100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Politicologie

Rating
-
Sold
1
Pages
74
Uploaded on
10-01-2023
Written in
2022/2023

samenvatting van het boek en lesnota's

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 10, 2023
Number of pages
74
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

POLITICOLOGIE

H1: politiek en politieke wetenschappen

1.1. belang van politiek

 voorbeeld fietsclub als politiek

o duidelijke afspraken maken over welke routes ze willen nemen

o grotere groep: ingewikkeldere afspraken moeten opgeschreven worden om ernaar
te verwijzen als er onenigheid bestaat

 Voorbeeld: invoeren van autogordel in 1975

o Veel verzet

o Groot gevolg: geschat 30.000 doden minder (B en NL)

=> Politiek heeft impact

 MAAR: Beperkte ‘maakbaarheid’ van de samenleving (economie, mentaliteit…)(vb.
transmigrantencrisis, vluchtelingencrisis, radicalisering, corona, energie) > belangrijke
beslissingen worden niet door politiekers genomen maar door technologen (vb. apple) –
grenzen aan de invloed van het politieke beleid

 Nationale politiek verliest zijn greep (Luc Huyse) > Europese richtlijnen omzetten in lokaal
beleid

 Deze cursus: bouwstenen van politiek

o Actoren, instellingen, functioneren

o In breder kader plaatsen van dagdagelijks versnipperd politiek nieuws

o Historisch – hoe is iets tot stand gekomen? (beter begrijpen als we weten waar het
van komt)(vb. vakbonden die mee sociale zekerheid besturen)

o Vergelijkend (comparatief)

 Comparative Politics
= vergelijken tussen landen
o ‘If you only know one country, you do not know any country at all’ (Lipset)
o België (Nederland) voortdurend gaan vergelijken met andere landen
o Voorbeeld: sterkte van rechts-populistische partijen (vgl. met Franstalig België)
o belangrijke tak in de politieke wetenschappen (bestuurskunde, internationale
politiek en politieke filosofie)

1.2 wat is politiek?

 Politiek = besturen van de (een) samenleving
o Afspraken als mensen iets samen willen doen
o Grotere groep = meer afspraken = formeel
o Πολιτικα (politika) = dat wat met de staat (polis) te maken heeft
o = per definitie ook conflicten over sturen van de samenleving (meningsverschillen
over het inrichten van de samenleving)

,  = brede definitie (politiek is overal)
o Overal waar er regels bestaan
o Ook in verenigingen en organisaties (die een leerschool van de ‘grote’ politiek zijn)

1.3 variaties in politiek

a) territorium

 Welk soort samenleving wordt gestuurd?
o Samenlevingen met en zonder territorium voor dewelke afspraken gelden
o focus op met territorium
o vb. landen versus fietsclub
 Kan je er uit stappen of niet?
o moeilijk met territorium = bindende regels waar je je moet aanhouden (of verhuizen)
 bij organisaties kan je zelf beslissen of je er lid van wordt of niet
 ‘Staten’ hebben grondgebied (katholieke kerk; sturen zonder territorium) en zijn daar
soeverein (politieke entiteit zonder macht boven zich; dat is definitie van een ‘staat’)(vb.
Russische referenda in Oekraïens gebied) vb. Belgische staat bij België = hoogste
soevereiniteit
 Niet alleen staten hebben grondgebied (decentralisatie en internationalisering) vb.
gemeentes; districten enz.

b) cultureel

 Verschillende opvattingen over mate waarin regels mogen ingrijpen (reikwijdte waarover
afspraken gemaakt kunnen worden is enorm gestegen)
 Verschuivende opvattingen
o 19de eeuwse ‘nachtwakersstaat’
= naakte staat die enkel ingreep voor justitie en binnenlandse zaken; defensie en
buitenlandse zaken + financiën
o Steeds meer vragen om domeinen ‘politiek’ te regelen (vb. arbeidersbeweging
en sociale bescherming; en veel later milieu en sociale zekerheid)
o Enorme explosie van politiek ingrijpen (vb. homohuwelijk en adoptie)
o Politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven (vb.
verplicht aanwerven van mensen met een migratie-achtergrond door
werkgevers; roken in bijzijn van kinderen; verplaatsingsverbod (corona)…) >
teveel tussenkomst van de politiek in de privé-sfeer

c) vormen

 Welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?
 verschillen tussen politieke systemen (‘regimes’)
 Classificaties – politiek regime
o Democratische vs. autoritaire regimes
 democratisch =
- tijdelijke macht
- verspreid over verschillende groepen
- toestemming om regels te maken en op te leggen wordt verleend door
het kiezen van vertegenwoordigers door de bevolking
- reeks fundamentele rechten worden formeel erkend en beschermd
o Unitaire vs. federale staten

,  unitair =
- bestuur vanuit één punt (centralisatie)
 federaal =
- decentralisatie
 Variaties in instellingen en procedures
o verschillende manieren van organisatie:
 Verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd…
→ variatie in de ‘vormen’ van politiek

1.4 wat doet een politicoloog?

= politiek gedrag van mensen bestuderen

 doel
o regelmaat ontdekken in fenomenen
o complexe fenomenen vereenvoudigen
 Sociale werkelijkheid = complex
o reflexief = informatie leidt tot verandering van gedrag (vb. peiling rond de
verkiezingen > informatie over de peiling heeft ook een effect op welke partij de
kiezers stemmen)
 Werkelijkheid ‘formaliseren’ in variabelen / analytisch vb. fenomeen opsplitsen in geslacht,
leeftijd en interesse
 Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden) > sociale
context determineert wat mensen doen: deviantie van de sociale norm (vb. meer rechts
stemmen) probeert men ten alle tijden te vermijden
 Patronen zie je door te vergelijken, twee manieren:
o Veel waarnemingen (grote N)
o Goed gekozen waarnemingen (kleine N)

1.5 politieke wetenschap

 Veel groepen praten over politiek
o Burgers, journalisten, kunstenaars… (vb. Guernica Picasso)
o Politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen
beschrijven, begrijpen en verklaren (journalisten ook) en NIET beoordelen
o Daarom volgen ze eigen regels

a) Intellectuele distantie:

o Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet of om zelf deel te nemen
maar om emotioneel afstand te nemen van het onderwerp
o Maar neutraliteit bestaat niet (voorkeuren, belangen, interesses…) (= essentie van
sociale wetenschappen)
o Keuze van onderwerpen > vrij en wordt door persoonlijke voorkeuren bepaald (vb.
groene vs. rechts-populistische partijen, terrorisme, vrouwen en politiek…)
o Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen en dat kan gebruikt worden door
anderen vb. beleidsmakers kunnen hun beleid bijsturen

b) Wetenschappelijke methode

o Vele, bewust ingezamelde waarnemingen (vb. bomaanslag)

,  Systematische inzameling van gegevens (versus ad hoc: niet streven naar een
duidelijke lijn of breder verbrand)
 Gebeurtenis duiden als fenomeen dat uiting is van een bredere categorie
(algemeen verschijnsel)(vb. Belgisch confederalisme)
 Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
o Keuze van onderzoekstechnieken
 Hoe data analyseren?
 Kwantitatief of kwalitatief (vb. vrouwen in parlement tellen versus de manier
waarop ze praten)
o Openheid: open rapporteren over wat je doet en waarom je het doet (transparantie)
 Repliceerbaarheid: onderzoek is opnieuw doenbaar met hetzelfde besluit
( journalistiek)
o Controleren en verfijnen (cumulatief)

1.6 instrumenten van de politieke wetenschap

 Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen begrijpbaar maken: orde brengen in de chaos en
complexiteit
 Instrumenten van die taal zijn (1) concepten, (2) modellen, en (3) theorieën

a) Concepten

 Een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent (vb. gender vs.
geslacht) (vb. politieke partijen (= vereniging van mensen die aan de verkiezingen
deelnemen), particratie (=partijen hebben teveel macht)
 Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
 sturen ons denken en helpen hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden - essentie
 Concept = ideaaltype: essentiële kenmerken geven van een bepaald verschijnsel om te
classificeren en te vergelijken en hoofd en bijzaken van elkaar te onderscheiden

b) modellen

 Bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit, maar niet zomaar een reproductie
ervan > details worden weggelaten (vb. wegenkaart)
 objecten tot hun essentie herleiden en een reductie van de complexiteit van de werkelijkheid
 Statistische modellen bevatten slechts bepaalde variabelen of kenmerken (vb. deelname aan
protest)
 Meer dan een concept: ook relaties tussen concepten (variabelen) worden beschreven
 Voorbeeld: politieke kringloop van David Easton
o politieke systemen worden als een kringloop beschouwt waarbij inputs worden
omgezet in outputs (link bedrijf)
 inputs:
- eisen: vragen vanuit individuen of groepen om een politieke oplossing van
een probeem
- steun: vertrouwen in het systeem
=> omgezet tot politieke beslissingen: regels waarmee de samenleving
gestuurd wordt
=> opnieuw terugkoppeling voor feedback
$9.57
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
hellenleys
2.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
hellenleys Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
3 year
Number of followers
8
Documents
10
Last sold
1 year ago

2.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions