100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Uitwerkingen Strafprocesrecht

Rating
-
Sold
2
Pages
52
Uploaded on
10-01-2023
Written in
2021/2022

uitgebreide antwoorden van de werkgroepen Strafprocesrecht inclusief handige stappenplannen

Institution
Course

Content preview

Week 1
Opdracht 1: Casus Ruzie op de bowlingbaan
Hidde krijgt op de bowlingbaan ruzie met Lisa. Hidde is elke week te vinden op de
bowlingbaan en hij vindt het nogal storend dat Lisa constant ‘zijn’ bowlingbal pakt. Hij
gebruikt elke week de enige groene bal van 10 kg, omdat deze zo lekker zwaar is en hij er
telkens strikes mee gooit. Lisa, die een uitje heeft met haar vriendinnengroep, laat Hidde weten
dat zij niet van plan is om de bal voor Hidde te laten liggen. Zij vindt die bal namelijk ook erg
fijn. Bovendien mag iedereen die bal toch gebruiken? Na de woordenwisseling weet barvrouw
Chanel, die bekend is met het opvliegende karakter van Hidde, de gemoederen te sussen. Hidde
gaat vervolgens aan de bar zitten en bestelt nog een biertje. Na enkele minuten wordt Hidde
toch weer woest. Hij kan het niet uitstaan dat Lisa zijn bal gebruikt, terwijl er nog zoveel
andere bowlingballen op de baan liggen. Die kan zij toch ook pakken? Hij staat met luid
gestommel op van zijn barkruk, pakt een zware bal van 12 kg, loopt naar Lisa – die op dat
moment nietsvermoedend een slok van haar wijn neemt – en smijt de bal in haar richting. De
zware bal belandt op de kleine teen van Lisa. Ze schreeuwt het uit van de pijn. Barvrouw
Chanel ziet en hoort het allemaal gebeuren. Ze snelt op Lisa af en verleent eerste hulp. Hidde
wordt door de beveiliging uit het gebouw gezet.

De volgende dag blijkt in het ziekenhuis dat Lisa haar teen is gebroken. Ze besluit aangifte te
doen van mishandeling (artikel 300 lid 1 Sr) door Hidde. Chanel wordt als getuige gehoord en
bevestigt de aangifte van Lisa. Zij wijst de haar bekende Hidde aan als verdachte en noemt hem
een ‘agressieve alcoholist’. Elke week komt hij naar de bowlingbaan en drinkt dan altijd veel te
veel. Ook zoekt hij steeds ruzie met andere gasten. De officier van justitie beveelt de
aanhouding van Hidde. Opsporingsambtenaar Damla gaat naar het huis van Hidde en belt aan.
Hidde doet open en gaat, nadat Damla hem heeft medegedeeld dat hij is aangehouden, mee
naar het bureau. Daar wordt hij voorgeleid aan hulpofficier van justitie Dwight. Dwight besluit
dat Hidde moet worden opgehouden voor verhoor. Voorafgaand aan zijn insluiting wordt hij
door Damla gefouilleerd en moet hij de veters uit zijn schoenen halen. De veters worden door
Damla in bewaring genomen gedurende de insluiting van Hidde. Hiervan wordt een schriftelijk
rapport opgemaakt.

Vraag
Beoordeel de rechtmatigheid van de volgende dwangmiddelen waaraan Hidde wordt
onderworpen. Daarbij heeft u ook andere regelgeving nodig, dan het Wetboek van
Strafvordering. Zoek deze regelgeving op en pas haar toe.
a) De aanhouding;
- In dit geval is er sprake van aanhouding buiten heterdaad. (art. 54 Sv) Buiten het geval van
ontdekking op heterdaad is de opsporingsambtenaar op bevel van de officier van justitie
bevoegd de verdachte aan te houden. In dit geval beveelt de OvJ de aanhouding, waarna
opsporingsambtenaar Damla naar het huis van Hidde gaat en hem mededeelt dat hij is
aangehouden.

- Daarnaast moet er sprake zijn van een misdrijf waar voorlopige hechtenis voor is toegelaten.
(art. 54 lid 1 Sv) In dit geval gaat het om mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Dit is volgens art. 67

, Sv het geval indien er sprake is van een misdrijf waar 4 jaar of meer gevangenisstraf op staat.
Uit art. 300 lid 1 Sr volgt dat mishandeling wordt gestraft met deen gevangenisstraf van ten
hoogste drie jaren. Uit art. 67 lid 1 sub b Sv volgt echter dat een bevel tot voorlopige hechtenis
ook kan worden gegeven in geval van verdenking van het misdrijf in art. 300 lid 1 Sr, dus
mishandeling. Voor mishandeling is dus voorlopige hechtenis toegelaten.

- Er moet sprake zijn van een verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv.
1. Individualiseerbaarheid (‘degene te wiens aanzien’): in dit geval gaat het om een specifiek
persoon, namelijk Hidde.
2. Objectiveerbaarheid (‘een redelijk vermoeden van schuld’): de opsporingsambtenaar heeft
tot de conclusie kunnen komen dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld,
omdat Chanel ook als getuige gehoord is en de aangifte van Lisa bevestigt. Zij wijst de haar
bekende Hidde aan als verdachte en noemt hem een ‘agressieve alcoholist’.
3. Concretiseerbaarheid (‘aan een strafbaar feit voortvloeit uit feiten of omstandigheden’):
ook hier is sprake van, namelijk schuldig aan mishandeling van Lisa in de zin van art. 300 lid 1
Sr.
Er is sprake van een verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv.

Het doel van de aanhouding moet zijn het voorgeleiden aan de hulpofficier van justitie of de
officier van justitie. Hidde wordt voorgeleid aan de hulpofficier Dwight. Dwight besluit dat
Hidde moet worden opgehouden voor verhoor.

Tot slot de beginselen van de goede procesorde. Het gebruik van het dwangmiddel moet
worden getoetst aan de subsidiarireit- en proportionaliteitseis. (HR Braak bij binnentreden)
Subsidiariteit dient er gekeken te worden of het middel de beste manier is om het doel te
bereiken? Of er zijn er nog andere manieren? Proportionaliteit dient er gekeken te worden of
het belang in verhouding staat tot de inbreuk? In dit geval is er aan de beginselen voldaan, want
uit de casus blijkt niet dat er niet aan is voldaan.
De aanhouding is rechtmatig, want aan alle vereisten is voldaan.

b) Het ophouden voor onderzoek;
- Uit art. 56a lid 1 sv volgt dat de HvJ of de OvJ nadat de aangehouden verdachte aan een van
hen is voorgeleid, bevelen dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek. In dit geval is
Hidda al voorgeleid aan de HvJ of de OvJ. Dus hij mag worden opgehouden voor onderzoek.
- Uit art. 56a lid 2 Sv volgt dat de verdachte van een misdrijf waar voorlopige hechtenis voor is
toegelaten ten hoogste negen uur kan worden opgehouden voor onderzoek. In dit geval gaat het
om mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Dit is volgens art. 67 Sv het geval indien er sprake is van
een misdrijf waar 4 jaar of meer gevangenisstraf op staat. Uit art. 300 lid 1 Sr volgt dat
mishandeling wordt gestraft met deen gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren. Uit art. 67 lid
1 sub b Sv volgt echter dat een bevel tot voorlopige hechtenis ook kan worden gegeven in geval
van verdenking van het misdrijf in art. 300 lid 1 Sr, dus mishande-ling. Voor mishandeling is
dus voorlopige hechtenis toegelaten.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 10, 2023
Number of pages
52
Written in
2021/2022
Type
Class notes
Professor(s)
Mw. willemse
Contains
All classes

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
isaroede Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
35
Member since
3 year
Number of followers
22
Documents
19
Last sold
8 months ago

3.3

3 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions