigen. H.3: Forensisch psychologisch onderzoek Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie Justitie en Veiligheid. (2022). NIFP-richtlijn: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht: volwassenen en jeugdigen. Bijlage 2: Neuroloket: neuropsychologische functies en afwijkingen Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie Justitie en Veiligheid. (2022). NIFP-richtlijn: Forensisch psychologisch onderzoek en rapportage in het strafrecht: volwassenen en jeugdigen. Bijlage 3: Informatie over risicotaxatie-instrumenten Boer, T. den en M. Prinsen. (2021). De persoon van de verdachte. De rapportage pro Justitia vanuit het Pieter Baan Centrum. H.7: De conclusie en het advies Rozemond, N. (2012). Klimwand Mooij, A.W.M., Schuld in strafrecht en psychiatrie. In: A.W.M. Mooij, Psychiatrie, recht en de menselijke maat. Over verantwoordelijkheid. (1998). Bonta, J., & Andrews, D. A. (2007). Risk-need-responsivity model for offender assessment and rehabilitation. G. McKenna, N. Jackson & C. Browne, ‘Trauma history in a high secure male forensic inpatient population’ Marle, H. van (2007). H.15 Psychische stoornissen bij zedendelinquenten. In: A. Ph. van Wijk, R. Bullens, & P. van den Esthof (Eds.). Facetten van zedencriminaliteit Beek, D. van (2007). H.18 Behandeling van zedendelinquenten. In: A. Ph. van Wijk, R.A.R. Bullens, & P. van den Esthof (Eds.). Facetten van zedencriminaliteit Horn, J. van, Mulder, J. & Scholing, A. (2006). Recidive bij subgroepen van zedendelinquenten in de ambulante forensische psychiatrie. Cunningham, M.D., Differentiating delusional disorder from the radicalization of extreme beliefs: a 17-factor model Van den Berg, A. Risico’s van risicotaxatie. De risico’s van risicotaxatie-instrumenten in de forensische behandelpraktijk. Mackor, A.R., Grenzen aan de autonomie van strafrechters: wie bewijst de stoornis en het recidiverisico? In: Ontmoetingen: Voordrachtenreeks van het Lutje Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap. Groningen, 2011 Van Denderen et al. (2019). Handreiking Slachtofferbewust werken voor forensisch maatschappelijk werkers Van Denderen et al. (2020). Contact between victims and offenders in forensic mental health settings: An exploratory study

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 11, 2023
File latest updated on
January 17, 2023
Number of pages
85
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

IFPP_Samenvatting artikelen



Kronenberg & De Wilde. (2011).
Strafuitsluitingsgronden en rechterlijk
beslissingsschema (H.4)
4.1 Inleiding
Niet wederrechtelijke delicten  bijvoorbeeld recht op verdediging.
Niet verwijtbare delicten  bijvoorbeeld door psychische overmacht.
De meeste delicten zijn dus wel wederrechtelijk en verwijtbaar: vaak is er geen geldige reden voor
het delict, alleen in uitzonderingen bestaan er rechtsgeldige redenen om aan te nemen dat bij het
vervullen van een delictsomschrijving de wederrechtelijkheid of verwijtbaarheid ontbreekt. Zulke
redenen heten strafuitsluitingsgronden.
Processueel buigt de rechter zich na het onderzoek ter terechtstelling over 4 vragen (artikel 350 Sv)
(materieelstrafrechtelijke vierlagenmodel):
1. Kan het feit bewezen verklaard worden?
2. Zo ja, dan moet het feit gekwalificeerd worden
3. Is het handelen van de verdachte wederrechtelijk?
4. Valt het feit de verdachte te verwijten?
2 soorten strafuitsluitingsgronden:
 Rechtvaardigingsgronden  nemen de wederrechtelijkheid weg  rechtvaardigen de daad
 Schulduitsluitingsgronden  nemen de verwijtbaarheid weg  excuseren de dader.
Een geslaagd beroep op strafuitsluitingsgrond leidt altijd tot straffeloosheid, want zonder
wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid bestaat er geen strafbaar feit.
Algemene strafuitsluitingsgronden:




Er bestaan ook bijzondere strafuitsluitingsgronden, die betrekking hebben op specifieke delicten.


4.2 Wettelijke strafuitsluitingsgronden
4.2.1 Noodweer
Noodweer volgens artikel 41, lid 1 Sr: Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de
noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke
wederrechtelijke aanranding.

Ad. 1 Ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding
Verdediging is alleen toegelaten tegen een aanranding die aan de gang is op het moment dat de
verdediging wordt ingezet. Niet toegestaan zich te verdedigen tegen een aanval die wel dreigt, maar
nog niet daadwerkelijk begonnen is. Maar je hoeft als slachtoffer ook niet te wachten met
verdedigen tot je daadwerkelijk aangerand wordt  grens tussen ‘enkele vrees’ voor een aanval en
‘ogenblikkelijk dreigend gevaar’ is moeilijk te trekken  omstandigheden doorslaggevend. De

1

,IFPP_Samenvatting artikelen


aanranding moet niet alleen ogenblikkelijk zijn, maar ook wederrechtelijk. Tegen een rechtmatige
aanranding is verdediging niet toegelaten.

Ad 2. Lijf, eerbaarheid of goed
De opsomming lijf, eerbaarheid of goed is limitatief. Verdediging van rechten kan nooit noodweer
opleveren (eigenrichting mag niet, om dit te keren moet je (in laatste instantie) naar de rechter).
Onder eerbaarheid valt seksuele eerbaarheid, aantasting van de eer of goede naam valt niet
hieronder (dus je mag geen geweld plegen omdat je uitgescholden wordt).

Ad. 3. Noodzakelijke en geboden verdediging
 De verdediging moet noodzakelijk zijn  subsidiariteit = als het mogelijk is om te vluchten of
indien het mogelijk is om zich op een andere manier te onttrekken van de aanval, dan moet
in beginsel gebruik gemaakt worden van deze mogelijkheid.
 De (noodzakelijke) verdediging moet geboden zijn  proportionaliteit = Er bestaat geen
wanverhouding tussen de intensiteit van de aanval en de intensiteit van de verdediging.


4.2.2 Noodweerexces
Art. 41 lid 2 Sr: Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging,
indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding
veroorzaakt.
 = noodweerexces. Disproportionele verdediging is altijd wederrechtelijk, maar als aan de
vereisten van Art. 41 lid 2 Sr wordt voldaan, niet verwijtbaar. Wordt ingedeeld bij
schulduitsluitingsgronden. Beroep op noodweerexces kan alleen als een beroep op
noodweer niet mogelijk is door schending van proportionaliteitsvereiste.
Disproportionele verdediging heeft verschillende vormen:
 Intensief noodweerexces  excessieve verdediging die gezien de kracht in geen verhouding
staat tot de aanval
 Extensief noodweerexces  Excessieve verdediging die redelijkerwijs te lang duurt.
In de formulering van het noodweerexcesartikel moet hevige gemoedsbeweging het onmiddellijke
gevolg zijn van de aanranding. De overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging
moet veroorzaakt zijn door deze hevige gemoedsbeweging  dubbele causaliteit.

Tardief noodweerexces
Tardief noodweerexces = Geslaagd beroep te doen op noodweerexces in een situatie waarin de
aanval al voorbij is.
Hierbij geldt ook de eis van dubbele causaliteit.

Schematische weergave van noodweer en noodweerexces




2

,IFPP_Samenvatting artikelen




4.2.3 Psychische overmacht
Art. 40 Sr: Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.
Wat overmacht betekent is onduidelijk  in jurisprudentie en in literatuur inhoud aan gegeven: 2
soorten:
 Psychische overmacht (schulduitsluitingsgrond) = een van buiten komende drang (dus geen
inwendige oorzaak) waaraan men redelijkerwijs geen weerstand kan of behoeft te bieden

3

, IFPP_Samenvatting artikelen


 Overmacht als noodtoestand (rechtvaardigingsgrond)


4.2.4 Overmacht als noodtoestand
Hierbij doet zich een situatie voor waarin een keuze moet worden gemaakt tussen 2 conflicterende
plichten:
 Plicht om strafwet na te leven
 Maatschappelijke plicht  als deze zwaarder weegt dan plicht houden aan strafrecht is het
juridisch juist om de strafwet te overtreden, daardoor rechtvaardigingsgrond.
Voorwaarde voor het aannemen van overmacht als noodtoestand is dat de zaken zodanig moeten
liggen dat het maken van een keuze tussen de plichten geen uitstel kan lijden. Er moet zich letterlijk
een noodsituatie voordoen. Ook moet worden voldaan aan de eis van subsidiariteit en
proportionaliteit. Als er een wanverhouding bestaat tussen het geredde en het opgeofferde belang,
is dat een beletsel voor een geslaagd beroep op overmacht als noodtoestand.


4.2.5 Bevoegd en onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
Zijn strafuitsluitingsgronden. Bij nummer 1 is de gedraging niet wederrechtelijk.
Art. 43 Sr:
a. Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door
het daartoe bevoegde gezag.
 Moet een zeggenschapsrelatie bestaan tussen degene die het bevel geeft en degene die het
bevel opvolgt: structurele hiërarchische relatie (leger), incidentele structuur (politieagent-
burger). De bevolene houdt wel te allen tijde een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien
van dergelijke bevelen.
b. Een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel heft de strafbaarheid niet op, tenzij het door de
ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en de nakoming
daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid was gelegen.
 Bv bevel dat gegeven wordt door iemand die ten aanzien van de bevolene hoger in rang is,
maar geeft een bevel dat niet binnen de kring ligt van zijn bevelbevoegdheid. Aan de straf
kan alleen ontsnapt worden als de bevolene praktisch gezien onmogelijk is om de precieze
contouren van de bevelsbevoegdheid te kennen.


4.2.6 Wettelijk voorschrift
Art. 42 Sr: Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.
Bv: Politie die aangehouden verdachten meeneemt  beroving van vrijheid (art. 282 Sr) is dus in
strijd met strafrecht, maar hij handelt ter uitvoering van wettelijk voorschrift (art. 53 of 54 Sv). Eisen
van proportionaliteit en subsidiariteit gelden.


4.2.7 Ontoerekeningsvatbaarheid
Ook schulduitsluitingsgrond. Art. 39 Sr: Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de
gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.
De verwijtbaarheid ontbreekt hier, de wil van de dader is niet meer in vrijheid gevormd door de
invloed van de stoornis/gebrek. Ontoerekeningsvatbaarheid wil niet meteen zeggen dat het niet met
opzet gebeurde.



4
$7.30
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
DTV Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
625
Member since
5 year
Number of followers
423
Documents
81
Last sold
1 month ago

Hier kun je terecht voor samenvattingen van de vakken bij Pedagogische Wetenschappen :)

3.8

92 reviews

5
33
4
26
3
22
2
4
1
7

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions