SAMENVATTING HOOFDSTUK 3:
MEETKUNDE (P84 -146)
BEGRIPPENLIJST
Lijn = een oneindige, eendimensionale aaneenschakeling van punten. Ze kan recht,
gebogen (of krom) of gebroken zijn
Halfrechte = een rechte die begrensd is aan 1 kant. Zij heeft dus 1 grenspunt en loopt slechts
in 1 richting oneindig zijn. Een halfrechte benoem je ook met 2 punten: grenspunt
en willigkeurig punt op de halfrechte. Bij het grenspunt plaats je het vierkante
haakje en bij het willigkeurige punt geen haakje.
Oppervlak = een oneindig, tweedimensionale aaneenschakeling van punten.
Hoek = is een deel van het vlak, begrensd door 2 halfrechten met een gemeenschappelijk
grenspunt: het hoekpunt. Beide halfrechten noem je de benen van de hoek.
Diagonaal = is een lijnstuk dat 2 niet-opeenvolgende hoekpunten in een veelhoek met elkaar
verbindt. In een vierhoek zijn dat de overstaande hoekpunten. Een driehoek heeft
geen diagonalen.
Hoogtelijn = is een rechte die door een hoekpunt van de driehoek gaat en loodrecht op de
openstaande zijde of op het verlengde van de overstaande zijde staat.
Middelloodlijn van = is een rechte die door het midden van dat lijnstuk gaan én er loodrecht op staat.
een lijnstuk
Zwaartelijn = is een rechte die door een hoekpunt van een veelhoek en door het midden van
de overstaande zijde gaat
Bissectrice/deellijn = van een hoek is een rechte door het hoekpunt die de hoek in 2 gelijke delen
verdeelt
Vlakke figuur = is een vlak oppervlak begrensd door een gesloten lijn. Deze gesloten lijn kan
gebogen of gebroken zijn of een combinatie van beide.
Veelhoek = is een vlakke figuur uitsluitend begrensd door een gesloten gebroken lijn.
Convexe veelhoeken = zijn veelhoeken waarbij alle diagonalen binnen de veelhoek vallen. Of ook:
convexe veelhoeken zijn veelhoeken waarbij de verbindingslijn tussen 2
willekeurige punten op de omtrek altijd binnen de veelhoek valt.
Concave of niet- = veelhoeken waarbij minsten 1 diagonaal niet volledig binnen de veelhoek valt. Of
convexe veelhoeken ook: concave veelhoeken zijn veelhoeken waarbij minstens 1 verbindingslijn tussen
2 willekeurige punten op de omtrek niet volledig binnen de veelhoek valt.
Driehoek = een veelhoek me juist 3 zijden en 3 hoek
Vierhoek = een veelhoek met juist 4 zijden en 4 hoeken
Vierkant = vierhoek met 4 gelijke zijden en 4 gelijke (rechte) hoeken
Rechthoek = vierhoek met 4 gelijke (rechte) hoeken
Ruit = vierhoek met 4 gelijke zijden
Parallellogram = vierhoek met 2 paar evenwijdige zijden
1
MEETKUNDE (P84 -146)
BEGRIPPENLIJST
Lijn = een oneindige, eendimensionale aaneenschakeling van punten. Ze kan recht,
gebogen (of krom) of gebroken zijn
Halfrechte = een rechte die begrensd is aan 1 kant. Zij heeft dus 1 grenspunt en loopt slechts
in 1 richting oneindig zijn. Een halfrechte benoem je ook met 2 punten: grenspunt
en willigkeurig punt op de halfrechte. Bij het grenspunt plaats je het vierkante
haakje en bij het willigkeurige punt geen haakje.
Oppervlak = een oneindig, tweedimensionale aaneenschakeling van punten.
Hoek = is een deel van het vlak, begrensd door 2 halfrechten met een gemeenschappelijk
grenspunt: het hoekpunt. Beide halfrechten noem je de benen van de hoek.
Diagonaal = is een lijnstuk dat 2 niet-opeenvolgende hoekpunten in een veelhoek met elkaar
verbindt. In een vierhoek zijn dat de overstaande hoekpunten. Een driehoek heeft
geen diagonalen.
Hoogtelijn = is een rechte die door een hoekpunt van de driehoek gaat en loodrecht op de
openstaande zijde of op het verlengde van de overstaande zijde staat.
Middelloodlijn van = is een rechte die door het midden van dat lijnstuk gaan én er loodrecht op staat.
een lijnstuk
Zwaartelijn = is een rechte die door een hoekpunt van een veelhoek en door het midden van
de overstaande zijde gaat
Bissectrice/deellijn = van een hoek is een rechte door het hoekpunt die de hoek in 2 gelijke delen
verdeelt
Vlakke figuur = is een vlak oppervlak begrensd door een gesloten lijn. Deze gesloten lijn kan
gebogen of gebroken zijn of een combinatie van beide.
Veelhoek = is een vlakke figuur uitsluitend begrensd door een gesloten gebroken lijn.
Convexe veelhoeken = zijn veelhoeken waarbij alle diagonalen binnen de veelhoek vallen. Of ook:
convexe veelhoeken zijn veelhoeken waarbij de verbindingslijn tussen 2
willekeurige punten op de omtrek altijd binnen de veelhoek valt.
Concave of niet- = veelhoeken waarbij minsten 1 diagonaal niet volledig binnen de veelhoek valt. Of
convexe veelhoeken ook: concave veelhoeken zijn veelhoeken waarbij minstens 1 verbindingslijn tussen
2 willekeurige punten op de omtrek niet volledig binnen de veelhoek valt.
Driehoek = een veelhoek me juist 3 zijden en 3 hoek
Vierhoek = een veelhoek met juist 4 zijden en 4 hoeken
Vierkant = vierhoek met 4 gelijke zijden en 4 gelijke (rechte) hoeken
Rechthoek = vierhoek met 4 gelijke (rechte) hoeken
Ruit = vierhoek met 4 gelijke zijden
Parallellogram = vierhoek met 2 paar evenwijdige zijden
1